Aardgaswinning is de oorzaak van vijf Drentse aardbevingen

DEN HAAG, 17 NOV. Vijf aardschokken die zich sinds 1988 bij de Drentse plaatsen Geelbroek en Eleveld hebben voorgedaan, zijn het gevolg van de aardgaswinning. Dit concludeert de Begeleidingscommissie Onderzoek Aardbevingen in een rapport dat gisteren door minister Andriessen (economische zaken) aan de Tweede Kamer is gestuurd. Over enkele andere schokken in het noorden van het land kon de commissie nog geen uitspraak doen. Het onderzoek daarnaar zal worden voortgezet.

De commissie geeft een overzicht van alle bevingen die zich tussen 1986 en augustus 1992 in Noord-Nederland hebben voorgedaan. Daarbij traden krachten op, uiteenlopend van 1,6 tot 2,8 op de schaal van Richter. In alle gevallen is de uitstraling van seismische energie in de vorm van trillingen in grootte-orde 10.000 maal kleiner dan die van de Roermond-aardbeving op 13 april van dit jaar. Dat betekent in de praktijk dat de zwaarste bevingen door velen binnenshuis worden gevoeld. Schilderijen schommelen aan de muur, minder stabiele objecten als een topzware bloemenvaas vallen om en dieren worden onrustig. Koffie klotst over de rand van een vol kopje.

Alle aardschokken in Noord-Nederland zijn waargenomen in gebieden waar ook aardgaswining plaatsheeft. Vooral de bevingen bij Geelbroek en Eleveld zijn goed door het seismometer-netwerk rondom Assen geregistreerd, zodat lokatie en diepte ervan nauwkeurig konden worden bepaald. Uit de seismogrammen kon worden vastgesteld dat deze vijf aardbevingen zich hebben voorgedaan door ,afschuiving langs een bestaande breuk in de aarde, op een diepte van ongeveer drie kilometer, in het reservoir van de gasbel bij Eleveld.

Bij de Nederlandse Aaardolie Maatschappij (NAM) wekken de bevindingen van de commissie weinig verbazing. “Wij hebben nooit de relatie tussen de bevingen en de gaswinning afgewezen”, zegt woordvoerder F. Duut. “Zettingsverschijnselen zijn nooit uit te sluiten.” Aardgas bevindt zich in Noord-Nederland in zandpakketten. De poriën waarin het gas zit nemen tien tot vijftien procent van het volume in beslag. Als het gas eruit wordt gehaald, daalt de druk. Aangezien het gewicht van de lagen die erop liggen gelijk blijft, wordt de gashoudende laag in elkaar geperst. Dat kan heel geleidelijk gaan, maar ook schoksgewijs. Dit gebeurt met name bij grofkorrelig gesteente, aldus de NAM-woordvoerder. Volgens hem zal op een gegeven moment geen verdere inklinking meer optreden: “Wij verwachten dan ook geen grote effecten.”