Vroeger Philipsbedrijf genoemd in Irak-gate

ROTTERDAM, 16 NOV. Een voormalig bedrijfsonderdeel van Philips in Groot-Brittannië wordt genoemd in verband met de levering van geavanceerde meetinstrumenten aan het Iraakse ministerie van defensie, een Iraakse wapenfabriek en een Iraaks centrum voor atoomonderzoek. De laatste zendingen hadden plaats enkele weken voordat Irak in augustus 1990 Koeweit binnenviel.

Het is niet duidelijk of en in hoeverre Philips met deze leveringen exportregels heeft overtreden. Een woordvoerder van Philips kon vanochtend nog geen commentaar geven.

Volgens het Britse dagblad The Times heeft Philips Scientific in Cambridge in de zomer van 1990 onderdelen geleverd voor een geavanceerd meetinstrument waarmee hele fijne verontreinigingen in vloeistoffen en gassen gemeten kunnen worden. Daarnaast zou het bedrijf apparatuur voor het uitvoeren van metingen met lithium en deuterium - grondstoffen voor atoomreacties - hebben geleverd. Tot de klanten van Philips behoorden onder andere de munitiefabriek Hutteen en het centrum voor atoomenergie Tuwaitha. De fabriek is tijdens de oorlog gebombardeerd. Tuwaitha maakte deel uit van de geheime Iraakse installaties, gericht op de ontwikkeling van atoomwapens.

In 1991 werd een deel van Philips Scientific verkocht aan de Amerikaanse onderneming Analitical Technology. Sindsdien gaat het bedrijf onder de naam Unicam door het leven. De huidige directeur van Unicam, J. House, bevestigde in het Times-artikel een deel van de leveranties. Een deel van de gevoelige meetapparatuur was officieel bestemd voor een militair ziekenhuis in Bagdad. De Iraakse afnemers overlegden een certificaat aan de Britse overheid waarin de medische toepassingen van de leveringen werd omschreven. De Britse autoriteiten namen met die motivatie genoegen.

De leveringen hadden plaats in een periode dat er in Groot Brittannië onduidelijkheid bestond over de juridische regels betreffende export naar Irak. In 1984 werd de levering van "dodelijk' materiaal aan Irak verboden, in verband met de oorlog tussen Iran en Irak, die in 1988 eindigde. In het najaar van 1990 werd een VN-embargo tegen Irak van kracht dat de levering van goederen die zowel een militaire als een civiele toepassing kennen van kracht. De leveringen waar de Times melding van maakt vallen in die tussenliggende periode. Vorige week ontstond in Groot-Brittannië grote politieke commotie toen bleek dat de fabrikant van draaibanken, Matrix Churchill, in de periode 1988-1990 met medeweten van de Britse regering goederen had geleverd aan Irak voor militaire toepassingen.