Ozonlaag op veel plaatsen ter wereld tot helft gereduceerd

GENÈVE, 14 NOV. De ozonlaag, die de aarde beschermt tegen de ultraviolette straling, is dit jaar op zijn dunst sinds er 35 jaar geleden werd begonnen met metingen hiervan. Dit staat in een gisteren verschenen rapport van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) van de Verenigde Naties.

Volgens de WMO was de ozonlaag begin dit jaar tot 20 procent dunner dan normaal geworden boven Noord-Europa, Rusland en Canada. De afgelopen maanden verminderde de ozonlaag in dun bevolkte gebieden in het zuiden van Argentinië en Chili met zo'n 50 procent. Boven Antarctica nam de ozonlaag een paar maanden geleden zelfs af met 65 procent van het normale niveau. Inmiddels heeft zich daar echter onder invloed van gunstige weersomstandigheden weer een lichte verbetering voorgedaan.

Volgens Romen Bojkov, ozon-deskundige van de WMO, geven de metingen een veel ernstiger vermindering te zien op zowel het noordelijk als het zuidelijk halfrond dan was verwacht. “Statistisch zouden we zulke lage waarden maar eens in de honderd jaar kunnen verwachten”, aldus Bojkov.

Naarmate de ozonlaag dunner wordt, neemt de ultraviolette straling, die kanker kan veroorzaken en door sommigen ook verantwoordelijk wordt gesteld voor slechtere oogsten, aanzienlijk toe, soms wel met 100 procent.

De WMO zei dat de voornaamste oorzaak van de verslechtering van de ozon-toestand de door mensen geproduceerde CFC's (chloorfluorkoolwaterstoffen) is. (Reuter)