Engagement van Frank Frank, International Journal ...

Engagement van Frank Frank, International Journal of Contemporary Writing & Art. Nr.14, 190 blz. $9.95/60FF. Boite Postale 29, 94301 Vincennes Cédex France.

Weelderig journalistiek Atlas 4. Uitg.Contact, 168 blz.ƒ14,90

Rodenko herleeft Bzzlletin 199, Paul Rodenko. Bzztôh, 80 blzƒ12,50

Engagement van Frank

Twee keer per jaar verschijnt Frank, een Amerikaans literair tijdschrift dat net als eerst The Paris Review in Parijs zijn basis heeft. Het leggen van transatlantische literaire relaties tussen Parijs en Boston, waar in 1983 het blad werd opgericht, is niet het doel van Frank. Oprichter David Applefield wil het liefst een breed literair tijdschrift maken dat bijdraagt aan de bewustwording van wereldproblemen bij zijn lezers - een ouderwets klinkend programma. Zo werd het vorige nummer gewijd aan Vaclav Havel.

Sinds een tijdje adverteert Frank met de slogan "Why Take It For Granta?' Anders dan Granta geeft Frank beeldende kunsten alle ruimte en is veel meer literair dan journalistiek. Heeft Frank een vraaggesprek met en gedichten van een dichter uit de Chuvash Republiek, Granta zou dan een beroemd schrijver of verslaggever naar die regio sturen en een fraaie, beeldende reportage plaatsen.

De jongste Frank schenkt in de rubriek "Fiction & America' aandacht aan Frederick Barthelme, in "Paris Documents' aan Samuel Beckett én de Zuidafrikaanse Nadine Gordimer, en in het uitvoerige "Foreign Dossier' aan de literaire voortbrengselen van de Republiek Congo naast Zaïre. Tussen de kunstenaars valt de naam van Marc Brusse (Alkmaar, 1937) op, van wie twee bronzen werken zijn afgebeeld, en die van "vader van de rapmuziek' Linton Kwesi Johnson, met teksten van Tings an' Times:

Husack

e ad to go

Honnicka

e ad to go

Cauchescu

e ad to go

jus like apartied

wi av to go

Frederick Barthelme, niet te verwarren met zijn beroemdere schrijvende broer Donald Barthelme (1931-1989), werd geïnterviewd door Kim Herzinger, zijn aanstaande biograaf. Die het niet gemakkelijk zal hebben, want F. Barthelme is zo vaag en kletserig als wat - heel anders dan in zijn "minimalistische' romans en verhalen.

Van Beckett werden twaalf even sombere als sobere gedichten opgenomen. Nobelprijswinnaar 1991, Gordimer, doet vluchtig haar zegje over de beëindigde culturele boycot van Zuid-Afrika. Ze was altijd voorstander van de academische en de culturele boycot, maar maakte een uitzondering voor boeken. “Artiesten zijn hier welkom - zolang ze niet alleen maar komen om geld te verdienen en bereid zijn hun talenten te delen op een eenvoudig niveau, zoals het geven van workshops aan onze eigen kunstenaars.”

Het Congo-Dossier, tenslotte, met 106 bladzijden, wordt vanuit Brazzaville geïntroduceerd door een verzaligde blanke Applefield: “There was wisdom here to be experienced and shared, a civilization that dwarfed the western version of the concept. I felt peaceful and humble, far from any world that I knew. (-) after several days I no longer knew what color I was. If you're used to being part of the majority and the majority changes, you continue to feel part of it. (-) The language we shared was poetry.”

Het kan zijn dat juist dit idealistische het verschil in omvang verklaart tussen de lezerskringen van Frank en Granta.

Frank, International Journal of Contemporary Writing & Art. Nr.14, 190 blz. $9.95/60FF. Boite Postale 29, 94301 Vincennes Cédex France.

Weelderig journalistiek

Méér Granta dan Frank is Atlas, het Nederlandse tijdschrift "voor echte lezers' waarin vrijwel alle auteurs tevens (reis)journalisten zijn.

Het nieuwe, vierde nummer heeft geen thema, of het moest "ver' zijn. Roemenië; Spanje, Turkije en Frankrijk; de Russische Amerikaan Joseph Brodsky; Amerika; Italië met Redmond O'Hanlon; Kaloega in het Jaar van de Staatsgreep; Curaçao; Ethiopië.

Granta-held O'Hanlon droomde tijdens ontberingen langs de Amazone-rivier van Italiaanse wijn en besloot op expeditie naar Padua te gaan, waar een Oxfordse vriend van hem woont. Het lijkt er meer op dat O'Hanlon last heeft van wat lang onderdrukte seksuele driften, want hij kletst de lezer half in slaap over het jonge vriendinnetje van zijn vriend. En over andere on-oerwoudse geneugten: verfijnde wijnen en gerechten.

Twee medewerkers werden geholpen met bijdragen uit het nog jonge Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, Martin Schouten en Chris van der Heijden. Met een stuk over sporen van sefardische joden in Turkije (de wijk Balat in Istanboel) en Portugal (Belmonte) opent reis-historicus Van der Heijden dit nummer. Hij maakt ons zo nu en dan deelgenoot van zijn (reis)journalistieke twijfels: “Een volledig in het zwart gehuld mevrouwtje (-) duwt tegen het hek van het kerkhof. Als het piept, lach ik en maak een aantekening in mijn boekje: "macabere sfeer (vrouwtje als kraai, wind, ruïne), niet beschrijven, cliché te groot, ongeloofwaardig'.”

Gek eigenlijk dat juist Atlas in dit nieuwe nummer helemaal geen aandacht schenkt aan de affaire-Van Dis, waarmee toch een stevige knauw is gegeven in de wortels van de Nederlandse reisjournalistiek.

Van der Heijden geeft zijn lezers nadrukkelijk een reden voor zijn onderzoek: “het opmerkelijk vermogen van de sefardische joden te leven in een multi-culturele maatschappij. Zij zijn de hoop van het Europa van morgen en van het Midden-Oosten van vandaag.”

Heel wat neerslachtiger zijn Louise Fresco en Eva Bentis, die schrijven over moordlust in respectievelijk het communistische Ethiopië en post-Ceausescu-Roemenië.

Aafke Steenhuis beschrijft het oermoedergevoel dat ze had toen ze een ziekige Joseph Brodsky interviewde - het piëtà-sentiment moest snel plaats maken voor iets anders toen hij sexuele avances begon te maken.

Oud-Rusland correspondente Laura Starink leeft zich in "De koopman van Kaloega' uit met een weelderig gebruik van bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, waar kranteredacties gewoonlijk niet zo dol op zijn. Haar Rusland komt zo tot leven: “Als de trein zich in beweging zet, beslaan de ramen. Langzaam vult de wagon zich met de bittere geur van goedkope tabak, natte jassen en onuitgeslapenheid. We boemelen in de gebruikelijke slakkegang. (-) Russische rails kreunen en klagen bijna net zo hard als hun vruchtgebruikers. Russische rails zijn even sleets en misbruikt als hun passagiers en de trein houdt daar barmhartig rekening mee.”

Tegenwicht voor Midas Dekkers: Jan Brokken schrijft over zijn kynofobie, de waakhonden van Tip Marugg, een hoerenhondje en een vals Jappenkamphondje. Martin Schouten tenslotte schreef een reisreportage vanuit de Mississippi-delta (geweld en geloof), ook met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Atlas 4. Uitg.Contact, 168 blz.ƒ14,90

Rodenko herleeft

Nieuwe griffels, schone leien: wie kent Rodenko's bloemlezing van de experimentelen niet? Onlangs stond er een stuk in Vrij Nederland over de essayist, dichter en bloemlezer (1920-1976), nu is er een themanummer van Bzzlletin over hem. Tekstbezorger Koen Hilberdink opent het met een biografische bijdrage in telegramstijl. Wiel Kusters bespreekt Rodenko's verzamelde gedichten Orensnijder tulpensnijder, Odile Heynders de relatie tussen essayist Rodenko en dichter Gerrit Achterberg. “Achterberg is voor Rodenko de schakel tussen verleden en toekomst, tussen traditie en modernisme, expressiviteit en autonomie.”

Huub Beurskens en Koen Vergeer trekken Rodenko de hedendaagse poëzie weer in. Beurskens bromt een beetje op de gevoelenspoëzie van Hans Verhagen en Anna Enquist, las de eerste twee (van de vier) delen Verzamelde essays en kritieken van Rodenko en vreest dat zijn experimentele poëtica inmiddels passé is. “De hele voorleesavondcultuur berust juist op de misvatting die Rodenko heeft proberen te ontzenuwen, dat de "persoonlijkheid' van een gedicht samenvalt met de persoonlijkheid van de schrijver.” Over Enquist zegt Beurskens, alsof hij het over iets vies heeft: “Zij is uit op human interest.”

Beurskens' "Bedenkingen van een hartevreter' slaan slechts ten dele op Rodenko. Die lijkt niet meer dan een kapstok voor zijn ongenoegen: “Waar het in de kunst om gaat is niet waar het in de cultuur om gaat!”

Koen Vergeer presenteert Joost Zwagerman en Esther Jansma als echte, Rodenko-getrouwe, autonomistische dichters.

Bzzlletin 199, Paul Rodenko. Bzztôh, 80 blzƒ12,50