Panama wijst herziening van de grondwet af

MEXICO-STAD, 16 NOV. Een overgrote meerderheid van de Panamese kiezers heeft gisteren "nee' gezegd tegen een reeks hervormingen van de grondwet, waaronder de definitieve afschaffing van het leger.

Deze voorlopige uitslag van het referendum betekent een gevoelige nederlaag voor president Guillermo Endara. De opkomst onder de bijna 1,4 miljoen kiesgerechtigde Panamezen was bijzonder gering: slechts een kleine 40 procent nam de moeite naar de stembus te gaan. Van hen verwierp ruim 63 procent de voorstellen van de regering, die werden gesteund door de belangrijkste oppositiepartij, de christen-democraten. Onder de tegenstemmers waren vooral de aanhangers van de Revolutionaire Democratische Partij (PRD) die destijds de politieke pijler onder het bewind van ex-dictator Manuel Antonio Noriega vormde en nu felle oppositie tegen Endara voert.

President Endara heeft inmiddels zijn verlies in het referendum toegegeven, hoewel hij gisteren liet weten dat hiermee de hervormingen van de nog onder dictator Omar Torrijos in 1972 gestalte gegeven constitutie van het land niet definitief van de baan zijn. De president sprak, ondanks het geringe opkomstprecentage, van een overwinning voor de Panamese democratie.

Waarnemers menen dat de Panamezen via het referendum uiting hebben gegeven aan hun grote onvrede met het beleid van Endara. Sinds de president bij de Amerikaanse invasie in december 1989 aan de macht kwam, menen vele Panamezen dat zij er vooral economisch gezien op achteruit zijn gegaan. Het kleine Wirtschaftswunder onder Amerikaanse protectie waarop velen hadden gehoopt, is uitgebleven. De werkloosheid in Panama ligt momenteel boven de tien procent van de beroepsbevolking en leidt op gezette tijden tot grote sociale onrust. Met name de belangrijke havenstad Colón aan de monding van het Panama-kanaal is in de afgelopen maanden herhaaldelijk het toneel geweest van felle protesten tegen de regering.

Hoewel Panama sinds de invasie van december '89 feitelijk geen leger meer heeft, maar een grote, op Amerikaanse leest geschoeide politiemacht, is de constitutionele uitbanning van eigen strijdkrachten - waarvoor in Costa Rica een precedent bestaat - een stap die velen te ver vinden gaan. Met name in de kringen van de PRD wordt erop gewezen dat dit een groot verlies van souvereiniteit zou zijn aan de Amerikanen, die met het Zuidelijke Commando van hun leger op verschillende bases in het strategisch gelokaliseerde Panama zijn gelegerd.

Aan regeringszijde speelt vooral de langdurige militaire dictatuur van Torrijos en zijn opvolger Noriega een rol bij de wens een einde te maken aan de strijdkrachten van het land. Dit sentiment wordt gedeeld door de voormalige coalitiepartner, nu grootste oppositiepartij, de Christen-Democratische Partij (PDC). Endara, PDC-leider èn constitutionele eerste vice-president Ricardo Arias Calderón en tweede vice-president Guillermo Ford hebben ook persoonlijk geleden onder de militaire dictatuur van Noriega en in die tijd vorm gegeven aan het geweldloze verzet tegen de machthebber.

Uiteindelijk leidde dat tot winst in de - door Noriega geannuleerde - verkiezingen in het voorjaar van 1989. Met de komst van de Amerikaanse invasiemacht kon dit drietal alsnog de verkiezingswinst verzilveren. De sociaal-economische problemen van het land leidden korte tijd later tot een breuk in de coalitie.

Niet alleen de Panamezen in vooral de economisch zwakke lagen van de bevolking, maar ook de Amerikanen zijn niet erg gelukkig met de regering-Endara. Hoewel de president zelf wordt gezien als een integer politicus, is met zijn komst en het verdwijnen van Noriega de situatie van de drugssmokkel via Panama en het witwassen van drugswinsten in het met vele (internationale) banken en een soepele bancaire wetgeving uitgeruste land niet veel verbeterd. De VS hebben destijds als één van de belangrijkste redenen voor het uitvoeren van de invasie (onder de codenaam "Just Cause') het aanpakken van de drugssmokkel in Panama genoemd. Ex-dictator Noriega werd eerder dit jaar door een rechtbank in Miami veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens zijn bemoeienissen met de drugshandel in Panama.