Spagaat met explosiegevaar

De traagheid en stroperigheid van het Nederlandse sociaal-economische beleid zijn de laatste jaren dikwijls bekritiseerd. Minister De Vries (sociale zaken) sprak in dit verband afgelopen voorjaar van “een zekere malaise”, en vroeg de Sociaal-Economische Raad (SER) om advies.

Vorige maand (23 oktober) wist de raad een unaniem advies uit te brengen. Strekking: de "overlegeconomie' kan Nederland door “een versterking van het collectieve aanpassingesvermogen” een voorsprong op de concurrentie geven, op voorwaarde dat haar legitimiteit, doeltreffendheid en doelmatigheid worden verbeterd.

Minder dan een week later (28 oktober) diende zich een eerste test-case aan. Het Centraal Planbureau (CPB) bracht alarmerende cijfers over een plotseling verslechterende economie. Op de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven zou het een behoorlijk negatieve uitwerking hebben. Aan reactiesnelheid ontbrak het niet. Amper twee weken later (in de nacht van afgelopen woensdag op donderdag) werd een "centraal akkoord' gesloten, waarin alle partijen erkennen dat “een uiterste inspanning is vereist” om het onheil te keren. Efficiënter kan haast niet, zou men denken.

Maar hoe zit het met de legitimiteit? Wie zijn oor officieus (“Dat hebt u niet van mij”) te luisteren legde bij sociale partners, hoefde weinig moeite te doen om termen als "flutakkoord' op de vangen. Het oordeel van deskundige waarnemers was niet milder: "gebakken lucht'.

Voor een deel kan het aan (te) hoge verwachtingen hebben gelegen. De CAO-onderhandelaars moesten “meer centrale boodschappen” meekrijgen, vond de vakbeweging. Vorige week schetste voorzitter J. Stekelenburg in het huisorgaan FNV Magazine van zijn vakcentrale nog dat een "taakstellende afspraak' nodig was: “Zeg nou maar afspraken over honderdduizend banen voor langdurig werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten over een periode van vier jaar”. Bij de andere partijen was de "inzet' niet minder ambitieus. Het kabinet achtte een loonstop van een half jaar geïndiceerd. En werkgevers tamboereerden op het leerstuk van verlaging van de collectieve lastendruk.

Toen de economische vooruitzichten nog lang niet zo somber waren, afgelopen zomer, sprak voorzitter Rinnooy Kan van de werkgeversclub VNO wellicht profetische woorden: “Het slechtste wat je kunt doen is het toch wat fragile klimaat weer onder druk zetten door met een soort tussendoortje te komen dat misschien qua inhoud wel klopt, maar dat qua uitstraling en geloofwaardigheid op zijn rug valt”.

Van alle partijen bevindt het kabinet zich, naar het zich laat aanzien, in de meest precaire situatie. Minister De Vries onderschreef (niet: ondertekende) het akkoord. Daarin staat dat de sociale partners ervan uitgaan dat “de overheid als werkgever” zal handelen langs de lijnen van het akkoord, dat de nullijn voorschrijft noch uitsluit.

De ambtenarenbonden voelden meteen nattigheid. Want in de Tweede Kamer hield het kabinet even zo vrolijk vast aan zijn voornemen de lonen in de collectieve sector in de eerste helft van volgend jaar te bevriezen. Dat komt niet alleen neer op de nullijn voor de lonen in de nieuwe contracten (ambtenaren, NS, Omroeppersoneel), maar ook op het openbreken van reeds afgesloten contracten (voor werknemers in ziekenhuizen, kruiswerk, gezinszorg, bejaardenoorden en welzijnswerk).

Er is weinig fantasie voor nodig om onder deze spagaat van het kabinet een enorm conflictpotentieel te ontwaren, zowel politiek als sociaal. Dat past ook in de al eerder door de politicoloog Slomp geponeerde these, dat zich in de jaren negentig rond het overheidsoptreden in de sfeer van de loonvorming in toenemende mate arbeidsconflicten zullen voordoen.

CPB-directeur Zalm werd onlangs, op een bijeenkomst in Utrecht, door een metaalwerkgever gevraagd wat hem te doen stond, gegeven de sombere economische perspectieven. “Ik zou maar eens beginnen de ruggen te rechten bij de komende loononderhandelingen”, antwoordde Zalm. Hij zei er niet bij dat dat ook het kabinet meer dan welkom zou zijn.