Alexander Dubcek

De bijdragen, gewijd aan het overlijden van Alexander Dubcek (NRC Handelsblad, 9 november) bevatten enkele vergissingen en vertekeningen.

In de jaren zeventig en tachtig leefde hij in Bratislava onder streng politietoezicht; zijn bewegingsvrijheid was beperkt en aan hem geadresseerde brieven werden teruggestuurd. Zo was het voor hem lange tijd niet mogelijk met andere oppositionelen contacten te onderhouden. Wie meent hem dat te kunnen verwijten oordeelt uit de spreekwoordelijke luie stoel. Dat hij zich niet bij Charta 77 heeft aangesloten, kwam doordat deze beweging van hoofdzakelijk Praagse kunstenaars en intellectuelen in Slowakije praktisch geen aanhang had. Bovendien was zij van meet af aan behoorlijk door de staatsveiligheid geïnfiltreerd, hetgeen diverse oppositionelen voor meedoen deed terugschrikken.

Dubcek was een socialist, die zich reeds geruime tijd vóór de Fluwelen Revolutie van reformcommunist naar sociaal-democraat ontwikkelde, een legitiem denkproces dat, gelukkig, velen in en buiten Tsjechoslowakije hebben doorgemaakt. Men kan deze ontwikkeling volgen aan de hand van brieven die hij in de jaren vóór 1989 aan diverse autoriteiten heeft gestuurd. Misschien was het een fout dat hij te lang in Gorbatsjov bleef geloven; toen deze eindelijk bereid was Dubcek te steunen, was hij zijn macht over Oostmidden-Europa al kwijtgeraakt. Alleen degene die een zo snelle ineenstorting van de Oostblok-regimes had voorzien mag het hem aanrekenen.

De invoering van de Thatcheriaanse markteconomie in Tsjechoslowakije was voor Dubcek een gruwel. Hij vreesde een dreigende tweedeling van de samenleving en besefte welke fatale consequenties dit voor Slowakije en de gemeenschappelijke staat zou hebben. Samen met de Tsjechische geestverwanten trachtte hij hier tegenin te gaan toen hij door het noodlottig ongeval van 1 september aan het politieke bedrijf werd ontrukt.