Franerex beschuldigd van levering hulzen aan Irak

BREDA, 17 NOV. De munitiefabriek Franerex uit Woensdrecht heeft in 1989 zonder vergunning patroonhulzen geëxporteerd naar Irak. Op papier waren de 2350 hulzen bedoeld voor Griekenland, maar daar is de partij nooit terecht gekomen. Irak zou de hulzen hebben gebruikt bij het maken van het zogenaamde "superkanon'.

Dit bleek gisteren tijdens een rechtszaak tegen het bedrijf voor de rechtbank in Breda. De officier van justitie eiste voor de illegale uitvoer uiteindelijk een boete voor Franerex van 50.000 gulden. Eerder was een boete van 40.000 gulden opgelegd, maar deze was niet betaald.

Het onderzoek tegen het bedrijf is in december 1990 begonnen. Daarbij werd onder andere de administratie van de onderneming in beslag genomen. Franerex wordt naast de illegale levering ook beschuldigd van valsheid in geschrifte en het verschaffen van onjuiste gegevens bij het aanvragen van exportvergunningen.

Het onderzoek tegen Franerex kwam op gang na de moord op G. Bull in Brussel in 1989. Bull werd voor zijn appartement doodgeschoten door, zo wordt aangenomen, de Israelische geheime dienst. Bull was een goede vriend van de directeur van Franerex. Het bedrijf van Bull had onder meer een dochteronderneming in Griekenland. Via deze onderneming zouden de goederen van Franerex naar Irak zijn verzonden.

De directeur van Franerex beweerde gisteren voor de rechtbank nergens van af te weten. Hij zou slechts een Nederlandse exportvergunning hebben aangevraagd, zonder te weten dat de goederen voor Irak waren bestemd. De rechtbank zal op 30 november uitspraak doen.

De Nederlandse onderneming Delft Intsruments kwam eerder in het geding wegens de levering van verboden goederen naar Irak. Tot kort voor het uitbreken van de Golfoorlog leverde Delft Instruments nachtzichtapparatuur aan Irak. De Verenigde Staten straften het bedrijf voor deze levering. Omdat de betrokken apparatuur Amerikaanse onderdelen bevatte, verbood de regering in Washington Amerikaanse bedrijven nog langer zaken te doen met Delft Instruments. Mede als gevolg van deze boycot leed de onderneming in 1991 een verlies van 50 miljoen gulden en daalde de omzet 16 procent.

De Duitse inlichtingendienst (BND) stelde begin dit jaar een lijst op van bedrijven uit verschillende landen die materiaal voor de produktie van kernwapens aan Irak hadden geleverd. Daarin werdt ook gewag gemaakt van Nederlandse bedrijven, alsmede van Amerikaanse, Chinese en Japanse producenten en fabrieken uit de voormalige Sovjet-Unie. (ANP)