Toneelstuk "Van die dingen' over ratio versus intuïtie; Een pleidooi voor emoties

Voorstelling: Van die dingen. Tekst: Nirav Christophe, Heiner Müller, Francis Ponge; regie: Paul Vermolen; spel: Herman Bolten, Marleen Stolz. Gezien: 14/11 De Brakke Grond Amsterdam. Aldaar t/m 28/11.

“Ik kan ze benoemen en jij bent ze”, zegt de man halverwege de voorstelling tegen de vrouw en vat daarmee samen wat in het eraan voorafgaande gesprek langzaam duidelijk begon te worden: zijn interesse geldt de dingen, zij laat zich leiden door emoties. Dat blijkt niet alleen uit wat ze zeggen, maar ook uit de manier waarop ze zich uitdrukken. Hij: rustig en bedaard en nu en dan met instemming citerend uit het boek op zijn schoot; zij: heftig en opgewonden, niet bij machte haar emoties de baas te blijven.

In de werkplaatsproduktie Van die dingen, stelt schrijver Nirav Christophe gevoelens tegenover dingen. Daarbij gebruikt hij Namens de Dingen van Francis Ponge en Liefdesgeschiedenis van Heiner Müller als kapstok. Dat wil zeggen: de man in het stuk, die bewaker is van een garderobe in een theater, doodt de tijd met het lezen van Ponge; de vrouw is een actrice die tijdens vertelfestivals Müllers Liefdesgeschiedenis op de planken brengt. In tegenstelling tot de man die geheel opgaat in zijn lectuur, geeft zij af op het “walgelijke verhaaltje” dat ze avond aan avond moet vertellen. Ze heeft er schoon genoeg van om zich beroepshalve altijd met sentimenten en anekdotes bezig te houden.

Hoewel ze voortdurend gekweld roept dat ze gevoelens voortaan zal afzweren, is Van die dingen uiteindelijk toch een pleidooi voor emoties. Nadat de actrice het decor omver heeft gegooid, begint ze met grote tegenzin aan Liefdesgeschiedenis. Ze staat stijf rechtop, met haar handen in de zakken van haar leren jas, maar naarmate het verhaal vordert verandert haar houding en haar stem, die hard en boos klonk, krijgt een vriendelijker intonatie. Ondanks haar verzet laat ze zich meeslepen door de emoties die Heiner Müller oproept.

Het idee voor Van die dingen, afkomstig van Nirav Christophe en regisseur Paul Vermolen, heeft een niet onaardig stuk opgeleverd over feiten en ratio versus intuïtie en gevoel. Een tegenstelling waarmee de auteur misschien iets bedoelt te zeggen over de vorm- of ventbenadering op het toneel. De enscenering is sober en biedt de spelers de kans zich te profileren. Dat lukt vooral Marleen Stolz, wier aandeel aan de voorstelling pregnanter is dan dat van haar tegenspeler Herman Bolten. Als Christophe zijn aandacht evenwichtiger over beide rollen had verdeeld, zou de dialoog tussen de man en de vrouw vermoedelijk aan kracht hebben gewonnen.