Zijn hachje

Aan het eind van het weiland lopen zeven in het groen gestoken mannen, bewapend met zeven geweren en een stuk of wat gretige honden.

Het type is bekend: deze mannen beschouwen het schieten van hazen als sport, wat natuurlijk kolder is want sport veronderstelt een zekere gelijkwaardigheid en om een zekere gelijkwaardigheid te bereiken zou een haas in dit geval moeten uitgroeien tot een klein pantserwagentje, bemand met een half peloton infanterie. Zo'n haas is nog nooit vertoond.

De haas die wel wordt vertoond rent nietig en bruin, met gestreken oren en gestrekte achterpoten langs de slootrand, haaks op de spoorlijn. Hij lijkt in veiligheid.

Het weiland glinstert nat. In het zuiden gaat iets zonnigs schuil. Verschillende wolkenlagen jagen met verschillende snelheden langs de hemel.

Hoelang duurt het passeren van een trein? Honderd kilometer per uur is bijna dertig meter per seconde - niet langer dan een seconde of tien, lijkt me. En door zo weinig seconden, zelfs in een hazeleven nauwelijks meer dan een vingerknip, wordt het dier gestuit.

De gewaarwording van een trein brengt de haas tot staan, doet hem twijfelen, zich omdraaien en terugrennen, recht op die zeven mannen af.

Je zit in de trein en waant je schuldig.