Na de loonpauze komt er wellicht een echt sociaal akkoord

Afgelopen woensdagnacht lag er weer een centraal akkoord. Kabinet en sociale partners gaan weer door één deur naar 1993: het "zware weer' voor 1993 wordt serieus genomen, men zal er rekening mee houden. Maar wie de afspraken leest, krijgt het gevoel dat de drie partijen het er vooral over eens zijn dat in Nederland niet altijd de zon schijnt. Obligate teksten, holle formuleringen, er is niet veel meer afgesproken dan dat de onderhandelingen over de CAO's, die vóór 1 maart 1993 aflopen, pas per 1 februari beginnen. Een niet erg passend antwoord op de vraagstukken van deze tijd.

De grote sociaal-economische problemen in de komende jaren liggen op het terrein van milieu en werkgelegenheid. Angst voor te hoge looneisen van de kant van de vakbeweging is ongegrond. De bonden hebben zich keer op keer terughoudend opgesteld, centraal akkoord of niet. Als de loonstijgingen soms wat hogere percentages vertoonden dan we gewend waren, dan lag dat mede aan het beleid van het kabinet: hogere huren, duurder openbaar vervoer en dergelijke leiden vanzelf tot hogere inflatie en een prijs-loonspiraal.

De vakcentrales hebben zich herhaaldelijk bereid verklaard loonruimte beschikbaar te stellen voor meer werk en een beter milieu. Dat is een uitstekende inzet. De werkgevers hebben dergelijke afspraken over werk en milieu in het verleden meer dan eens afgekocht met hogere lonen dan waar de bonden om vroegen. Zij willen dat soort afspraken niet. Dat is alleen maar lastig.

De Tweede Kamer heeft dan ook bij de laatste Algemene Beschouwingen een motie van Groen Links aangenomen, die het kabinet oproept met sociale partners harde afspraken te maken over milieu en werkgelegenheid in ruil voor loonmatiging gedurende een aantal jaren. De werkgevers dienen de CAO-gelden die op deze wijze vrijkomen, te storten in een Fonds voor Duurzame Ontwikkeling. Daaraan dragen ook de overheid (gasbatenfonds) en eventueel particuliere investeerders bij. Hieruit kunnen investeringen in duurzame ontwikkelingen mede worden gefinancierd.

Het is een uitwerking van het voorstel van CNV-voorzitter Westerlaken en kennelijk breed gedragen in het parlement èn - zo blijkt uit recente enquêtes - het Nederlandse publiek voelt er veel voor. Een groot deel van de bevolking is bezorgd over het milieu, wil korter werken en is bereid daar een prijs voor te betalen.

Parlement en vakbeweging zitten dus op één lijn en er is een groot maatschappelijk draagvlak voor de lijn-Westerlaken. Dat biedt perspectief voor goede centrale afspraken.

Maar het kabinet blijft behoorlijk in gebreke. Zijn inzet is: loonmatiging en verder niks. En dan maar hopen dat er meer werkgelegenheid ontstaat. Minister De Vries heeft voor de zekerheid meteen gedreigd met een loonmaatregel. Dat leidde de afgelopen weken tot eenzijdige druk op de vakbeweging zonder dat de werkgevers flink onder druk gezet werden om over de brug te komen voor milieu en werkgelegenheid. Het kabinet heeft dat nagelaten en dat is een hoogst bedenkelijke wijze van omgang met uitspraken van de Tweede Kamer - het voert een aangenomen motie niet uit - maar het is nog veel erger voor de werklozen en de zo gewenste duurzame ontwikkeling.

De opstelling van de PvdA'ers in het kabinet bleef ook onder de maat. Een publieke ondersteuning van de lijn-Westerlaken was op zijn plaats geweest. Wim Kok wordt door de werkgevers geroemd om zijn financiële soliditeit, maar hij heeft nagelaten de werkgevers te wijzen op hun bijdrage aan een goed sociaal akkoord.

De winst voor de vakbeweging zie ik niet. Haar oorspronkelijke uitgangspunt, loonmatiging in ruil voor harde afspraken over (op zijn minst) meer werk, is verlaten. Alles wat er over werkgelegenheid staat, is oud en vrijblijvend. De werkgevers weigerden pertinent elke kwantitatieve afspraak hierover. Nu zeggen Stekelenburg en Westerlaken dat de winst zit in het uitblijven van een loonmaatregel en de gelijke loonontwikkeling van de markt- en de collectieve sector. Maar dat laatste was oude koek. Zo staat het ook in het akkoord. Die verdediging is dus te gemakkelijk.

Het was beter geweest het Kamerdebat af te wachten en het kabinet op de vingers te laten tikken over de inzet bij de onderhandelingen en de dreigende loonmaatregel van minister de Vries. Dan was het perspectief op een goed akkoord nog niet verkeken en had de Kamer duidelijk kunnen maken niets in een ordinaire loonmaatregel te zien. Met deze opstelling helpt de vakbeweging het kabinet aan een makkelijk dagje in de Tweede Kamer en dat verdient het kabinet van geen kant.

Misschien is loonpauze nog ergens goed voor. Dat het kabinet eens stevig bij zichzelf te rade gaat hoe het de maatschappelijke en politieke steun voor de lijn-Westerlaken om kan zetten in klinkende resultaten. De vakbeweging moet zonodig in twee maanden doordrongen worden van de ernst van de economische situatie; laat dan het kabinet die periode gebruiken om doordrongen te raken van de ernst van de sociale en ecologische situatie. Dan komt er misschien nog een fatsoenlijk sociaal akkoord met harde afspraken. Want wat nu voorligt is die term niet waardig.