CPB somber over Nederland; Economie van Duitsland stokt in '93

BONN, 16 NOV. De Duitse economie stagneert en dreigt zelfs in een neerwaartse spiraal te belanden. Volgend jaar moet op nul-groei worden gerekend. Als er niet aan inkomensmatiging wordt gedaan kan het zelfs nog ernstiger worden.

In elk geval wordt 1993 “de eerste echte toetssteen na de Duitse eenwording en een moeilijk jaar” voor de economie, “mede omdat het pessimisme zich in het hele land uitbreidt”.

Dit schrijven de zogenoemde Vijf Wijzen (afkomstig van de vijf leidende Duitse economische instituten) in hun grote jaarlijkse advies aan de Duitse regering, dat zij vanmiddag aan kanselier Helmut Kohl overhandigen.

Deze door de regering aangewezen adviesgroep is nog somberder dan de economische instituten de afgelopen maanden al waren. “Het gevaar dreigt dat de economie afglijdt naar een recessie”, schrijven zij ronduit.

De “oude” Bondsrepubliek zal tot diep in 1993 geen groei te zien geven, in de veel kleinere Oostduitse economie zal de groei (vanaf een nu zeer laag niveau), niet tien procent zijn (zoals eerder verwacht) maar 6,5 procent. Nog maar drie weken geleden raamden de instituten van de Vijf Wijzen deze percentages op 0,5 en 7,5.

Of de economie later in '93 verder verslechtert of een keer ten goede neemt zal behalve van de wereldconjunctuur (de export), de rente en de beheersing van de overheidsfinanciën vooral afhangen van de loonvorming, die onder bruto 4 procent zou moeten blijven. Een loonontwikkeling in Duitsland als dit jaar (met gemiddelde CAO-stijgingen à 6 procent) zou “zwaarwegende gevolgen” hebben.

Hoe groot het effect van nulgroei in Duitsland op de Nederlandse econonomie exact is kon directeur prof. drs. G. Zalm van het Centraal Planbureau (CPB) vanmorgen nog niet zeggen.

Voor Nederland betekent economische nulgroei in voormalig West-Duitsland dat de prognoses voor 1993 opnieuw neerwaarts moeten worden bijgesteld. Het Centraal Planbureau ging op 28 oktober bij zijn prognoses voor 1993 nog uit van een economische groei bij de Oosterburen van 0,9 procent.

Een woordvoerder van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) noemde de nieuwe Duitse ramingen vanmorgen “een nieuwe tegenvaller”. De adempauze in de loonvorming, die vorige week met werknemers en de overheid overeen werd gekomen, moet volgens het VNO door de sociale partners worden gebruikt om zich te beraden op de nieuwe situatie.

Pag.11: Investeringen Duitsland 2,5 procent lager

Helderheid over de slechte economische situatie en de budgettaire toestand van de overheden is dringend geboden. De overheid moet zelf met een “drastische spaarpolitiek” en zonder “schaduwbudgetten” voorgaan bij de noodzakelijke economische consolidering. Dit is “een absolute prioriteit”. Minister Theo Waigel (CSU, financiën) moet voor 1993 niet alleen rekenen op conjuncturele belastingtegenvallers, zoals hij onlangs toegaf (12 tot 20 miljard mark), maar op veel grotere structurele klappen voor zijn begroting (435 miljard), onder meer wegens hogere uitgaven voor sociale- uitkeringen, aldus schrijven de Vijf Wijzen.

De adviseurs van de Duitse regering voorzien voor West-Duitsland in het eerste half jaar van 1993 een daling van de investeringen met 2,5 procent, daarna mogelijk weer een stijging met 1,5 (Oost-Duitsland: 12,5 procent, 129 miljard, dit jaar: 23). De prijsstijging zal respectievelijk 3,5 (West) en 9 procent (Oost) zijn, de consumptie groeit met 3,5 en 4,5 procent. De werkloosheid stijgt met 340.000 in West- en 200.000 in Oost-Duitsland (ongerekend het geplande wegvallen van overheids-arbeidsplaatsenplannen, effect: 100.000 à 150.000). De Westduitse export zou nog met reëel 2 procent ('92: 3) kunnen toenemen, maar voor de Oostduitse exportindustrie zijn de perspectieven zeer somber wegens de ineenstorting van haar traditionele afzetmarkt in Oost-Europa. Zelfs “trucs” als “het geld voor de waar uitsturen” (voorafgaande kredietfinanciering met de belofte van eventuele kwijtschelding) hebben hier geen zin. In het algemeen zal de Duitse export volgend jaar niet of nauwelijks een stimulerende rol kunnen spelen voor de nationale en de internationale conjuctuur, heet het.