Economie in diep dal

Van de Scandinavische landen kampt niet alleen Zweden met een recessie. Ook Finland bevindt zich economisch in een diep dal. Het bruto nationaal produkt daalde vorig jaar met 6,5 procent ten opzichte van 1990, de werkloosheid zal dit jaar uitkomen op 12 procent en de totale buitenlandse schuld van Finland is opgelopen tot 38 procent van het bruto nationaal produkt. Daarmee beleeft Finland de ernstigste crisis sinds de jaren dertig.

In deze sombere situatie is alle hoop gevestigd op de bezuinigingsmaatregelen die de centrum-rechtse regering van premier Esko Aho half oktober bekend maakte. Kern van het bezuinigingspakket is dat de overheidsuitgaven tot 1995 worden bevroren en terugkeren tot het niveau van 1991, toen de regering-Aho aantrad. In 1993 moet dat 8,4 miljard markka (ongeveer 3 miljard gulden) opleveren, in 1994 16 miljard en het jaar daarop zelfs 20 miljard markka.

Het zwaarst getroffen door de bezuinigingen worden de landbouwsubsidies, de pensioenen en de werkloosheidsuitkeringen. Voorts zal de pensioengerechtigde leeftijd worden opgetrokken van 63 naar 65 jaar, zullen de gezondheidszorg en het onderwijs niet langer gratis zijn en wordt de belasting op inkomens boven de 275.000 markka per jaar met 4 procent verhoogd.

Belangrijkste doel van de maatregelen is het begrotingstekort van 60 miljard markka (ongeveer 22 miljard gulden, 10 procent van het bnp) terug te dringen tot aanvaardbare proporties. De regering streeft naar een daling met 10 miljard markka in het komende jaar. Ook de schuld die de overheid de afgelopen jaren heeft gemaakt (160 miljard markka; 27 procent van het bnp) moet omlaag. Belangrijkste oorzaken van de oplopende schuld waren de dalende belastinginkomsten als gevolg van de recessie, de enorme kosten van werkloosheidsuitkeringen en de steun aan de noodlijdende banksector.

Maar er zijn enkele lichtpuntjes voor de Finse economie. Op de financiële markten in Finland is het crisispakket van premier Aho goedkeurend ontvangen. De nationale munt werd begin september losgekoppeld van de ECU (waaraan de markka "denkbeeldig' vast zat met oog op het toekomstige EG-lidmaatschap van Finland) omdat spaarders massaal hun geld opnamen en naar het buitenland brachten, is na een devaluatie van 11 procent thans stabiel en zelfs weer iets in waarde gestegen. Vorig jaar werd de markka al met 12,3 procent gedevalueerd.

De export zal als gevolg van de lagere waarde van de markka dit jaar met 9 procent stijgen, volgens het ministerie van financiën in Helsinki, en volgend jaar met naar schatting 11 procent. De Finse overheid hoopt dat door de stijgende export het tekort op de lopende rekening (18 miljard markka) tot nul kan worden gereduceerd.

De export kreeg de laatste jaren gevoelige klappen door het instorten van de vraag in de voormalige Sovjet-Unie. De handel van Finland met dit blok daalde vorig jaar met maar liefst 65 procent. De textielindustrie kreeg het het zwaarst te verduren: de export daalde met 30 procent. Ook andere belangrijke afzetmarkten van Finland - Groot-Brittannië en Zweden - verkeren in grote economische problemen.

De verwachting is dat door de bezuinigingsmaatregelen van de regering de negatieve groei volgend jaar beperkt zal blijven tot 1,5 procent, beduidend minder dramatisch dus dan de -6,5 procent van vorig jaar.

Voor één probleem heeft de regering nog geen oplossing bedacht: de enorme werkloosheid. Dit jaar zitten 300.000 Finnen zonder werk, ofwel 12 procent van de beroepsbevolking. Dat is bijna drie maal zoveel als in 1988, toen de werkloosheid 4,5 procent bedroeg. Daarmee heeft Finland een van de hoogste werkloosheidspercentages van Europa. Veel uitzicht op verbetering is er nog niet, maar mogelijk zal het percentage deze winter zijn piek bereiken: 14 procent, ofwel 350.000 werklozen.