Anderhalf procent

DE OMVANG van de ontwikkelingshulp die rijke landen verstrekken, blijkt in de praktijk samen te hangen met de omvang van hun publieke sector. Hoe groter de overheidsbemoeienis in het donorland zelf, des te omvangrijker is het bedrag voor hulp aan arme landen. In Nederland, waar drievijfde van de nationale economie over de overheid loopt, is het bedrag dat voor ontwikkelingshulp wordt uitgetrokken dan ook hoog vergeleken met andere industrielanden. Opmerkelijk is dat tien jaar nadat in Nederland de discussie over de terugtredende overheid op gang kwam, pas gisteren de Tweede Kamer een besluit nam om ontwikkelingssamenwerking niet te ontzien. Daarmee volgt Nederland de Scandinavische landen, lange tijd mèt Nederland de voortrekkers op het gebied van solidariteit met de Derde wereld, die de afgelopen maanden hebben aangekondigd hun ontwikkelingsbudget te verlagen.

Sinds het kabinet-Den Uyl trekt Nederland 1,5 procent van het netto nationale inkomen uit voor ontwikkelingshulp. Dit betekende dat de groei van de nationale economie zich automatisch vertaalt in meer geld voor de minister van ontwikkelingssamenwerking. Terwijl andere ministeries moesten bezuinigen, bleef de begroting van achtereenvolgens de ministers Schoo, Bukman en Pronk groeien. Dat gaf scheve ogen in Den Haag en in de jaarlijks terugkerende bezuinigingsrondes is steeds vaker een greep gedaan in de ontwikkelingskas om andere min of meer aan de Derde wereld gerelateerde uitgaven te doen. Terwijl de fictie van de 1,5-procentsnorm werd hooggehouden, fungeerde de minister van ontwikkelingssamenwerking steeds vaker als kassier van zijn collega's. Uit zijn begroting werd geplukt voor de opvang van asielzoekers, voor onderwijs aan immigranten, vredesoperaties van het leger in Cambodja en voor de aanschaf van een militair transportvliegtuig.

HET IS HOOG tijd dat de "vervuiling' van de ontwikkelingsbegroting wordt afgetrokken. Verlost van het automatisme over het te besteden percentage van het nationale inkomen ontstaat ruimte om het inhoudelijke debat over ontwikkelingshulp te heropenen. Daarbij kan ook de vraag naar de effectiviteit van de hulp en naar het binnenlandse beleid van de ontvangende landen opnieuw aan de orde komen.

Pronk heeft de afgelopen drie jaar zijn ministerie met de voor hem karakteristieke bezetenheid in beweging gebracht. Hij is bezig de administratieve puinhoop van zijn voorgangers op te ruimen en heeft bij de projecthulp de aandacht voor internationale thema's zoals vrouwen en milieu aangescherpt. Hij heeft de vrijblijvendheid van de particuliere hulporganisaties ingeperkt. Bovendien heeft hij na aanvankelijke aarzeling oog gekregen voor de ontwikkelingsproblemen van voormalige Sovjet-republieken.

ONTWIKKELINGSHULP in de jaren negentig is ontdaan van zijn idealistische component. Wie als particulier goed wil doen voor de Derde wereld, neemt deel aan de Nationale Postcode Loterij en hoopt op een miljoen voor zichzelf. De overheid heeft afstand gedaan van de pretentie met ontwikkelingshulp de wereld te kunnen verbeteren. Na het besluit om de heilige norm van 1,5 procent los te laten is ontwikkelingssamenwerking een gewone begrotingspost geworden en niet langer een ijkpunt voor de nationale solidariteit.