Nederland deint mee op golven van Duitse economie

ROTTERDAM, 17 NOV. Dat de Nederlandse economie zich nauw verhoudt tot die van de ruim vijf maal grotere oosterbuur is tot daar aan toe, maar ons land economisch beschouwen als één van de Länder ligt nog altijd gevoelig.

Toch lijkt de paniekreactie van vorige maand op de in september en oktober van dit jaar neerwaarts bijgestelde prognoses voor de Duitse economische groei - samen met de door de hardere gulden moeilijkere exportperspectieven - opnieuw voedsel te geven aan de twijfel over de Nederlandse economische onafhankelijkheid.

De ontwikkeling van het bruto binnenlands produkt van Nederland en Duitsland loopt sinds het begin van de jaren zeventig synchroon. Sinds 1980 is de relatie tussen de Duitse en Nederlandse economische groei vrijwel volmaakt. Nu gisteren door de adviescommissie van de "Vijf Wijzen' in Duitsland een nulgroei voor 1993 werd voorzien, zullen de neerwaartse bijstellingen voor de Nederlandse economie waarschijnlijk niet lang uitblijven.

De hechte band tussen de Nederlandse en Duitse economie is traditioneel af te lezen aan het aandeel van de Duitse markt in de Nederlandse export. Dat aandeel is in de laatste dertig jaar weliswaar niet substantieel veranderd - het schommelt, uitschieters naar boven daargelaten, tussen de 25 en 30 procent - maar omdat het aandeel van de export in het Nederlandse bruto nationaal produkt sinds de jaren zestig aanzienlijk is gestegen, is de Nederlandse economie wel gevoeliger geworden voor schommelingen in de Duitse economie. Op dit moment zorgt de export naar de oosterburen voor bijna een zesde van ons bruto binnenlands produkt.

Door de totstandkoming van het Europese Monetaire Stelsel, maar zeker ook door de hechte economische banden tussen Nederland en Duitsland, is het monetaire beleid van Nederland in de jaren tachtig nauwgezet afgestemd op dat van Duitsland. Met de pariteit van de gulden met de D-mark hoog in het vaandel volgde De Nederlandsche Bank de Duitse rentepolitiek zo vanzelfsprekend, dat het besluit om deze zomer de rentetarieven niet te verhogen toen de Bundesbank dat wel deed, landelijk de voorpagina's haalde. Op dit moment staat de gulden samen met de Belgische frank zelfs te boek als harder dan de D-mark.

Nederland integreert wat eigendomsverhoudingen betreft overigens niet sneller met Duitsland dan met Frankrijk, Groot-Brittannië of België. De directe Nederlandse investeringen in Duitsland maken met zo'n zes procent maar een bescheiden deel uit van de totale Nederlandse directe investeringen in het buitenland. De recente stijging van die investeringen tot gemiddeld 1,2miljard gulden per jaar geldt globaal ook voor de meeste andere belangrijke Europese bestemmingen van Nederlands kapitaal. Andersom komt van alle buitenlandse directe investeringen in Nederland globaal acht procent uit Duitsland. Ook hier zijn de bedragen in de loop van de jaren tachtig fors opgelopen, maar bleef het Duitse aandeel ruwweg gelijk.

Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig tot nu kochten Nederlandse beleggers netto voor 10 miljard gulden aan Duitse aandelen. Dat is een zesde de totale buitenlandse aankopen. Andersom maakten kochten Duitse beleggers met ruim 9 miljard gulden een zevende van alle aan het buitenland verkochte Nederlandse aandelen.

De bijna volmaakte relatie tussen de Duitse en Nederlandse economische groei in de laatste tien jaar spreekt intussen boekdelen. Of die samenhang voldoende is om Nederland voortaan definitief als economische satelliet van Duitsland te bestempelen, valt moeilijk te zeggen. Maar in Duitsland zelf lopen de economische ontwikkelingen van verschillende Länder als Sleeswijk-Holstein en Beieren doorgaans sterker uiteen.