Norm 1,5 pct voor hulp arme landen geschrapt

DEN HAAG, 17 NOV. Nederland stapt af van de norm van 1,5 procent van het Netto Nationale Inkomen voor Ontwikkelingssamenwerking. Daartoe besloten Kamer en kabinet gistermiddag.

Wat het percentage nu wordt, bleef tijdens de behandeling van de nota buitenlanduitgaven in de Tweede Kamer vaag. Nederland heeft zich de norm van 1,5 procent in de jaren zeventig zelf opgelegd. De Verenigde Naties gaan uit van 0,7 provent van het Bruto Natioanale Produkt. Slechts weinig rijke landen halen die norm.

Wanneer van de huidige begroting voor Ontwikkelingssamenwerking oneigenlijke uitgaven zouden verdwijnen, besteedt Nederland ongeveer 0,82 procent van het Bruto Nationale Produkt aan hulp. Onder oneigenlijke uitgaven vallen onder andere de opvang van asielzoekers, onderwijs aan allochtonen en vredesopraties.

De PvdA wil dat het volgende kabinet 1 procent van het Bruto Nationale Produkt besteedt, inclusief uitgaven voor de bestrijding van milieuvervuiling. De VVD vindt 0,7 procent genoeg en het CDA hangt tussen die cijfers in. Premier Lubbers en minister Kok wilden zich niet vastleggen op een nieuwe norm, omdat dat een zaak is van een volgende regering. Wel waren zij het met de Kamer eens dat de vervuiling op de begroting van Ontwikkelingssamenwerking (tussen de tien en twintig procent van de 6,4 miljard gulden) moet verdwijnen. Kok: “Ik zal niet ontkennen dat dit kabinet geen einde heeft gemaakt aan de vervuiling van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking. Ik voel weinig behoefte het mooier te maken dan het is.”

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) kan zich vinden in het opgeven van de oude norm, die toch niet gehaald wordt. Hij waarschuwde in een reactie dat Nederland niet door kan gaan met lasten voor Nederlandse problemen af te schuiven op ontwikkelingshulp. Hij zegt nu al plannen voor noodhulp aan Joegoslavië en Irak te moeten ophouden. Bij de behandeling van zijn begroting deze week wil Pronk op de bezuinigingen terugkomen.

Premier Lubbers toonde zich geen voorstander van een suggestie van CDA-woordvoerder Aarts om één minister of staatssecretaris te belasten met de coördinatie van het regeringsbeleid ten aanzien van migranten, vluchtelingen en asielzoekers. Op grond van zijn ervaringen in een taakgroep die zich met het probleem bezig houdt en iedere twee maanden bijeen komt, acht Lubbers het niet produktief om een andere weg in te slaan.