"Kanker ook behandelen voor beter leven'

DEN BOSCH, 17 NOV. In Nederland zijn op dit moment ongeveer 25.000 kankerpatiënten, die in aanmerking komen voor zogenoemde palliatieve behandeling. Dat wil zeggen dat medische ingrepen niet meer op genezing, maar op een betere kwaliteit van leven en misschien enige levensverlenging zijn gericht.

Over palliatieve kankerbehandeling bestaat in Nederland nog onvoldoende kennis. Vaak wordt met de patiënt niet openlijk het doel van de behandeling besproken. “Grote obstakels zijn nog de negatieve attitude van gezondheidswerkers, een gebrek aan begrip en deskundigheid doordat de opleidingen er onvoldoende in voorzien en onvoldoende benutting van de aanwezige deskundigheid en de al bestaande mogelijkheden.”

Dat zei afgelopen vrijdag op een symposium in Den Bosch mr. R.M. Haas-Berger, voorzitter van de Nationale Commissie Chronisch Zieken (NCCZ). Het symposium werd gehouden ter gelegenheid van van tienjarig bestaan van het Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ). Nederland telt negen integrale kankercentra (IKC's), die kennis op het gebied van kankerbestrijding in hun regio doorgeven aan werkers in de gezondheidszorg. Het doel van de IKC's is om in het hele land een hoog niveau van kankerzorg te bereiken.

Over de inhoud van het begrip palliatieve zorg bestaan vaak misverstanden. Mevrouw Berger van de NCCZ zei dat onder palliatieve zorg niet uitsluitend kankerchirurgie, kankerbestraling en kankerchemotherapie moet worden verstaan. Er moet ook aandacht komen voor de behandeling van pijn, voor de zogenoemde psychosociale begeleiding, de ondersteunende zorg voor de naasten van de kankerpatiënt en tenslotte voor een goede stervensbegeleiding.

Berger vroeg zich af of men zich in de gezondheidszorg wel voldoende bewust is dat pogingen om ongeneeslijke aandoeningen met een methode te behandelen die gericht is op genezing “niet altijd in het belang zijn van de patiënt; in plaats daarvan hebben ze een gedegen palliatieve zorg nodig.”

Verschillende specialisten die tijdens het symposium een inleiding hielden zeiden dat het vaststellen van de kwaliteit van het leven van een patiënt bij een palliatieve behandeling van kanker moeilijk is. De Amsterdamse psycholoog N.K. Aaronson, verbonden aan het in kanker gespecialiseerde Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam, wees er op dat de beoordeling van de kwaliteit van leven door de patiënt alleen is te achterhalen door indringende interviews. “Maar dat kost natuurlijk erg veel tijd en de interpretatie blijft een probleem.”

De eveneens aan het Van Leeuwenhoek ziekenhuis verbonden internist W.W. ten Bokkel Huinink zei dat uit ervaring is gebleken dat ongeveer de helft van de patiënten na een "open gesprek” afziet van palliatieve behandeling in de zin van verdere chirurgie, radio- of chemotherapie. Volgens Ten Bokkel Huinink is een palliatieve behandeling met chemotherapie echter vaak goed mogelijk zonder bijwerkingen. Hij noemde hormonale preparaten tegen borstkanker en prostaatkanker. Ten Bokkel Huinink pleitte er overigens voor om niet te snel af te zien van genezende behandeling: “Chemotherapie is van oudsher verbonden met kwalificaties als haaruitval, misselijkheid, braken en gewichtsverlies. Dat moge waar zijn voor het verleden, maar de huidige stand van zaken wettigt een ander inzicht. Hoog gedoseerde chemotherapie resulteert bij een aantal tumortypes in zo veel betere behandelingsresultaten dat de voordelen de nadelen overtreffen.”

Bij mensen met onder meer maag- en longkanker is de duur van de verbetering van de gezondheidstoestand na een agressieve op genezing gerichte therapie in vijftig procent van de gevallen minder dan een jaar, maar bij kankertypes als Non-Hodgkin-lymfomen (een vorm van lymfeklierkanker) is er in de helft van de gevallen kans op een verbetering van meer dan een jaar.

De Engelse medicus S. Ahmedzai beschreef ten slotte de werkwijze van het Leicesterhire Hospice, waar men kankerpatiënten bijstaat in de laatste fase van hun leven en waar men veel ervaring heeft met palliatieve behandelingen. De 25 patiënten worden omringd door een team van deskundigen: medische specialisten, diëtisten, psychotherapeuten, sociale werkers en geestelijken. Er bestaan meer van dit soort centra in Groot-Brittannië.

Tijdens de discussie aan het einde van het symposium kreeg Ahmedzai veel kritische vragen te beantwoorden. De zogenoemde hospitiums of sterfhuizen zouden in Engeland bestaan omdat de zorg voor kankerpatiënten in de algemene ziekenhuizen en in de verpleeghuizen ver beneden de maat is. Volgens Ten Bokkel Huinink is er niks nieuws onder de zon omdat in Nederland de in kankerbehandeling gespecialiseerde ziekenhuizen, het Amsterdamse Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis en de Daniel den Hoedkliniek in Rotterdam, zich al sinds jaar en dag met de integrale zorg, ook op psycho-sociaal terrein, bezighouden.