Rapid-schaak: heel veel spektakel voor een zo breed mogelijk publiek

PARIJS, 14 NOV. De uitgekauwde vraag of schaken nu een wetenschap, een kunst of een sport is, doet even op een weldadige wijze niet terzake. De Trophée Immopar, het officieuze wereldkampioenschap rapid-schaak dat morgen in de Franse hoofdstad beslist wordt, heeft slechts één doelstelling. Zo veel mogelijk spektakel voor een zo breed mogelijk publiek.

Iedereen die ooit gepeinsd of gepiekerd heeft hoe schaken tot kijksport kan worden omgetoverd, kon gedurende een kleine week terecht aan de Parijse Avenue Montaigne voor een blikverruimende spoedcursus. Alles in het knusse, maar ruime Théâtre des Champs-Elysées is erop gericht om het publiek een meeslepend avondje schaaktheater voor te schotelen. Hier spelen de grootste namen uit het schaakcircuit in een uiterst publieksvriendelijke entourage een meeslepende knock-out competitie om een hoofdprijs van zo'n 125.000 gulden.

Telkens wordt er maar één partij gespeeld, waarbij iedere speler 25 minuten bedenktijd heeft. Iedere ronde bestaat uit twee van zulke partijen, zonodig verlengd met een "tie-break Immopar', een vluggertje waarbij wit zes minuten bedenktijd heeft tegen zwart vijf, maar wit moet winnen om verder te komen.

De toeschouwers in de zaal, die voorzien zijn van alle denkbare audio-visuele gemakken, hoeven niets van de spanning te missen. Aan weerszijden van het podium hangen enorme filmschermen waarop de spelers op pakkende wijze in beeld gebracht worden. De regie voelt uitstekend aan wanneer er ingezoomd moet worden op een trillende wenkbrauw of een bibberende voet, of wanneer het tijd is om het scherm in tweeën te delen voor close-ups van beide spelers, met tussen hen in, in een kadertje, de klok waarop de laatste seconden wegtikken. Tegen de achterwand hangt een elektronisch demonstratiebord van zo'n tien bij tien meter, waarop de partij direct te volgen is en, niet onbelangrijk, ook de wegsijpelende tijd af te lezen is. Via koptelefoons kunnen de bezoekers luisteren naar technisch commentaar, hetzij in het Frans, hetzij, speciaal voor buitenlandse gasten, in het Engels.

Een nieuwe gadget, die dit jaar werd ingevoerd om mogelijke verveling tegen te gaan is een intoetsapparaatje waarop de kijker de zettten van de witspeler kan voorspellen. Wie de meest juiste suggesties doet zal aan het slot van hetevenement worden beloond met een schaakcomputer.

Wanneer de show begint gaan de lichten uit en terwijl het geroezemoes in de zal langzaam wegsterft zwellen de klanken aan van een dramatische passage uit het Carmen Saeculare, een compositie van wie anders dan André Philidor, de grote achttiende eeuwse Franse schaker die ook een begenadigd componist was. Dan is de beurt aan Bruno Fuchs, een zeer twintigste eeuwse, snel pratende televisie presentator, die de spelers in roemende woorden voorstelt. Wanneer de matadoren naar voren komen, weerklinken er regelmatig enthousiaste kreetjes van het eerste balkon, waar de overige deelnemers en hun aanhang zitten.

Een schaker met een stropdas kan moeilijk uitzonderlijk genoemd worden, maar wegens een overduidelijke passage in hun contract hebben ook de laatste weerbarstigen er aan moeten geloven. Zelfs een vrije jongen als Sjirov, die bij andere gelegenheden nog wel eens de voorkeur geeft aan een zonnebril en een T-shirt van de Sisters of Mercy verschijnt nu met zwierige tred in een soepel vallend jasje en een fleurige stropdas uit de coulissen.

Het opmerkelijke is dat de efficiënte en vlekkeloze show die de Parijse groothandelaar in onroerend goed, Immopar, dit jaar voor de derde keer opvoert, uiteindelijk te danken is aan de inspanningen van een van de warrigste figuren die in de internationale schaakwereld rondlopen. Fernando Arrabal is niet alleen een bekende Franse toneelschrijver, romancier en nog veel meer, maar ook een enorm schaakliefhebber. Toen Joel Lautier vier jaar geleden op 15-jarige leeftijd jeugdwereldkampioen werd, vroeg Arrabal zich in zijn rubriek in L'Express luidruchtig af of het vaderland zijn talentvolle zoon zou bijstaan op zijn weg naar de hoogste titel of niet. Een week later meldde Immopar zich met een ondersteuning voor drie jaar van zo'n zes ton. Twee jaar later had Arrabal bij dezelfde firma succes met zijn smeekbeden om Gata Kamsky op eenzelfde wijze te helpen.

In de tussentijd had Immopar de smaak van het schaken te pakken gekregen en enkele verdere mogelijkheden bekeken. Het geluk wilde dat zij op hun oriënterende tocht ook in aanraking kwamen met Dan-Antoine Blanc-Shapira, de manager van Lautier en een uiterst eerzuchtig en bekwaam organisator. Geënt op de Lancóme Cup bij golf werd de Trophée Immopar geboren, waarin in principe de eerste 16 spelers van de wereldranglijst om de officieuze wereldtitel rapid schaken zouden spelen.

Zo is het ook dit jaar, met dien verstande dat het aantal "wild cards' is uitgebreid. Naast de talenten van het huis, Kamsky en Lautier, werden ook Judit Polgar en de aanstormende 17-jarige Vladimir Kramnik uitgenodigd. De enige topper die zich afmeldde, Ivantsjoek, werd vervangen door de winnaar van het knock-out toernooi in Tilburg, Michael Adams.

Het leed dat de organisatie in Tilburg trof, toen de ene na de andere favoriet uitgeschakeld werd, is ook niet geheel voorbij gegaan aan Parijs. Karpov, Short en Timman overleefden geen van alleen de eerste ronde. Timman, de winnaar van verleden jaar, struikelde over Judit Polgar. Ondanks zijn teleurstelling wilde Timman toch alleen maar met de hoogste lof spreken over de formule en de organisatie van het toernooi. Het enige punt waarbij hij vraagtekens plaatst is het idee dat het hierbij zou gaan om een officieus wereldkampioenschap. Daarvoor geniet naar zijn mening Kasparov een te grote bescherming van de organisatie.

Kasparov is zonder twijfel de grootste trekpleister en in de ogen van de organisatie eveneens ongetwijfeld de beste winnaar die zij zich wensen kunnen. Dat Blanc-Shapira toevallig ook zijn Franse manager is, zal een gegeven zijn dat bij Timman niet alleen in zijn achterhoofd meespeelde toen hij zijn kritiek uitte. De wereldkampioen verkreeg het privilege dat hij iedere dag op hetzelfde tijdstip speelt. Mits hij blijft winnen, uiteraard. Dat loopt voorlopig nog niet al te soepel. In de eerste ronde overleefde hij een totaal verloren stand tegen zijn protégé Kramnik voordat hij in de tweede partij orde op zaken stelde. Tegen Poloegajevsky stond hij ook tot twee maal toe uiterst precair, maar zag zijn nerveuze tegenstander net zo vaak uit de bocht vliegen.

Vanavond speelt Kasparov in de halve finale tegen zijn vijand Kamsky. De jonge Amerikaan maakt achter het bord zoals altijd een uiterst correcte en uiterst sterke indruk. Wanneer hij mee moet doen aan de pr van het toernooi schiet hij nog steeds tekort. Een jasje heeft hij nog wel kunnen vinden, maar daarmee houdt het dan ook op. Nadat hij in de tweede ronde Judit Polgar had verslagen, gaf hij zonder veel gelaatsuitdrukking het volgende commentaar: “Veel eer viel er niet te behalen. Een nederlaag is een ramp, terwijl ik met een overwinning op Polgar niets win. ” De lievelinge van het publiek stond er met een groot boeket bloemen ietwat bedremmeld bij en zelfs Bruno Fuchs slaagde er niet in het terechte fluitconcert te overstemmen.