Powerdress in het nationale basketbal

In de bus naar huis moesten de Nederlandse basketballers vorige week woensdag drie keer naar dezelfde videoband kijken. Hun nederlaag tegen de Belgen, hun eigen slappe spel spoelde drie keer over het scherm. “Ogen liegen niet”, verklaarde bondscoach Randy Wiel. De spelers keken en huiverden. En ze namen zaterdag revanche door in Amsterdam Tsjechoslowakije met 97-91 te verslaan.

Wiel is part-time coach van de Nederlandse ploeg. Wat hij de week voor de partij tegen de België nog niet voor elkaar kreeg, lukte hem wel voor de wedstrijd tegen Tsjechoslowakije. Een winnend team smeden. Een paar weken per jaar komt hij naar Nederland om te coachen. Geboren op Curaçao, speelde hij begin jaren tachtig in de eredivisie voor Leiden en kwam hij uit voor het nationale team. Daarna lokte het mekka van het basketbal. Hij kon terecht als vierde coach bij de universiteit Chapel Hill in North Carolina, waar het weer mooi is en een aangenaam topsportklimaat heerst. Het is een kweekvijver met een miljoenenbudget, dat schril afsteekt bij de middelen die in Nederland beschikbaar zijn. Superster Micheal Jordan speelde in North Carolina en komt er in de zomer nog altijd trainen.

Over de Nederlandse competitie, over de Nederlandse spelers krijgt Wiel post. De basketbalbond stuurt krantenknipsels. Daarnaast rapporteert Vladimir Heger, zijn Tjechoslowaakse assistent en de coach van het jeugdteam.

Wiel praat en ziet er uit als de alwetende coach, geschoold in de Verenigde Staten, gemodelleerd naar de NBA. Hij is perfect gesoigneerd, heeft kort geknipt kroeshaar, draagt een zijden das, een mooi jasje en koestert een messcherpe vouw in zijn broek. Zo kleedt een coach van een topclub in de Amerikaanse basketbalcompetitie zich. Power dress. Zo vergroot de coach van het Nederlands team het contrast met zijn Tjechoslowaakse tegenstander.

Wiel praat basketbal. Het Amerikaanse jargon vermengt zich vloeiend met zijn Nederlands. Zo moet hij ook op zijn spelers hebben ingepraat. “We hebben na de wedstrijd tegen België twee vergaderingen gehad. Daarin heb alleen ik het woord heb gevoerd.” Basketbal is simpel, luidt het. Wiel kan de speelstijl van deze spelers niet meer veranderen en zegt dat dat ook niet nodig is. Ze hebben Europa Cup gespeeld en kunnen het niveau aan. Alleen moeten ze de organisatie vast houden en zich aan de regels van de coach houden.

Kijk, legt hij uit, ik wil over het hele veld spelen, bij balbezit niet wachten tot de tegenstander zich in de verdediging heeft opgesteld. We spelen de fastbreak. Maar het mag geen run en gun worden. Niet iedereen mag smijten en schieten. Slechts twee spelers mogen bij een uitbraak het risico nemen. Okke te Velde en Ronald Schilp. Die schieten veel raak, spelen een hoog percentage. De rest niet.

Kijk, zegt Wiel, Van Rootselaar probeerde vier maal iets creatiefs: de bal hoog voor de basket gooien. Cooper zou die bal in de lucht moeten vangen en in de basket leggen. Maar het past niet in de regels van de coach. “Dat kan misschien in de Nederlands competitie, maar niet in interlands”.

Het team stond zaterdag tijdens de wedstrijd tegen de Tsjechoslowaken een tijdlang zestien, zeventien punten voor, maar eindigde met een zege van slechts zes punten. Dat lijkt te weinig om zich te kwalificeren voor het Europees kampioenschap, volgend jaar in Duitsland. Woensdag zal Tsjechoslowakije in eigen land waarschijnlijk winnen van België en zal Nederland thuis in Den Bosch winnen van Turkije. Het probleem is dat Nederland daarbij een achterstand in doelsaldo van 26 punten goed moet maken op de Belgen.

Wiel moet toegeven dat zijn team slordig omsprong met de ruime voorsprong. Maar zijn verklaring rolt er soepel uit. “De Menselijke Factor.” Haast, balverlies, puntenverlies en krampachtig spel. Wiel heeft nog twee dagen om die menselijke factor te conditioneren. Tijd genoeg, want de verplichte videoles over de partij van zaterdag bevat niet meer dan een kwartier matig spel.