Vraag naar olie stijgt, prijzen blijven stabiel

ROTTERDAM, 16 NOV. De wereldolievoorziening zal tegen het jaar 2000 nog in veel sterkere mate afhankelijk zijn van de Golfregio en andere lidstaten van de Organisatie van olie exporterende landen (OPEC) dan nu het geval is. Dat blijkt uit berekeningen die de Nederlands-Britse oliemaatschappij Shell heeft gemaakt.

Vanmiddag zei drs. M.A. van den Bergh, lid van de Groepsdirectie van de Koninklijke/ Shell Groep, dat de wereldvraag naar olie (nu 67 miljoen vaten van 159 liter per dag) tegen de eeuwwisseling met 10 miljoen vaten kan stijgen. Van den Bergh sprak op het congres Oil & Money in Londen, georganiseerd door het dagblad International Herald Tribune. De sterk stijgende vraag naar olie zal volgens de Shell-topman vrijwel geheel worden veroorzaakt door de ontwikkelingslanden.

Daardoor wordt het onvermijdelijk dat de vraag naar OPEC-olie, die nu ongeveer 24 miljoen vaten per dag bedraagt, toeneemt tot bijna 33 miljoen vaten per dag, aldus Van den Bergh. Toch ziet hij de prijs voor olie uit de Golfstaten over een langere termijn gemiddeld genomen niet sterk stijgen. In reële cijfers, rekening houdend met de inflatie, blijft de prijs van deze belangrijkste oliesoort zich bewegen tussen de 15 en 20 dollar per vat. Dat is het gevolg van moeilijkheden bij het afstemmen van de produktie op de vraag en de uiteenlopende belangen van de OPEC-lidstaten.

Wel kunnen er van tijd tot tijd tekorten ontstaan, aldus Van den Bergh, wanneer de vraag dichtbij de produktiecapaciteit komt. “En, zoals de recente geschiedenis heeft getoond, het Midden-Oosten blijft politiek gezien een wispelturige regio, met mogelijkheden voor periodieke onderbrekingen van de olie-aanvoer waardoor de prijzen worden opgedreven.”

Volgens de Shell-directeur zal de olie-industrie alle op commerciële basis winbare energiebronnen die beschikbaar zijn, nodig hebben om aan de wereldvraag te kunnen voldoen. De komende 25 jaar zal de wereld sterk afhankelijk blijven van de conventionele energiebronnen en blijven de fossiele brandstoffen (olie, aardgas en kolen) een dominante plaats behouden. In verband daarmee pleitte Van den Bergh voor een “nieuw realisme” in het debat over het milieubeleid. Bij de invoering van scherpere milieuregels moet worden uitgegaan van een aanpak voor de wereld als geheel, zei Van den Bergh. Daarbij zal geaccepteerd moeten worden dat een hogere produktie van broeikasgassen in sommige delen van de wereld kan worden gecompenseerd door lagere emissies elders.