Beurs herbergt toch nog 21 groeifondsen

Op de Amsterdamse effectenbeurs staan te weinig groei-aandelen genoteerd, zo luidt de klacht van veel analisten en institutionele beleggers. Uit berekeningen van effectenkantoor Bangert, Pontier & Partners blijkt dat er toch nog 21 Nederlandse fondsen in aanmerking komen voor de eretitel groeiaandeel. Onder groeifondsen verstaat Bangert ondernemingen die de laatste vijf jaar (1986 - '91) een winstgroei van tenminste 5 procent hebben laten zien en tot dusver dit jaar eveneens een positieve winstontwikkeling hebben gepubliceerd.

Helemaal bovenaan staat Aalberts met een gemiddelde winstgroei van 29,5 procent. Andere fondsen die meer dan 15 procent haalden, zijn Wegener (20,1), Otra (22,6), Getronics (22,1), Atag Holding (16,7) Elsevier (18,8), Hagemeijer (16,4) en Sphinx (17,7). De gemiddelde winstgroei in de periode 1986-'91 van de 21 groeifondsen bedroeg 14,4 procent, terwijl de EOE-koersindex in de periode daalde met zes procent.

De gemiddelde koers/winst verhouding van de groeifondsen was 11,3. Beleggers waren bereid ruim elf keer de winst per aandeel voor de stukken te betalen. In beurskringen wordt de vuistregel gehanteerd dat het aantal malen dat de laatste winst wordt betaald ongeveer gelijk is aan het percentage winstgroei per jaar. Voor de meeste hoofdfondsen uit deze lijst gaat deze vuistregel op, maar niet voor fondsen die genoteerd staan op de lokale markt. Bij Wolters Kluwer, Elsevier, Ahold, CSM, Unilever en Grolsch ligt de koers/winst verhouding in de buurt van de jaarlijkse winstgroei. Voor topper Aalberts heeft de belegger daarentegen slechts 7,4 maal de winst over.

“Een van de oorzaken van dit verschil is dat kleinere fondsen minder in het nieuws zijn”, zegt analist A. Poos van Bangert, Pontier & Partners. “Bovendien zijn kleinere fondsen vaak minder liquide. Bij een fonds als Getronics komt daar nog bij dat al het slechte nieuws over de computersector een drukkend effect heeft op de koers.”

Poos vindt dat voorzichtig met de koers/winst verhouding moet worden omgesprongen. “De winst is een getal onder de streep dat kan worden gemanipuleerd door bij voorbeeld bijzondere baten en lasten op te voeren of het verhogen of verlagen van de afschrijvingen. In die zin geeft de verhouding tussen de cash flow (afschrijvingen plus winst) een minder vertekend beeld”, aldus Poos.