SPD-leider wil zijn partij weer greep geven op de Duitse kiezers in het midden; Engholm voor krachtproef op congres

BONN, 14 NOV. Voorzitter Björn Engholm is klaar voor een van de zwaarstwegende congressen in de naoorlogse geschiedenis van zijn SPD, overmorgen en dinsdag in de Beethovenhalle in Bonn. Hij heeft de partijleiding achter zich gekregen voor een nieuwe koers, waarvoor hij met een geselecteerde groep medestanders eind augustus in de zogenoemde “Verklaring van de Petersberg” (bij Bonn) het initiatief nam.

Begin vorige week is die verklaring, waartegen een meerderheid van de kaders in de partijgewesten storm had gelopen, onder leiding van Oskar Lafontaine zó geherformuleerd dat nu ook zware critici in de partijtop als oud-voorzitter Hans-Jochen Vogel en Nedersaksens premier Schröder ermee kunnen leven. Zo gezien heeft Engholm zijn ruimte voor interne concessies al vóór het speciale partijcongres grotendeels verbruikt.

Het gaat Engholm niet alleen om de vraag of de SPD alsnog wil meewerken aan een, ook grondwettelijke, wijziging van het Duitse asielrecht, al zal daarnaar natuurlijk veel aandacht uitgaan. Datzelfde geldt voor het veelbesproken punt of, zoals de partijtop wil, nu toch de grondwettelijke mogelijkheid moet worden geopend om Duitse soldaten ook buiten het NAVO-gebied mee te laten doen aan vredesbewarende VN-acties, al zal de discussie daarover óók moeizaam zijn. Nee, het gaat de partijleider en zijn medestanders vooral om de vraag of de sociaal-democraten met een breed, nieuw spoedprogramma een greep op de kiezers in het midden kunnen krijgen. Alleen zó kunnen zij, na een nu tienjarige oppositieperiode, een voortgezet programmatisch isolement voorkomen en echt hun kansen versterken op toekomstige regeringsverantwoordelijkheid, meent hij.

Op de een of andere fatsoenlijke manier, is de redenering voorts, moet het de SPD lukken zichzelf te bevrijden uit de voor haar langzamerhand zeer klemmende tentakels van het asielvraagstuk. Dat vraagstuk, al jaren hét vraagstuk voor een zeer grote meerderheid van de Duitse kiezers, overschaduwt immers steeds allerlei andere kwesties en belet de SPD daardoor ook om de coalitie van Helmut Kohl vierkant te lijf te gaan inzake het financiële en het sociaal-economische beleid en de opbouw van Oost-Duitsland. Dat is des te klemmender omdat de SPD juist op dat speelveld, waar Kohls regering zwaar aan het tobben is, de bal steeds voor open doel ziet liggen. Het kan in dit verband geen kwaad om in herinnering te roepen dat de vorige SPD-kanselierskandidaat, Oskar Lafontaine, najaar 1990 inzake de asielpolitiek al hetzelfde wilde als Engholm nu.

In veel opzichten doet het congres van de komende dagen denken aan de koerszwenking naar het midden die de vroegere partijstrateeg Herbert Wehner de SPD eind jaren vijftig liet maken met het zogenoemde “programma van Bad Godesberg” (waarin zij enige onbruikbaar geraakte dogmatisch-marxistische bagage over boord zette). Meer nog: als Engholm begin volgende week slaagt, slaat hij een paar vliegen in één klap. Immers: zijn partij is dan beter in staat om het gevecht om de macht in Bonn te voeren, zij is voor straks dan interessanter geworden als coalitiepartner (bij voorbeeld voor de FDP), terwijl zijn eigen gezag dan tussen zijn SPD-generatiegenoten en collega-premiers als Eichel (Hessen), Lafontaine (Saarland), Scharping (Rijnland-Palts) en Schröder (Nedersaksen) definitief gevestigd is.

Als Engholm slaagt zou de SPD bovendien, iets wat buiten de Bondsrepubliek wel eens weinig aandacht krijgt, op het stuk van het asielbeleid en de zogenoemde “out-of-area”-kwestie in internationaal opzicht een betere positie krijgen. Want een komend geharmoniseerd Europees asielbeleid is wat Duitsland betreft onmogelijk zolang de SPD haar onmisbare steun onthoudt aan wijziging van de bestaande grondwet. Voorbeeld: in de huidige situatie moet de Bondsrepubliek onder meer ook asielzoekers toelaten die elders in de EG al zijn afgewezen.

Nu wordt er binnen en buiten de Bondsrepubliek geklaagd dat (ook) de SPD met haar koerszwenking aangaande het asielbeleid lelijk gezwicht zou zijn voor rechtsradicale geweldplegers, ja, dat zij mee zou doen aan een algemene ruk naar rechts. Wat dat betreft was het bepaald tragisch voor Engholm en de zijnen dat hun initiatief van de Petersberg (22/23 augustus) in de tijd min of meer samenviel met de rellen in Rostock. Maar die klachten zijn nogal merkwaardig als wordt bedacht dat de veranderingen waarom de grote Duitse partijen touwtrekken erop gericht zijn om het asielbeleid ongeveer zo op te zetten als dat van de meeste Europese buren. Die buren dus die als het om asielzoekers of vluchtelingen gaat doorgaans beleefd een lange neus in de richting van Bonn trekken. Staatssecretaris Kosto verklaarde laatst in deze krant: als de Bondsrepubliek haar beleid verscherpt zouden er wel eens meer asielzoekers naar Nederland kunnen komen.

Voor links Duitsland, voor heel veel Duitse geëngageerde intellectuelen en kunstenaars dus ook, komt de actie-Engholm op een moeilijk moment. Sinds de Duitse eenwording in 1990, die de SPD op de verkeerde voet verraste, is de betekenis van vroegere pronkstukken als de Ostpolitik en de rakettenstrijd van de jaren tachtig nogal gerelativeerd geraakt. Bovendien is haar modus vivendi van Bad Godesberg (1959) met de door kanselier Adenauers CDU ingerichte Bondsrepubliek moeilijker geworden nu vroegere mooie verdelingsvraagstukken zijn verdrongen door ongewone en ernstige economische problemen. Wat dat betreft heeft het emotionele debat over het asielbeleid en de Politikfrust nu ook een zekere subsidiaire kapstokwaarde. Dat een artikel van de grondwet “nooit” mag worden veranderd (al zijn de omstandigheden dat aan alle kanten) betekent dan ook een beetje: het blijve in dit land als gisteren.

Niettemin: de 52-jarige premier van Sleeswijk-Holstein staat sterk. Want de SPD, die onder haar lijsttrekkers Johannes Rau, Vogel en Lafontaine sinds 1983 drie keer kansloos bleef tegen Kohl, heeft voor hem eigenlijk nu geen goede personele alternatieven. Engholm heeft zijn partijgenoten de afgelopen weken trouwens alvast duidelijk gemaakt dat hij in '94 niet tegen elke prijs hun kanselierskandidaat (weer tegen Helmut Kohl) wil zijn. Zoals hij het met gevoel voor understatement zei: “Ik heb die functie niet met alle macht gezocht”.

Anders gezegd, de man die zich eerst, voorjaar '91, na veel tegenstribbelen als partijvoorzitter liet kiezen, en die afgelopen voorjaar al, weer na veel hoorbaar zuchten, het kandidaat-kanseliersschap voor de Bondsdagverkiezingen aanvaardde, verlangt dat het SPD-congres hem onmiskenbaar duidelijk steunt (zeg met zo'n 65 procent) bij de dramatische vernieuwing van de partijkoers. “Ik kan mijn positie niet naar believen veranderen”, zei Engholm, die ruim een jaar geleden nog waarschuwde dat wie het asielbeleid van de SPD zou pogen te wijzigen “een snelle politieke dood” zou sterven. Dat is snel veranderd. Secretaris (Geschäftsführer) Blessing van het SPD-bestuur zei het zo: “Als Engholm nu terugtreedt stort hij de partij in de naakte chaos”.