Geneefse cacao conferentie zonder akkoord geëindigd

Het overleg over een nieuwe overeenkomst tussen cacao-producerende en cacao-consumerende landen is vrijdag in Genève zonder succes geëindigd.

De gesprekken liepen stuk op de prijs, de omvang van een buffervoorraad die stabiele prijzen moet garanderen en het financieringsstyseem van deze voorraad. De huidige overeenkomst loop af in september 1993. De woordvoerder van de consumerende landen, de Nederlander Jan van Sluisveld, liet weten somber te zijn over de kansen van de volgende conferentie, die in februari wordt gehouden. “Wij zullen dan minder manoeuvreerruimte hebben”, zo voorzag hij.

Een van de grootste struikelblokken is een geschil over de financiering van de buffervoorraden aangelegd onder het vorige akkoord. Het gaat om een bedrag 150 miljoen dollar.

Volgens de Nederlandse Cacao en Cacaoprodukten Vereniging, in Genève met twee vertegenwoordigers aanwezig, hebben die achterstallige betalingen de gespreksronde grotendeels bepaald.

De nieuwe overeenkomst moet ook een einde maken aan de lage cacaoprijs die dit jaar op een dieptepunt is gekomen. De gedachte daarbij is dat consumerende landen ook gebaat zijn bij een hogere cacaoprijs. Cacaoboeren zullen bij een lage prijs geneigd zijn hun bomen minder goed te verzorgen waardoor de kwaliteit van de cacaobonen achteruit zal lopen. Over de hoogte van de cacaoprijs staan de producerende en consumerende landen nog ver uit elkaar. De eerste groep wil 1.820 special drawing rights (SDR's) per ton als gemiddelde, de tweede maximaal 1.050 SDR's. Momenteel beweegt de prijs van cacao - dat in Londen en New York wordt verhandeld tegen respectievelijk ponden en dollars - zich (omgerekend) rond de 800 SDR per ton. Een SDR is een door het Internationale Montaire Fonds (IMF) gecreëerde rekeneenheid, samengesteld uit een pakketje valuta's. De koers is zodoende minder aan schommelingen onderhevig. Eén SDR is ongeveer 1,3940 dollar (2,50 gulden) waard.

Over de omvang van de buffervoorraad werd in Genève evenmin overeenstemming bereikt, maar volgens betrokkenen zal die weinig problemen meer opleveren. De producerende landen stelden aanvankelijk een eis van 600.000 ton, terwijl de consumerende landen niet verder willen gaan dan 300.000 ton. Vrijdag waren die eisen teruggebracht tot tot respectievelijk 380.000 en 330.000 ton, zodat op dit punt de overeenstemming nabij lijkt.