Feyenoord te beperkt, Ajax te onrustig voor spannende voetbalklassieker; Van Gaal lijkt menselijk tegen wil en dank

ROTTERDAM, 16 NOV. Een pokerface met pretoogjes. De directeur betaald voetbal van Ajax genoot op zijn eigen manier van het succes dat hij en zijn spelers tegen Feyenoord behaalden. Louis van Gaal wierp een blik op het tv-scherm in het perszaaltje van de Kuip waarop de uitslagen van eredivisie geprojecteerd stonden. Twente met 4-0 gewonnen. “Vier doelpunten van De Boer (ex-Ajax) zeker”, blufte hij. PSV verloren. “Tja, ik heb vanmorgen gezegd dat wij zouden winnen en PSV zou verliezen.” Warempel, hij meende het. Ajax en Van Gaal leven weer.

Voor betrokkenen was Feyenoord-Ajax (0-3) een spannende wedstrijd. Zo'n beladen klassieker, waarin elke pass, elk schot, elke actie begeleid wordt door orkanen van geluid op de tribunes. Maar zo spannend was de confrontatie objectief gezien nauwelijks. Gedurende een groot deel van het duel der randstedelijke titanen was het zelfs muisstil in het stadion. Dan viel er gewoon niets te genieten, dan was er nauwelijks van enerverend laat staan technisch hoogstaand voetbal sprake. Daarvoor is dit Feyenoord gewoon te beperkt en was Ajax soms door de laatste loze prestaties te onrustig.

Maar dat zal Van Gaal voorlopig een zorg zijn. De manier waarop hij zijn selectie na de ontluisterende remise tegen MVV door de week had geholpen, had goed uitgepakt. Geen militairistische oplossingen in de vorm van strafexercities, maar séances die de spanning kunnen wegnemen. Maandagavond naar de verkiezing van de Amsterdamse sportman-sportvrouw, woensdagavond (mèt Feyenoord!) naar een optreden van René Froger en dan nog een middagje tennissen. Afstand nemen, noemt Van Gaal dat. “Je moet in dit soort periodes een keuze maken. Ik ben op intuïtie afgegaan, op mijn gevoel.”

Er wordt weleens getwijfeld aan de psychologische kwaliteiten van Van Gaal. Beweerd dat hij als voormalige leraar (te) autoritair zou zijn. Ajax-spelers lijken zich daardoor vaak geremd te voelen in hun inititatief en kijken te pas en te onpas, na elke actie, angstig naar de strenge blikken op de trainersbank. Steriel voetbal ter meerdere eer en glorie van de tactiek is ondanks een potentie aan balvaardigheid dan het onvermijdelijke gevolg. Spontane, artistieke voetballers als Bryan Roy durven dan zichzelf niet meer te zijn. Van Gaal mag dan streng zijn. Als het moet kan hij wel toegeven dat ook hij een mens is, gevoel heeft en dus twijfels. Dat hij geen boeman is dan wel een geschoolde psycholoog. Hij heeft ook gebreken. Maar hij vindt kennelijk dat hij ze in zijn functie niet veel mag laten zien.

De opgekropte reactie van Roy uit het verre Foggia op de manier waarop Van Gaal hem had behandeld, loog er niet om vorige week. Een a-sociale bende, noemde de gekrenkte artiest de sfeer bij Ajax. Van Gaal besloot er niet impulsief op te reageren. Dat kan hij als weinig anderen. “Het belang van Ajax is er niet mee gediend. Ik moet als manager het menselijke en het zakelijke gescheiden houden. Als manager moet ik wel eens onmenselijk zijn. Maar Roy kan het zakelijke niet van het menselijke gescheiden houden.” Om maar weer eens aan te geven hoe topvoetbal beleefd dient te worden, ook in de Ajax-familie.

In zijn euforie over de opleving van Ajax blijft Van Gaal zich van zijn positie bewust. Dan probeert hij zich te verheffen tot de pater familias. Dan complimenteert hij de fysiotherapeut Van Dord en fysioloog Jambor voor het lichamelijk welzijn, dan bewierookt hij de professionele instelling van bepaalde spelers, dan is Ajax gewoon een fijne club. Dat is zijn manier om zijn gevoel van geluk uit te drukken. “Dat Bergkamp, Willems en Roy liever bij Ajax blijven dan naar een andere club verkocht moeten worden, omdat ze bij Ajax zo fijn trainen en spelen, straalt ook een beetje op mij af. Dan ben ik blij.”

Een week geleden leken Ajax en Van Gaal voorbestemd een bescheiden rol in deze competitie te vervullen. De lijst van blessures en geschorsten zwol aan tot onbeheersbare vormen, het zelfvertrouwen leek zowat onherstelbaar. Maar Silooy keerde terug, Hansen (veertien maanden geleden speelde hij ruim een helft in zijn eerste competitiewedstrijd voor Ajax) herstelde plotseling snel en Pettersson genas opvallend voorspoedig. En dat het kleinste beetje geluk kan leiden tot een rigoureuze ommezwaai in de gemoedsrust - ook en vooral in de sport, bleek gisteren. Wanneer doelman Van der Sar niet stoïcijns vlak voor rust een lobje van Feyenoords Taument onschadelijk had gemaakt, zou Ajax mogelijk niet als winnaar maar als verliezer uit de strijd zijn gekomen. Dan zou door de 1-0 achterstand het vertrouwen in eigen kunnen een nog grotere knak hebben opgelopen.

Ajax was technisch superieur aan Feyenoord, maar dat is geen nieuws. Normaal gesproken compenseren de Rotterdammers een dergelijke achterstand met een ongebreidelde inzet. Maar gisteren moesten ze zelfs op dat onderdeel hun meerdere erkennen. Op de stoeipoezen Blinker en Taument na viel er voor de Ajax-defensie niet veel te duchten. Toen Davids een kwartier na rust fortuinlijk voor Ajax scoorde, was Feyenoord verloren.

Pettersson accentueerde kort daarop als toegift met een briljant doelpunt het verschil in voetbaltechnische kwaliteiten. Aangespeeld met de rug naar het strafschopgebied door Vink, draaide hij handig weg van zijn tegenstander om met zijn linkervoet de bal met effect langs doelman De Goey te schieten. Zulke doelpunten maken ze bij Feyenoord niet.