Bijstand voor Brinkman

Heeft het zin te reageren op elke proefballon die een politicus oplaat in zijn ijdel streven om zich in de media te profileren? Langzamerhand zijn verstandige burgers geneigd schouderophalend voorbij te gaan aan de meest recente oprisping vanuit de residentie. Gevaarlijke lankmoedigheid: ondeugdelijke, maar onvoldoende weersproken suggesties van politici kunnen daardoor bijna ongemerkt het Staatsblad halen. Op dat moment is Nederland in last.

Tegen deze achtergrond verdient een recente gedachte van de fractievoorzitter van het CDA krachtige bestrijding. Blijkens een interview in de Volkskrant van 7 november jongstleden wil de heer Brinkman af van een grondbeginsel van onze sociale verzekeringen: iedereen in dezelfde omstandigheden heeft recht op dezelfde uitkering. Gezinnen met een tweede inkomen en jongeren zouden in de toekomst een lagere uitkering moeten krijgen, ten gunste van bij voorbeeld oudere weduwen, of alleenstaande vrouwen zonder pensioen. Misschien spreekt deze gedachte sommigen aan. Twee samenlevende WAO'ers kunnen goed van hun uitkering rondkomen, maar in veel eenoudergezinnen is schraalhans keukenmeester. Het lijkt daarom nogal voor de hand te liggen om het voor uitkeringen beschikbare geld wat anders over de economisch niet-actieven te verdelen.

Maar ho even! De voorman van het CDA schijnt zich niet te realiseren dat Nederland al een regeling kent, waarbij de hoogte van de uitkering nauwkeurig is afgestemd op de leefomstandigheden. De Algemene bijstandswet, een sociale voorziening die het vangnet vormt van ons sociale stelsel, verschaft precies de door Brinkman gewenste sociale zekerheid op maat. Twee samenlevers ontvangen elk een verzelfstandigde bijstandsuitkering gelijk aan vijftig procent van het netto minimumloon. Alleenstaanden krijgen zeventig procent van het netto minimumloon, omdat zij geen schaalvoordelen genieten door samen met een ander een huishouding te voeren. De bijstand voor alleenstaande ouders is gelijk aan negentig procent van het netto minimumloon. Voordeurdelers' - zoals bewoners van een kraakpand - toucheren zestig procent. Omdat zij de kosten van huisvesting delen, kunnen zij in de ogen van de wetgever met minder bijstand per persoon toe. In aanvulling op deze gedifferentieerde uitkeringsbedragen kan de gemeentelijke sociale dienst bijzondere bijstand verlenen aan mensen met uitzonderlijke lasten en onkosten.

Afgezien van een tijdelijke en beperkte vrijstelling voor neveninkomsten wordt de bijstandsuitkering gekort voor elke gulden die de uitkeringsontvanger en zijn eventuele partner verdienen. De hiertoe noodzakelijke toets op eigen middelen en de controle op de samenstelling van het huishouden maken de bijstandswet uiterst fraudegevoelig en moeilijk uitvoerbaar. Bovendien ervaren uitkeringsontvangers geen enkele prikkel om betaald werk te aanvaarden. Als gevolg van de middelentoets' worden de vruchten van eigen inspanning immers volledig op de uitkering gekort.

Dit bijstand-systeem wil Brinkman universeel gaan toepassen, met alle bezwaren vandien. Door alle uitkeringen te verbijzonderen naar individuele omstandigheden, neemt de fraudegevoeligheid van het sociale stelsel nog enorm toe, terwijl een leger extra ambtenaren nodig is om de regeling uit te voeren en te controleren. Terecht zijn de uitlatingen van de CDA-aanvoerder daarom van verschillende kanten onder vuur genomen.

Het is verbazingwekkend, dat deze onrijpe gedachte vanuit CDA-hoek is gelanceerd. Juist in christen-democratische kring pleegt men het belang van de verzekeringsgedachte te benadrukken: wie premie heeft betaald voor een sociale verzekering, heeft onder bepaalde voorwaarden recht op een uitkering, ongeacht zijn inkomens- en vermogenspositie. Daarom is de uitkering krachtens een volksverzekering, zoals de AOW, voor een miljonair even hoog als voor een werknemer zonder enig aanvullend pensioen. Het (nagenoeg) ontbreken van een middelentoets maakt het aantrekkelijk om ook zelf te sparen voor de oudedag en maakt de AOW eenvoudig uitvoerbaar.

Bij de werknemersverzekeringen, zoals de WAO en de WW, is de uitkering volledig geïndividualiseerd. De uitkering van werklozen en arbeidsongeschikten hangt uitsluitend af van het laatstverdiende loon. Krijgt Brinkman zijn zin, en wordt bij de bepaling van de uitkeringshoogte gelet op andere inkomsten en gezinssituatie, dan brengt de verzekeringsgedachte mee dat deze factoren straks ook een rol moeten spelen bij de premiestelling. Bij een verzekering bestaat immers ruilevenwicht tussen premie en uitkering? Het is evenwel ondoenlijk de werkgevers op te zadelen met zo'n gedifferentieerde premieheffing. Dan kan Nederland, in navolging van de CDA-voorman, de sociale verzekeringen beter afschaffen en iedereen voortaan direct onder de bijstandswet laten vallen. Die kant moet het echter niet op.

Daarom een dringend advies aan de adviseurs van Brinkman: Heren, zet een wacht voor zijn lippen. Sta hem beter bij, opdat een universeel bijstand-stelsel ons bespaard blijft.