Mafia en buitenlanders bieden Russische architecten nog toekomst

MOSKOU, 17 NOV. Hoewel de politieke en economische toestand in de voormalige Sovjet-Unie steeds moeizamer wordt, biedt de teloorgang van Het Systeem in ieder geval één beroepsgroep nieuwe mogelijkheden: de architecten. Wel is het succes voorbehouden aan hen die de wendbaarheid en de tegenwoordigheid van geest hebben om zich te redden in de verwarrende nieuwe wereld van marktverhoudingen, particulier bezit van grond en gebouwen en een stuurloze overheid.

Vanaf het moment dat de Bond van Sovjet Architecten haar macht verloor, in 1989, zijn er in Moskou alleen al zo'n tweehonderd nieuwe particuliere bureaus opgericht, aldus Dima Fesenko (30), voormalig redacteur van het tijdschrift Architectura USSR. Hij is optimistisch over de toekomst van het beroep: “Te lang waren de landelijke en lokale overheden alleen geïnteresseerd in statistieken, in aantallen vierkante meters, en niet in het uiterlijk van de gebouwen. Nu is er weliswaar werkloosheid, maar tegelijkertijd zijn er ook opdrachten van particulieren die wèl belangstelling hebben voor de esthetiek. Zij hebben dan ook respect voor de rol van de architect.” Gezien het chronische ruimtegebrek in Moskou is één van de meest voorkomende opdrachten het toevoegen van verdiepingen aan bestaande gebouwen, een noodgreep die ook in de jaren dertig werd toegepast.

Fesenko's tijdschrift hield vorig jaar op met verschijnen; door de inflatie stegen de produktiekosten te veel en daalde het aantal abonnementen. Fesenko is sindsdien een eigen bulletin begonnen waarvoor hij zelf ook de fondsen werft. Het nieuwste nummer, het zevende, werd gesponsord door het Goethe Instituut, dat vorige maand een workshop in Moskou organiseerde met Russische en Duitse architecten.

Tot de eersten die een eigen bureau oprichtten, inmiddels drie jaar geleden, behoorden Dmitry Velitsjkin (33) en zijn drie compagnons. Ze hebben nu tien ingenieurs en twee tekenaars in dienst - allemaal nog in hetzelfde driekamer-appartement. Velitsjkin had al naam gemaakt als 'papieren architect' door deel te nemen aan binnen- en buitenlandse prijsvragen toen een Russische klant hem vroeg een bestaand gebouw tot theater te verbouwen. Sindsdien heeft hij winkels en kantoren verbouwd en woonhuizen en een bank gebouwd. Op het ogenblik werkt hij samen met beeldende kunstenaars aan de verbouwing en inrichting van een appartement van 250 vierkante meter en aan de bouw van een villa buiten Moskou.

“Tachtig procent van onze opdrachtgevers zijn Russen,” zegt hij. “Door de overgang naar een markteconomie is er nu vraag naar aantrekkelijke winkels en woningen.” Velitsjkin vindt dat Russen niet moeten concurreren met buitenlandse firma's, maar hun moderne technologie en materialen aanvullen met traditionele ambachtelijke vaardigheden die in het Westen allang verloren zijn gegaan. “Voor ons is het makkelijker om een marmeren zuil te maken dan een verchroomde pijp.”

Menigeen in de architectuurwereld vraagt zich af hoe Russische opdrachtgevers aan zo veel geld komen. Hoewel niemand in details wil treden, vermoeden sommigen hier de activiteit van de lokale mafia, die op veel terreinen vrij spel heeft nu de overheid is lamgeslagen. Maar wie wil werken, stelt niet te veel vragen.

In Sint Petersburg probeert directeur Anatoly Marchenko van de staatsinstantie Restavrator die oude ambachtelijke kennis voor uitsterven te behoeden. Restavrator, die in interieurs is gespecialiseerd, werd opgericht om de tijdens de oorlog beschadigde gebouwen te helpen restaureren. “Een paar jaar geleden hadden we 1600 werknemers, maar 300 van hen zijn inmiddels vertrokken om voor zichzelf te beginnen. Ik vind het treurig om hen hun talent te zien verspillen aan het maken van souvenirs, maar ze worden tenminste in harde valuta betaald.”

Op 1 januari wordt Restavrator geprivatiseerd en worden de werknemers aandeelhouders. Dat betekent ook het eind van de sociale voorzieningen: zomerkamp voor de kinderen, medische faciliteiten, gesubsidieerd eten. Maar deze instelling heeft niets meer van het stadsbestuur te verwachten. Dat bleek vorig jaar tijdens de restauratie van het beroemde Peter en Paul-fort: de stad kon vier maanden lang niet eens de salarissen uitbetalen, laat staan de materiële werkzaamheden.

“Ik heb er op de televisie schande van gesproken en toen is een Russisch bedrijf voor die vier maanden bijgesprongen,” aldus de directeur. “De rest van het project financieren we zelf.” Daartoe werkte Restavrator samen met een Zweeds bedrijf aan de restauratie van het dure Hotel Europe aan de Nevski Prospekt. Met de daarmee verdiende harde valuta - die dankzij de inflatie elke dag meer roebels opbrachten - konden zowel het personeel als het werk worden betaald.

Volgens Marchenko zijn er in Sint Petersburg ongeveer drieduizend monumenten die dringend aan restauratie toe zijn. “We kunnen er per jaar maximaal meer honderdtwintig doen, dus zijn we gedwongen voorrang te geven aan gebouwen die een commerciële bestemming krijgen.”

De ruimte ordenen in een stad die zo snel verandert als Moskou is lastig, dat geeft Georgy Yusin, adunct-directeur van het Moskou Planningsinstituut, grif toe. Hij geeft een aantal voorbeelden: “Mensen trekken in grote getale hierheen, ook illegaal. Het snel groeiende aantal auto's is een belasting voor de wegen en het milieu. Het is nu toegestaan flats te verkopen, we zullen rekening moeten houden met veranderende eigendomsverhoudingen. Werkloosheid neemt toe. Tegelijkertijd ontstaan er allerlei grijze economische circuits. En de bedrijven die sinds de vorige eeuw langs de oevers van de Moskva zaten, trekken de stad uit. De vorige masterplans voor Moskou dateren uit 1935 en 1971; deze toekomstschets gaat niet verder dan 2010.”

Het plan voorziet in een stedelijke organisatie die onder de huidige omstandigheden utopisch lijkt: de buitenring moet een recreatiezone worden, met daarbinnen een nieuwe technische universiteit en woonwijken (“Geen flatblokken, maar afzonderlijke huizen”) en het scheppen van een aantal nieuwe subcentra in de buitenwijken van Moskou. “Wil de stad overleven, dan zullen particuliere investeerders privileges moeten krijgen die het bestuur ook waar kan maken.”

Een van de weinige gemeentelijke projecten die van de grond komt, is de stadsvernieuwing in de Oktozhenka, een wijk ten zuidwesten van de Kremlin die aan de onderkant begrensd wordt door de Moskva. Dat hier überhaupt nog iets gebeurt, is vooral te danken aan de inzet van een ander particulier bureau van pas een jaar oud onder leiding van architect Alexander Skokan, zelf buurtbewoner. In de praktijk heeft hij carte blanche, niet alleen voor de architectuur maar ook de planning en zelfs voor het organiseren van prijsvragen onder potentiële investeerders. “Er zijn meer dan genoeg mensen die in deze tijden van inflatie begrijpen dat grond en onroerend goed veilige beleggingen zijn,” legt hij uit. “De stad heeft daarom bepaald dat er tegenover ieder commerciële onderneming, een vergelijkbaar sociaal project moet staan. Een investeerder mag pas bouwen als hij niet alleen het hoogste bedrag biedt, maar ook bereid is het meeste voor de wijk te doen.” Wel is de langdurige onduidelijkheid over grondzaken een van de voornaamste obstakels. Tot nu toe zijn er op deze manier drie projecten vergeven; de bouw zal binnenkort beginnen, hoopt hij.

Aan de bouw van een groot bankkantoor aan de oevers van de Moskva wordt al gewerkt. Het is een ontwerp van Skokans bureau samen met Italianen, Fransen, Finnen, Oostenrijkers en Duitsers. Met een wrange glimlach zegt hij: “Zo wordt de Russische architectuur nog eens internationaal.”