Gods soldaten ontdekken de economische oorlog

Wie gaat er deze winter met vakantie naar Egypte? Als het zo doorgaat niemand.

Egypte levensgevaarlijk te noemen gaat te ver, maar onveiliger wordt het wel en het einde is niet in zicht. Zo werd afgelopen donderdag voor de vierde keer in drie weken een aanslag gepleegd op een bus toeristen. Bij de eerste aanslag, in de buurt van het midden-Egyptische stadje Darioet kwam een Engelse vrouw om het leven. Bij de tweede aanslag, in het ten noorden van Egypte's belangrijkste toeristencentrum Luxor gelegen Nag Hammadi, raakten Egyptische gidsen gewond. Bij de derde aanslag, in de buurt van Assioet, moest een bus met Egyptische christelijke pelgrims het ontgelden. En donderdag bij Qena raakten bij een salvo uit een machinegeweer twee Egyptische gidsen en zes Duitsers gewond, van wie één zeer ernstig. Voeg daarbij de aanslag deze nazomer op een cruiseschip op de Nijl (twee Egyptische gewonden) en de aanval met een mes op Russische winkelaars in Port Saïd en het is duidelijk waarom de Britse, Amerikaanse en Australische regeringen hun burgers hebben gewaarschuwd voor Egypte op te passen.

De Egyptische regering neemt de zaak zeer ernstig op. Tot nader order zijn cruisevaarten over de Nijl tussen de steden Minya en Assioet verboden. De Egyptische politie gaat in Opper-Egypte met vier nieuw aan te schaffen helikopters patrouilleren om toeristen te beschermen. De fundamentalistische groep Jama'at al-Islami, die de aanslagen opeist, heeft namelijk toeristen tot uitdrukkelijk doelwit verklaard. Deze zomer liet zij Westerse ambassades, pers- en reisbureaus in Kairo weten dat Westerse toeristen Egypte dienen te mijden. Dat de groep het meent, hoeft niemand meer te betwijfelen.

Het oprollen van de groep is niet eenvoudig. Het rotsgebergte waar de Nijl zich in Opper- en Midden-Egypte en weg doorheen baant, is één van de fraaiste, maar tegelijkertijd ontoegankelijkste delen van het land. Hier liggen de tempels van Abydos, Dendera, vaste pleisterplaatsen voor elke toerist die Egypte bezoekt. Dit is ook het gebied van de mais- en suikerrietvelden, die een uitstekende dekking vormen voor wie kwaad wil. De Nijl zit er vol zandbanken, zodat cruiseschepen 's nachts langs de kant moeten aanleggen. Het is vanouds het gebied van drugssmokkelaars en rovers, van bloedwraak en vetes. Wapenbezit is algemeen en de overheid heeft Opper- en Midden-Egypte nooit goed in haar greep gekregen. Een klopjacht op een kleine, fanatieke groep kan daarom maanden duren. Dat is niet het enige vervelende. De ervaring leert dat dit soort zaken onherroepelijk escaleert. De afgelopen weken waren het cruiseschepen of bussen, de volgende keer kan het een hotel vol toeristen zijn waar een bom afgaat. Het idee dat men als toerist nadrukkelijk doelwit is, geeft geen prettig gevoel. Men blijft liever weg en dat is precies waar het de fundamentalisten om is te doen.

Voor Egypte is dat een ramp. Met vorig seizoen een opbrengst van drie miljard dollar is toerisme Egyptes voornaamste deviezenbron. Tien procent van de Egyptenaren verdient aan de toerist zijn brood. Er zijn inmiddels honderden miljoenen dollars in dat toerisme geïnvesteerd, niet alleen door buitenlandse maatschappijen, maar vooral ook door de Egyptenaren en de Egyptische staat zelf. Wegvallen van het toerisme betekent een klap die het economisch zwakke land zich niet kan veroorloven.

Door het kapotmaken van het toerisme maken de daders zich eerder gehaat dan geliefd, maar populariteit zal de fundamentalisten een zorg zijn. Het gaat hen niet om de volksgunst, maar om het stichten van het islamitische Godsrijk, waarin God's geopenbaarde wil wet is. Islamitische fundamentalisten zijn niet uit op kiezers, maar op het omverwerpen van de bestaande, als goddeloos beschouwde Egyptische maatschappij. En als het veroorzaken van economische ontwrichting en sociale ontreddering de enige methoden zijn om dat Godsrijk te bereiken, dan is het een heilige plicht voor die ontwrichting en ontreddering te zorgen. Dat is een zeer griezelige ontwikkeling in het fundamentalistische denken: Gods soldaten hebben de economische oorlogsvoering ontdekt. Egypte is daar trouwens niet het enige slachtoffer van. In Algerije wordt die tactiek al weken toegepast.

Een select groepje fundamentalistische intellectuelen dat zijn hoofdzetel heeft in de Soedanese hoofdstad Khartoem heeft deze strategie bedacht. Of zij slaagt is op dit moment niet de belangrijkste vraag. De vraag is in eerste instantie of zij bij de fundamentalistische achterban aanslaat.

In het islamitisch-fundamentalistische denken is deze manier van doen allerminst vanzelfsprekend. Dat denken is concreet, simpel en per definitie wars van abstracties. Kwaad is wat God volgens de shari'a heeft verboden of, en dat is bijna even erg, heeft afgekeurd. Goed is wat God verplicht heeft gesteld, aanbevolen of goedgekeurd. Het verkondigen van de pentagram van eenvoudige hemelse waarheden vormt de grote kracht van het fundamentalisme. Voor de fundamentalistische maatschappelijke orde bestaat maar één leidraad, de koran, te lezen in het licht van het onfeilbare doen en laten van de profeet.

Intellectuele vertogen en abstracties horen daar niet in thuis. Abstracties rieken volgens fundamentalisten naar "falsafa', filosofie, en alles wat riekt naar filosofie is volgens de geëigende fundamentalistische opvatting ketterij. Zo had Sayyid Qutb, de grondlegger van het moderne fundamentalisme, de grootste moeite zijn ideeën over de afvallige maatschappij en de goddeloze staat ingang te doen vinden, juist omdat zij te intellectualistisch en te abstract werden gevonden. Het diepgaand analyseren van maatschappelijke krachten of instellingen is bepaald geen tijdverdrijf dat in fundamentalistisch-islamitische kring hoog staat aangeschreven.

In de praktijk levert dat een zeer persoonsgerichte benadering van problemen op. Het fundamentalisme drijft niet op zijn maatschappelijk inzicht, maar op het messianistische gevoel van elitair uitverkoren zijn gekoppeld aan een rigide uitleg van schrift en traditie. Dat is de reden dat het in zijn eeuwenlange bestaan nooit in staat is geweest grote volksmassa's op langere termijn te mobiliseren. De fundamentalistische groepen die al eeuwenlang uit het niets opduiken en weer even snel ten ondergaan getuigen van chronische organisatorische zwakte. Dat al die groepen min of meer dezelfde namen dragen, houdt alleen in dat ze min of meer hetzelfde gedachtengoed delen en niet dat zij ook organisatorisch met elkaar verbonden zijn.

Persoonlijke machtsdrang en ijverzucht hebben van oudsher binnen de fundamentalistische beweging geleid tot splitsingen en hergroeperingen, tot grote verwarring van vriend en vijand. De voor een Westeuropeaan vaak zo verbijsterende achterdocht en het diep gewortelde wantrouwen waarmee men in Arabisch-islamitische landen geneigd is elkaar tegemoet te treden doet de rest.Dit ruziënde gezelschap van groepjes, groepen en individuen, allemaal overtuigd van het eigen heilige gelijk, tot een eenheid te smeden is zelden gelukt. Dat is ook niet (meer) wat de fundamentalistische think-tank in Khartoem nastreeft. Wat Khartoem propageert is economische en sociale ontwrichting, zodat de zondige maatschappij van binnenuit in elkaar stort en op de puinhopen ervan Gods eigen maatschappelijke orde kan worden gesticht.

Of die methode aanslaat, is allerminst zeker. Emotioneel is zij weinig bevredigend. Er ontbreekt het "ridderlijke' element aan. Wie een politiecommissaris of een minister of een andere vertegenwoordiger van een "godslasterlijk' regime doodschiet, stelt een persoonlijke daad ten opzichte van God en is bereid dat met de dood en martelaarschap te bekopen. Wie een pyloon opblaast of vanuit een hinderlaag een bus met toeristen uitmoordt is heel anders bezig. Zo'n tactiek moet haar rechtvaardiging vinden in abstracte begrippen als destabilisering van het staatsgezag door economische sabotage en dat vereist gebruik van een begrippenapparaat dat het traditionele fundamentalisme wezensvreemd is.

Zoals gezegd, abstrahering is geen in het oog lopend kenmerk van het islamitisch-fundamentalisme en de door Khartoem aangeprezen methode vereist van haar uitvoerders een koele planning en een visie op lange termijn die lang niet iedereen gegeven is. Dat het islamitisch-fundamentalisme, zoals de inellectuelen in Khartoem op dit moment uitgewerken, voor andere intellectuelen grote aantrekkingskracht heeft lijdt mijns inziens geen twijfel. Dat het voor weer anderen daarmee het emotionele religieuze elan verliest dat steeds de grote aantrekkingskracht vormde van het traditionele fundamentalisme evenzeer. Het is zelfs de vraag af of wat in Khartoem wordt uitgedacht nog wel islamitisch-fundamentalisme is en of er niet sprake is van een geheel nieuwe islamitische gedachtenschool.

    • Harm Botje