Publiek reageert frustraties af bij de Raggende Manne; Wij werken niet met voorbeelden

Volgende week verschijnt het derde album Weense Pletterij van de Raggende Manne. Zanger Bob Fosko wil met zijn direct uit de spreektaal opgetekende teksten "lucht geven aan woede, onmacht en frustratie'.

Zeldzame optredens van de Raggende Manne vinden plaats in Elckerlyck, Luttenburg (28/11) en Brogum, Zierikzee (5/12). De cd Weense Pletterij verschijnt maandag bij Play It Again Sam (Solid 527.5005.20).

“Stelletje slijmerds!” In Purmerend kon Bob Fosko het niet laten om te reageren op het gejuich om een toegift. Onmiddellijk werd hem de inhoud van een beker bier in het gezicht gesmeten. De zeldzame optredens van de Raggende Manne duren meestal niet langer dan een half uur. Des te heftiger zijn de reacties die ze oproepen, want op het podium neemt Fosko geen blad voor de mond. Het liefst wil hij de luisteraar om de oren slaan met "onontkoombare krachtpop'. Titels als Sodemieter Op en Verraad zeggen genoeg, en met het zes seconden korte Nee 's Niks pleegden de Raggende Manne een bijna geslaagde aanslag op de hitparade.

“De doorsnee rockband slijt nogal wat uren in het oefenhok,” zegt Fosko, die in het dagelijks leven beduidend zachtmoediger blijkt dan op het podium. “Een belangrijk verschil met de doorsnee rockband, is dat wij nooit repeteren. Als kind ben ik begonnen met accordeonles. Toen al speelde ik nooit van papier, maar alles uit mijn hoofd. Veel Nederlandse popmuzikanten nemen genoegen met het naspelen van buitenlandse voorbeelden. Wij hebben ons van die traditie losgemaakt, want we werken niet met voorbeelden. Omdat we muzikaal onderlegde ouwe lullen zijn, want dat mag je toch wel zeggen van een stel dertigers die zich aan popmuziek wagen, kunnen we onze eigen weg volgen.”

Op de plaat manoeuvreren de Raggende Manne tussen agressieve gitaarerupties, zelfverzonnen hoorspelen en doorwrochte staaltjes van jazzrock. Het muzikantschap en het muziekbedrijf staan voortdurend ter discussie, ook in de muziek zelf. Zo bestaat de tekst van het nummer Bedankt uit de afwijzingsbrief die de groep ooit ontving van een platenmaatschappij, en vervult Candy Dulfer een relativerende gastrol in de instrumentale tour de force Herfst In Uithoorn. “Ik heb twee kaartjes voor het BIM-huis,” horen we haar op zwoele toon zeggen, “ga je mee?” Volgens Fosko is Candy's bijdrage vooral zo leuk “omdat het niet meer zo goed botert tussen de jazzwereld en de familie Dulfer”.

Fosko bezigt bij voorkeur geen Algemeen Beschaafd Nederlands. Liever luistert hij naar dingen die hij op straat hoort. “Met raggen bedoel ik: het uitschreeuwen, je scheur open trekken, zeggen wat je op je hart hebt. Ik merk bij optredens dat het dingen los maakt bij de mensen, dat ze zich afreageren. Niet op een kwade manier, maar ik krijg op het podium van alles naar mijn hoofd geslingerd.”

Optredens die langer dan een half uur duren, vindt hij al snel te lang. “Het moet een ontlading zijn, een samengebalde krachtsexplosie. Er zijn ook fysieke grenzen. Na een half uur krijg ik pijn in mijn kop en beginnen mijn stembanden aan te lopen. Voor mijn eigen bestwil houden we het kort.”

Als geoefend acteur in voorlichtingsfilms en televieprogramma's werkt Fosko het liefst met beeldende teksten. VPRO's Bram van Splunteren benaderde hem om een lichtvoetig element in te brengen bij Lolapaloeza, een informatief programma voor oudere jongeren. Als de Consumerende Man testte de in een fel oranje overall gehulde Fosko tot nu toe kinderzitjes, alcoholvrij bier en motorfietsen. Zijn slapstick-achtige optredens zijn echter niet bedoeld als een persiflage op bestaande consumentenprogramma's. “Ik hou niet zo van satire en persiflage. Het gaat mij meer om mijn specifieke kijk op consumeren in het algemeen, de consumptiemaatschappij met alle zin en onzin daarvan. Die dingen trek ik in het absurde, met een soort van humor als van de Dikke en de Dunne: van die grappen die je al uren van tevoren aan ziet komen. Ik probeer oprecht te zoeken naar een eigen stijl, maar als ik mijn eigen grappen analyseer, sta ik het dichtst bij de sfeer van Monty Python.”

De cd-titel Weense Pletterij werd evenzeer ingegeven door een spontane inval, “nadat ik een aantal andere goed klinkende kreten van mijn papiertje had gekrast. Een pletterij is een afdeling van de hoogovens, maar voor de rest slaat het eigenlijk nergens op. Je moet het beestje een naam geven. Pletterij is een woord dat op een puur associatieve manier in de vocabulaire van de Raggende Manne thuis hoort.” Voor de teksten liet Bob Fosko zich inspireren door afgeluisterde gesprekken bij de bushalte en “geluiden die ik bedenk bij de stofwisseling na een bezoek aan de automatiek. Na een patatje met mayonaise fantaseer ik dat de kleppen van de aorta aan elkaar kleven, met alle onsmakelijke geluiden van dien. Beschouw Weense Knakke maar als een nummer over onverantwoord eetgedrag.”

    • Jan Vollaard