Orgonasova zorgt voor furore in Sonnambula

Concert: La sonnambula van V. Bellini door Radio Kamerorkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Alberto Zedda m.m.v. Luba Orgonasova, Raúl Giménez, Francesco Ellero d'Artegna, Alexandra Papadjiakou, Dilbèr en Nanco de Vries. Gehoord: 14/11 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 20/11 20.02 uur Vara Radio 4.

De tijd van de romantiek was absoluut niet romantisch in de zin zoals wij dat begrip nu hanteren. Het door Rousseau aan het eind van de achttiende eeuw gepropageerde "terug naar de natuur' als reactie op verlichting, rationaliteit en voortschrijdende wetenschap, voerde de mens in het begin van de vorige eeuw niet naar een arcadisch paradijs maar naar een wereld vol bedreigingen en existentiële angsten. Als ze niet in werkelijkheid bestonden, dan werden ze in de geest uitgevonden: spoken en geestverschijningen doordringen de romantische literatuur en poëzie, en daarmee ook een deel van Schuberts liedoeuvre. Die fascinatie voor het onbewuste blijkt ook uit de Waanzinscène uit Donizetti's Lucia di Lammermoor en uit Bellini's La sonnambula: De slaapwandelaarster, afgelopen zaterdag concertant met overweldigend publiek succes uitgevoerd tijdens de Vara-matinee in het Amsterdamse Concertgebouw.

Bijna honderdzestig jaar later lijkt het verhaal van La sonnambula nogal knullig. De slaapwandelscènes die nog net niet verkeerd aflopende misverstanden veroorzaken bij de verloofde Elvino van het weesmeisje Amina, hebben niet meer de fascinatie die ze vroeger hadden. Maar de prachtige en inderdaad bijna onwerkelijke muzikale vertaling ervan door Bellini geeft het stuk bij een goede uitvoering nog steeds eeuwigheidswaarde, ook al worden de hoofdrollen niet vertolkt door Sutherland en Pavarotti.

De concertante versie in de Vara-matinee was buitengewoon contrastrijk en het zoals altijd uitstekend zingende Groot Omroepkoor had daarin een groot aandeel. Bijzonder effectvol waren de langzame tempi van dirigent Alberto Zedda - artistiek leider van de Milanese Scala. Die zorgden voor een hoge mate van breekbaarheid en dat bleek uiteindelijk ondanks wat technische probleempjes een terecht genomen risico. Ongelooflijk prachtig uitgesponnen waren de vele en lange duetten tussen sopraan Luba Orgonasova (Amina) en tenor Raúl Giménez (Elvino), waarbij hun timbres elkaar fraai aanvulden. Giménez, die al vaak in de Vara-matinee zong, had alleen in de hoogste regionen wat problemen en was overtuigender dan ooit.

Luba Orgonasova, vorig jaar op hetzelfde podium de ster in Gardiners concertante versie van Mozarts Die Entführung aus dem Serail, combineerde in haar soli een vrijwel moeiteloze coloratuurtechniek met adequate lange lyrische legatolijnen en maakte daarmee enorme furore. De Italiaanse bas Francesco Ellero d'Artenga zong de rol van Rodolfo op riante wijze, Alexandra Papadjiakou voldeed goed in de rol van Teresa net als de Chinese sopraan Dilbèr, ondanks een enkele minder fraai uitgevallen hoge noot.

Tussen het eind van de opera en het moment waarop het applaus verstierf lagen twintig minuten waarin het publiek luidruchtig feest vierde. Zó groot was het enthousiasme dat de slotscène werd herhaald, door Orgonasova met nog meer spectaculaire zelfverzekerdheid vertolkt. Dat was in de rijke, 32-jarige historie van de Varamatinee wel een zeldzame, maar geen unieke gebeurtenis: matinee-uitvinder Hans Kerkhoff herinnerde zich na afloop dat Magda Olivero eens een aria bisseerde en dat ooit na Nabucco nógmaals het Slavenkoor klonk.