Schraalhans

Op een bijeenkomst van de Taalunie poneerde het CDA-Kamerlid Van der Heijden vorige week de stelling dat radio en televisiepresentatoren ons Nederlands op peil kunnen houden door zelf het goede voorbeeld te geven.

Een Kamerlid dat klaagt over de taal van een andere beroepsgroep, het klinkt alsof de mafia waarschuwt tegen zakkenrollers.

Maar de Haagse mumbo-speak even daargelaten, heeft dit Kamerlid gelijk? Als je de taak van Hilversum opvat als die van hoeder en opvoeder kun je zo de helft van het totale Nederlandse zenderaanbod schrappen, maar als daar dan van die door Greenpeace of VROM of Veilig Verkeer geregisseerde sitcoms voor in de plaats komen, vol afvalscheidende, altijd met de gordel om rijdende, eerst de gebruiksaanwijzing lezende modelburgers, zijn we een stap dichter bij Orwell en dus nog verder van huis. Of Hilversum zo nodig moet opvoeden is dus nog de vraag, maar dat men daar een treurig stemmend Nederlands spreekt valt moeilijk te ontkennen.

Aan het begin van het programma "Dinges' - de naam alleen al werpt een diepe taalschaduw vooruit - verschijnt een man, hij ziet eruit als de ideale chef bezigheidstherapie van een middelgroot bejaardenhuis, die zegt: “Let op, dames en heren, want we hebben vanavond weer een aantal héél speciféke onderwerpen voor u!”

Zap.

De EO. Met, zo te zien, een reportage over hartchirurgie. Een patiënt onder een groen laken wordt de operatiekamer uitgereden. In de hartgeneeskunde zijn enorme vorderingen gemaakt, vertelt de commentaarstem, “twintig jaar geleden ging hier nog maar 65 procent levend naar huis”.

Zap.

Een reportage over aids in Amerika. Vorig jaar stierven er 1.000 mensen aan de ziekte, dit jaar waren dat er 4.000, en “verwacht wordt dat het er in 1996, het jaar van de volgende Olympische Spelen, zeker 10.000 zullen zijn”.

Tienduizend, dat is een record, heeft die tekstschrijver waarschijnlijk gedacht, misschien moet ik dat nog even onderstrepen.

Zap. Terug naar de EO, die inmiddels een docu over de Antillen vertoont. “Op een eiland met maar één weg van veertien kilometer lengte wordt natuurlijk veel gehandwerkt.” Uiteraard. Wat moeten ze anders op een eiland met maar één weg van veertien kilometer lengte?

Zap.

Het AVRO-logo. De omroepster: “En dan nu: knutselen met kinderen!”

Bij het Journaal is een van de zwakke punten dat de toon van de tekst vaak niet klopt bij het onderwerp.

Archiefbeelden van ingezakte huisjes na de aardbeving in Zuid-Limburg. “Volgens minister Dales moet de aardbeving, die vorige week in Zuid-Limburg voor enkele miljoenen schade aanrichtte, goed worden geëvalueerd.”

Soms is het net alsof bij het Journaal elke dag een andere deelredactie verantwoordelijk is voor de finale tekst.

“Goed raak was het vanochtend op de A27 vlakbij Utrecht, waar 12 auto's op elkaar vlogen”, zegt Henny Stoel opgewekt terwijl de camera in een omineuze blauw-oranje gloed een stapel totaal verwrongen autowrakken aftast. “Goed raak.” Die dag was de eindredactie kennelijk in handen van de sportafdeling.

Ook in zijn opmerking dat Hilversum een haast agressieve afkeer van het “zogenaamde moeilijk doen” tentoonspreidt, moet ik het bezorgde Kamerlid gelijk geven.

Ik bezocht indertijd de eerste grote presentatie van Joop van den Endes TV10, in Aalsmeer. Binnen een kwartier viel de term "moeilijk doen' toen drie keer. Jos Brink beloofde ons plechtig dat “er die middag niet moeilijk zou worden gedaan”. Sandra Reemer introduceerde haar beoogde muziekshow, die echt reuze gezellig zou worden en waarin, “hand op haar hart, niet moeilijk zou worden gedaan”.

Joop zelf legde ten slotte nog eens uit waarom hij TV10 had opgezet: wegens zijn problemen met de reguliere omroepen. Hoe kwam dat nu eigenlijk allemaal? Wel, het punt was: “men deed daar te moeilijk”. Vooral als het over "de middelen' ging. En toen zei hij iets dat de trieste waarheid tegelijk illustreert en symboliseert. “In Hilversum”, sprak de Koning van de Kijkcijfers, “is op dit moment Schraalhans Keukenprins.”