Grootschalige privatisering van Italiaanse banken

ROME, 16 NOV. Premier Amato heeft een grootschalig privatiseringsplan ingediend dat kan leiden tot een economische en politieke omwenteling in Italië, door de controle van politieke partijen op banken en bedrijven aanzienlijk te verminderen.

Volgens dit plan zullen de komende drie tot vijf jaar drie grote banken, een verzekeringsmaatschappij, een voedingsholding, en grote delen van een telecommunicatieholding en het elektriciteitsbedrijf worden verkocht. Het parlement heeft een maand de tijd om zich er over uit te spreken; direct daarna wil het kabinet beginnen met de uitvoering ervan.

Deze privatisering op grote schaal is een onderdeel van de bezuinigingsplannen waarmee het kabinet het enorme begrotingstekort wil aanpakken. Maar zij moet vooral een signaal vormen dat het kabinet bezig is met een structurele economische hervorming.

Dit signaal moet helpen het internationale vertrouwen in de lire te herstellen. Amato heeft gezegd te hopen dat de lire, die in september uit het Europees Monetair Stelsel moest worden genomen, daar nog voor kerstmis weer in kan worden opgenomen. Hij maakte de privatiseringsplannen zaterdagavond bekend, vijf dagen eerder dan was aangekondigd.

In weinig andere Westerse landen is de staatssector in de economie zo omvangrijk als in Italië. Daarbij komt dat politieke partijen de staatsbedrijven vaak voor eigen doeleinden hebben gebruikt, wat heeft bijgedragen tot een bijna spreekwoordelijke inefficiëntie.

Amato heeft tien strategische sectoren aangewezen waarin de staat aanwezig wil blijven, soms met een minderheidsaandeel, soms met een meerderheid, soms met een controlerend belang.

Privatisering van staatsbedrijven moet in 1993 zeven biljoen lire (ongeveer 9,5 miljard gulden) in de schatkist doen vloeien, in 1994 tien biljoen en in 1995 ook tien biljoen. Een groot deel van de begrote inkomsten voor komend jaar kunnen komen uit de verkoop van een meerderheid van de nationale verzekeringsbank INA. Deze moet binnen zes tot acht maanden worden verkocht.

In een periode van twee jaar moeten de belangen van de staatsholding IRI in drie andere grote banken zijn verkocht. De IRI heeft bekendgemaakt dat het belang van 67 procent in Credito Italiano als eerste wordt verkocht. Daarna volgen het belang van 57 procent in de Banca Commerciale Italiano (de derde bank van het land) en de 35 procent in de Banca di Roma (de zesde bank). Het geld hiervan zal niet terechtkomen in de schatkist, maar bij de IRI zelf, die kampt met een schuld van ongeveer zeventig biljoen lire, ongeveer 95 miljard gulden.

Op korte termijn moeten twee andere onderdelen van de IRI volledig worden geprivatiseerd: het telecommunicatiebedrijf Italtel, onderdeel van IRI's telecommunicatieholding Stet, en de voedingholding SME. De handel in aandelen SME is vanmorgen stopgezet om speculatie te voorkomen.