Richard Krajicek viert zege met zelfkritiek

ANTWERPEN, 16 NOV. Hij smoort de vreugde, knevelt de jubel. Richard Krajicek lijkt zichzelf geen moment van gelukzaligheid te gunnen. Natuurlijk had hij dit weekeinde de nummer één van de wereld verslagen. Inderdaad won hij overtuigend een groot tennistoernooi en behoort hij nu onweerlegbaar bij de top tien. Maar toch was het dat niet helemaal. Veel liever had hij zich twee maanden geleden al geplaatst voor het ATP-wereldkampioenschap tennis dat morgen in Frankfurt begint. Nu was het toch een beetje dat ene schitterende toernooi en de afzeggingen van Lendl en Agassi die hem bij de elite brachten. Deze week, vindt hij, gaat het er om. Zal hij moeten bewijzen dat hij die toppositie ook echt waard is.

Wat hem betreft heeft hij die vraag nog niet afdoende beantwoord. Hij klampt zich dan ook maar heel even vast aan dit ijkpunt in zijn loopbaan. Zeventien jaar na Tom Okker weer een Nederlander bij de eerste tien van de wereldranglijst. Hij haalt er zijn schouders bij op. Zijn blik is op een ander, hoger doel gericht. Naarmate dat doel nadert wordt de moeilijkheidsgraad om de laatste kloof te overbruggen echter duidelijker zichtbaar. Moeilijker te bereiken. Vooral omdat hij zijn beperkingen beter kent dan wie ook. Om dan nu, met zoiets vergankelijks als een tiende plaats, tevreden te zijn.

Vooral direct na een wedstrijd en zelfs - zoals gisteren - een gewonnen toernooi heeft hij dat gevoel. Dan staat hij met de beroemde wisseltrofee, een met diamanten bezet gouden tennisracket ter waarde van een miljoen dollar, en een cheque van 144.000 dollar in een bundel van licht terwijl Beethovens negende gevolgd door het Wilhemus in zijn oren tetteren bedremmeld op het erepodium. De hele partij gonst nog door zijn hoofd.

Hooguit staat hij een kleine glimlach op zijn jongensgezicht toe als er een enthousiasmerende vraag wordt gesteld. Om meteen aan het relativeren te slaan. Dat zijn tegenstander in de eindstrijd, de Australiër Mark Woodforde, eigenlijk zichzelf niet was en te veel breekpunten onbenut heeft gelaten. En dat Jim Courier zaterdagavond niet echt scherp speelde en onder zijn niveau bleef. Of dat hij griep heeft gehad en iedereen weet dat je vlak daarna altijd iets beter presteert. Hoe hij zijn eigen inbreng zag: “Gewoon een van die gelukjes zonder dat het gepland is. Een bonus voor het harde werken, voor een solide seizoen.”

Die houding is geen vorm van zelfkwelling en nog minder een kernmerk van gebrekkig zelfvertrouwen. Het bewijst juist dat hij mentaal zo sterk in zijn schoenen staat, dat hij in het openbaar aan zelfkritiek kan doen. Al heeft hij natuurlijk ook genoten. De mooiste momenten waren geweest toen Courier zaterdagavond in de derde set na een game-verlies zijn racket woedend wegsmeet. Die koele, rossige Amerikaan met die onverzettelijke winnersblik. Die ook nog eens tegen de stoel van de umpire mepte omdat hij door een twijfelachttige beslissing een game moest afstaan. “Als je ziet dat je mentaal sterker bent dan hij. Dat geeft een heerlijk gevoel”, zei Krajicek.

Verklaren kon hij dat geestelijke overwicht niet. De 1.94 meter lange Hagenaar kende geen twijfel in die ontmoeting. Misschien, dacht hij, kwam het wel omdat hij zo onbevangen, zonder al te grote verwachtingen het Antwerpse sportpaleis was binnengestapt. Het lucratieve toernooi in Bercy was te snel voorbij, toen hij stuitte op de Kroaat Goran Ivanisevic. Zijn trainer Rohan Goetzke raadde hem aan toch maar Antwerpen te doen. Hij deed het, kreeg een "wild card'. Ook al was hij moe, aan vakantie toe. De kans op het ATP-wereldkampioenschap was in hun ogen al verkeken, maar met een beetje geluk kon hij nog naar een top tien plaats reiken. “Ik speelde ontspannen. Op intuïtie.” Omdat hij onverwachts ook de strijd in de Frankfurter Festhalle heeft bereikt, hoopt hij die sfeer van ontspanning vast te kunnen houden.

De vermoeidheid is weliswaar niet weg, maar alle tennissers verlangen naar een vakantie. Krajicek lijkt er minder last van te hebben. Hij beweerde dat hij het tweede deel van dit jaar minder heeft gespeeld dan de eerste maanden en daarom geen ernstige hinder meer had van lichamelijke ongemak dat begin dit jaar twijfels zaaide over zijn mogelijkheden ooit tot de top te reiken. Op de open Australische kampioenschappen viel hij uit met een schouderblessure, op Roland Garros eveneens.

Zijn begeleiders, trainer Rohan Goetzke en haptonoom begeleider Ted Troost, hielden het erop dat zijn onvolgroeide lichaam die narigheid veroorzaakte. Ze zou van voorbijgaande aard zijn. Een paar maanden later blijkt hij mentaal gehard en technisch verbeterd. Minder afhankelijk van zijn opslag, al mochten de 74 aces in vier partijen (waarvan 14 tegen Courier en 12 in de finale) er nog altijd zijn. “Er moet een manier zijn om daar iets tegen te doen. Maar ik ken 'm niet”, zei Woordforde.

Nu wil Krajicek ook zijn loopsnelheid nog verbeteren. Hij heeft de atletiektrainer Bob Boverman aan zijn begeleidingsteam toegevoegd. Die kende hij nog uit de tijd dat hij "bij de bond' zat en Boverman er conditietrainer was. Hij is blij (“Hoewel, blij ben je nooit met een conditietrainer”) met diens medewerking. “Want ik herinner me nog dat ik me beter voelde in de periode dat ik training van hem kreeg. En het is nodig, want ik ben toch nog een beetje langzaam.”

Tegen de vermoeide helden in Antwerpen brak het hem niet op, deze week in Frankfurt acht hij zichzelf ook niet kansloos. Hij is ingedeeld in een poule met Jim Courier, Goran Ivanisevic en Michael Chang. “Allemaal knallers”, was zijn vaststelling. Tegen het servicekanon Ivanisevic geeft hij zich de minste kans, maar Courier ("aangeslagen') en Chang zijn niet te verslaan. Optimisme aan de vooravond van een week waarin Krajicek het antwoord zoekt op een vraag die hem bezighoudt. Kan hij de beste van de wereld worden?