"Hoi'

Het was avond en het was droog. Aan het eind van de straat kwam me een man tegemoet. Hij liep met een witte retriever die ik nog nooit gezien had. Om het geblaf van aangelijnde honden te vermijden besloot ik over te steken.

Het bleek een teefje, die witte. Ik dacht dat ze zich had losgerukt. Ze dartelde om Rekel heen en Rekel dartelde zo goed en zo kwaad als het ging terug. Ik draaide noodgedwongen met ze mee.

“Hoi”, zei de man achter mijn rug. “Moet er soms geld bij?” Hij bukte zich naar zijn riem die in de war was geraakt met de mijne. Toen richtte hij zich weer op. “Moet er soms geld bij”, herhaalde hij. En met stijgende woede: “Wat een stomme buurt is dit! Niemand zegt gedag!”

Ik keek hem aan. Want ik loop weleens te suffen. Ik vergeet gezichten en gezichten die ik niet vergeet haal ik door elkaar. Ik weet dat en ben bereid me van tijd tot tijd te verontschuldigen. “Ja eh...”, zei ik, “kèn ik je dan?”

“Er moet dus geld bij”, riep de man uit. “God-ver-dom-me!” Hij zwaaide met z'n armen en ging bij me vandaan.

Sinister vond ik het. Dus begon ik hem in een romanfiguur te veranderen, iemand die tot verschrikkelijke dingen komt omdat niemand hem gedag zegt - maar dan als fictie. Daarbij vergat ik zijn gezicht, maar zijn hond zou ik me wel herinneren.