Verkleedpartijen, popmuziek en een Bommelachtige éénakter in Vredenburg; Eerbetoon aan muziekfamilie Andriessen

Concerten: Stichting PromoSing met Hendrik Andriessen: De Spiegel uit Venetië. Het Esterhazy Orkest en solisten olv Frank van Koten. Gezien 13/11, De Rode Hoed Amsterdam. De nacht van Andriessens. Radio Symfonie Orkest en Nederlands Kamerkoor olv Richard Dufallo met oa Vera Beths (viool). Gehoord 15/11, Vredenburg Utrecht.

Als bekroning van het jaar waarin herdacht wordt dat de componist Hendrik Andriessen honderd jaar geleden werd geboren, was er gisteravond in het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg een Nacht van Andriessens met muziek van Hendrik, Willem, Jurriaan, Louis en Jurriaan jr. Andriessen. Maar ook de uitvoering van Hendrik Andriessens opera De Spiegel van Venetië, vrijdagavond in De Rode Hoed in Amsterdam, was een eerbetoon aan de gehele familie Andriessen in al zijn wisselende gedaanten.

Hendrik Andriessens Quartetto in stile antico uit 1957 heeft de vorm van een thema met variaties en refereert aan Beethovens stijl, maar verloopt al snel in de richting van Debussy. Het was niet de eerste keer dat Andriessen een soort van muzikale verkleedpartij componeerde. Het begrip in stile antico is zelfs op een groot deel van zijn oeuvre van toepassing: de componist is gesteld op archaïserende melodieën en archaïsche melodische wendingen. Voor een groot orgelimprovisator was het natuurlijk ook geen enkel probleem om als het ware in de huls van een ander te kruipen.

Nog voor de hand liggender is een stijlpastiche wanneer het onderwerp een eenakter betreft die zich afspeelt in de vroeg-barok, zoals De Spiegel uit Venetië uit 1965. Dit is een muzikaal tafereel voor solisten en orkest op een libretto van Helene Nolthenius, “zwierig, luchtig en met een hoop actie - qua atmosfeer zoiets als het libretto van De Figaro”, zoals de componist verlangde in een brief van 16 mei 1962.

De Spiegel uit Venetië voert ons naar de muziekzaal in het Muiderslot, op een zomeravond omstreeks 1630. Dirck Janszoon Sweelinck, de zoon van de beroemde componist, raakt in conflict met het dilletantische aristocratische milieu van de Muiderkring. Om de snobs een lesje te leren verwisselt hij van rol met de stadspijper, een verschil in de toch evidente muzikale gave (de stadspijper speelt een jig à la Popeye the sailorman) tussen de componist en de stadsmuzikant. Op Bommelachtige wijze brengt een feestmaal de verzoening.

Helaas is de gehele eenakter nogal Bommelachtig uitgevallen. De muziek mist eenvoudigweg scherpte: zo danst de muzikant wild bij een melancholieke hobo-melodie. Fraai klinkt de ballade van de zeemeermin, die een vloek over Muiden uitspreekt. Vooral dan is Andriessen op dreef en evenals in de Variaties op een thema van Couperin voor fluit, strijkers en harp wordt een barokmelodie door een uitgesproken romantische harmoniek belicht. Het Pergolesi-achtige hoofdthema waarmee de opera begint is trouwens ook al te ver van 1630 verwijderd: over muzikale verkleedpartijen gesproken. De vocale stemmen zijn verreweg het belangrijkst. Niets voor niets was Andriessen van mening dat men over de waarde van vele muzikale zaken kan twisten, maar niet over de superioriteit van het zingen.

De uitvoering door overwegend jonge vocalisten en het Esterhazy Orkest onder leiding van Frank van Koten maakte een verzorgde indruk. Beslist meer dan dat bood de bijdrage van Anne Grimm, een kristalheldere en soepel wendbare sopraan, die met name tijdens de Nacht van Andriessens excelleerde in Jurriaan Andriessens Romeinse Sonettes uit 1992.

Een hoogtepunt in die Nacht, die duurde van half acht tot één uur 's nachts en rechtstreeks door VPRO-radio werd uitgezonden, was het pianovierhandig optreden van Louis en Caecilia Andriessen ter ondersteuning van de sopraan Miranda van Kralingen in Magna Res est Amor (1909). Hendrik Andriessen componeerde voornamelijk overdag en in de vakanties, maar dit meesterwerk ontstond bij uitzondering 's nachts. Eigenlijk prefereer ik de lichte en doorzichtige pianozetting, want de strijkers maken de muziek gauw te zwelgend. Andriessen was een ingetogen toonzetter en een uitgesproken milde lyricus. Zo ook voelde het trio dit werk aan, exaltatie werd zeker niet gemeden, maar in een teruggehouden echt kamermuzikale context geplaatst: een bijzonder ontroerend moment.

Het Radio Symfonie Orkest vond ik daarentegen nogal wisselend en overwegend luidruchtig. Richard Dufallo en de zijnen kwamen tot globale benaderingen, al werden de hymnische kwaliteiten van het Vioolconcert (1969) zeker goed getroffen. Louis Andriessens Anachronie I uit 1966, zonder een noot van de componist want boordevol citaten waaronder uit de Missa Christus Rex van zijn vader Hendrik - alweer verkleedpartijen! - missen de opwinding die met name de inzet van het popcitaat kan brengen. In Le Voil du Bonheur uit 1972, gecomponeerd voor Vera Beths en Stanley Hoogland, was die opwinding er wel.

Ook daar komt een popmelodietje in voor en deze Fauré-pastiche schoot dus midden in de roos, om maar te zwijgen van de zeer sterke en ook meeslepend vertolkte muziek die Louis Andriessen schreef voor de film M is for Music, Man & Mozart van Peter Greenaway. Zo stal Andriessens jongste zoon de show op deze bijzonder lange avond, die zijn dieptepunt vond in de pijnlijke onhandige presentatie op een breed scherm in de Grote Zaal van Vredenburg van de onthulling van Judith Pfaeltze's kop van Hendrik Andriessen, inmiddels het 25ste borstbeeld dat Vredenburg rijk is. We kregen het pas te zien nadat de camera minutenlang lege gangen en snel weglopende, onduidelijke gasten toonde, liefst zonder hoofd als in een komische film.