Onder medici

In veel van wat A.J. Dunning zegt in het vraaggesprek in NRC Handelsblad van 9 november kan ik mij vinden. Toch baseert hij zich te veel op de gelijkwaardigheid van patiënt en arts of specialist. Meestal vergt het grote moed een andere arts te nemen. Dit is nog moeilijker bij een specialist in een ziekenhuis, terwijl de psychiatrische patiënt zelfs bang kan zijn voor repercussies. Ik weet dit uit eigen ervaring.

We weten zo langzamerhand heel goed dat veel klachten een psychische achtergrond hebben. Toch neemt de belangstelling van de medici voor de mens hand over hand, af. De vroegere huisarts kende het gezin en was vaak een soort biechtvader. Hij nam ook de moeite om eens tussentijds langs te komen.

Vandaag zijn we zó knap, dat bij elke kwaal een medicijn wordt voorgeschreven of naar een ziekenhuis wordt verwezen. Erger nog is het wanneer je geadviseerd wordt een psychiatrisch onderzoek te ondergaan. Zodra je binnen bent, krijg je zondermeer allerlei medicatie. Het gemak waarmee valium, seresta (drogerende middelen) en andere medicamenten worden toegediend is ontstellend. Naar je levensverhaal wordt nauwelijks "geluisterd'.

De psychiatrie is als een draaikolk. Slechts als je goed kunt zwemmen en kalm blijft, zul je niet verdrinken. De meeste medicijnen helpen zodanig dat je zelfs het zwemmen verleert. En je kalmte ... dáárvoor kwam je toch!

Als men eens begon te luisteren en vertrouwen te wekken om zo tot méér dan alléén de klacht door te dringen, zouden veel mensen niet in de hedendaagse medische valkuil hoeven te verdwijnen. Er zouden ook minder WAO'ers zijn. Zou het niet mogelijk zijn artsen, specialisten, maar ook verpleegkundigen te beoordelen - dus te betalen - naar hun vermogen om mensen zo goed mogelijk gezond te houden.

    • Ir. P. J. de Graaff