Van springtalent naar klassepaard vergt veel geduld

AMSTERDAM, 16 NOV. Er zijn tijden dat je als springruiter eenvoudig alleen maar de ring binnen hoeft te rijden om te winnen. “Dat zijn de tijden dat alles klopt: het vertrouwen in eigen kunnen is er. Daardoor durf je meer, het nemen van een zeker risico wordt beloond en zo blijf je steeds vanuit dat vertrouwen optimaal presteren,” zei Piet Raymakers, de winnaar van Jumping Amsterdam.

Wat het jaar 1988 was voor Rob Ehrens en 1991 voor Jos Lansink, is 1992 voor Raymakers. Zelfs na de verkoop van zijn toppaard Ratina Z, is er geen einde gekomen aan de reeks van overwinningen. Gisteren tijdens Jumping Amsterdam pakte Raymakers al zijn tweede Volvo van het nog prille winterseizoen door met Rinnetou Z de wereldbekerwedstrijd te winnen die het festival afsloot. Het was bijna een Olympische revanche, de barrage om de Grote Prijs van Amsterdam. Ludger Beerbaum, winnaar van olympisch goud, was Raymakers grootste concurrent in de barrage. Maar in tegenstelling tot in Barcelona, reed Beerbaum nu niet voluit om Raymakers te kloppen. “Mijn paard Rush On is niet één van de dapperste,” zo verklaarde Beerbaum zijn tactiek, “Amsterdam was pas zijn tweede wereldbekerwedstrijd van dit jaar en ik wilde mijn paard met nog een heel seizoen voor de boeg niet overbluffen en bang maken. Vandaar dat ik gokte op een kalme, foutloze rit, waarmee ik dan achter Raymakers tweede zou worden. Die opzet is gelukt.”

Het verhaal van Beerbaum staat niet op zichzelf. Het is interessant om te zien hoe springruiters hun paarden van wedstrijd tot wedstrijd verder opleiden tot het paard wat zij ervan hopen te maken. Franke Sloothaak zegt het duidelijk en bondig: “Je bent er als ruiter verantwoordelijk voor dat je een paard lang fit houdt in de sport. Dat lukt je niet wanneer je van januari tot december steeds rondjaagt om te winnen. Dat houdt geen paard vol en daar leert een paard ook niet van. Snel winstbejag betekent meestal dat een paard ook snel is uitgesprongen. Dat kan toch de bedoeling niet zijn.”

Het winnende paard van de hoofdrubriek van Jumping Amsterdam, Rinnetou Z, is een mooi voorbeeld. Het is beter geworden dan werd verwacht door een gedegen, rustige opleiding. Op de grote internationale concoursen liep Rinnetou altijd in de schaduw van Ratina Z mee in de wat lichtere snelheidswedstrijden. Het ware talent van het paard wordt pas aangesproken over écht hoge en brede hindernissen. “Een jaar geleden zou ik niet hebben geloofd dat Rinnetou Z de capaciteit had voor het zware werk. Zij heeft kennelijk tijd nodig gehad om zich te ontplooien en nu ik echt aanspraak maak op haar springvermogen, blijkt dat verder te reiken dan ik ooit voor mogelijk had gehouden,” zegt een tevreden Raymakers.

Niet alleen in de loop van een wedstrijdseizoen, ook tijdens een concours bouwen de meeste springruiters hun paarden op richting een topprestatie in de hoofdrubriek. In de Amsterdamse openingswedstrijd op donderdagavond bijvoorbeeld, liepen internationale cracks zoals Rinnetou Z, Libero H. en Egano (Lansink) en wereldkampioen Quitto de Baussy (Navet) al mee. Gewoon voor een trainingsrondje, dat vier strafpunten mocht opleveren en dat ook bij al deze paarden deed. Een paard krijgt op die manier de tijd om aan de nieuwe hal te wennen, kan acclimatiseren en wordt niet vermoeid met uitputtende opgaven. De meeste energie blijft bewaard voor de rubriek met het hoogste rendement.

Deze theorie gaat natuurlijk alleen op wanneer het gaat om échte toppaarden, waarbij het de moeite waard is om af te wachten of de hoofdprijs in de wacht kan worden gesleept. Niet elk paard raakt bovendien van de kook wanneer hij tijdens een concours enige malen met risico en in hoog tempo wordt rondgereden. Zo heeft de beroemde schimmel Milton van John Whitaker nog nooit rustig aan gedaan in een bijrubriek. Voor een goed opgeleid, gelijkmatig gehumeurd en zeker paard als Milton, is dat ook helemaal niet nodig.

Een enkele keer treft een ruiter een paard in een fase dat hij geen lange opleidingstijd nodig blijkt te hebben. Jan Tops, gisteren derde achter Raymakers en Beerbaum, won met zijn nieuwste aanwinst, de achtjarige Abbeville, in vijf weken tijd al 130.000 gulden. “Ik heb van dit talentvolle paard tot nu toe bijna elk parcours het uiterste gevraagd aan snelheid, wendbaarheid en springvermogen. Abbeville pakte dat probleemloos aan. Voor mij is die gesteldheid het kenmerk van een paard dat bij de wereldtop kan gaan behoren. Springcapaciteiten alleen zijn niet voldoende, een goede bovenkamer is minstens zo belangrijk,” aldus Jan Tops. Dankzij deze Abbeville kan Tops zijn vertrouwde cracks Doreen en Top Gun de rust geven waardoor zij straks weer gemotiveerd en fit zijn voor internationale kampioenschappen.