OOST-EUROPA

Eastern Europe and the Commonwealth of Independent States 1992 door Gareth Wyn, redactie 582 blz., Europa Publications Limited 1992, f 620,-- ISBN 0 946653 77 1

De samenstellers van het lijvige naslagwerk Eastern Europe and the Commonwealth of Independent States 1992 heeft het niet aan durf ontbroken. Er is moed voor nodig een duur naslagwerk uit te brengen over een deel van de wereld dat nog steeds elke dag verandert, niet alleen politiek en economisch - de twee zwaartepunten van dit boek - maar zelfs structureel. In ex-Joegoslavië wordt elke dag gevochten om grenzen van inmiddels bestaande, maar morgen misschien verdwenen staten en om de grenzen van niet-bestaande, maar morgen wellicht werkelijkheid geworden staten, in Tsjechoslowakije wordt druk gewerkt aan een hopelijk fluwelen scheiding en in de Kaukasus wordt langzamerhand op elke bergtop de onafhankelijkheid uitgeroepen.

Ook aan ijver heeft het de samenstellers niet ontbroken. Het naslagwerk bestaat uit een tiental inleidende hoofdstukken waarin de hele regio vanuit verschillende gezichtspunten wordt behandeld, doorgaans door specialisten met klinkende namen als George Schöpflin (nationalisme en minderheden) en Michael Bourdeaux (godsdienst). Vervolgens worden de landen afzonderlijk behandeld, eerst de Oosteuropese, waarbij Joegoslavië zowel als geheel als onderverdeeld in zijn afzonderlijke republieken wordt besproken, vervolgens het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (waarbij voor dezelfde benadering is gekozen) en ten slotte de vier voormalige Sovjet-republieken die geen deel uitmaken van het GOS: de Baltische landen en Georgië. Ten slotte volgt een uitgebreid hoofdstuk met korte biografieën van vooral politici, wier namen tot voor kort grotendeels onbekend waren en die tegenwoordig elke dag in de krant staan: een kleine Who is Who van de nieuwe leiders in het Oosten.

Bij de landenhoofdstukken wordt begonnen met een chronologie van relevante gebeurtenissen in de geschiedenis, met nadruk op de ontwikkelingen in 1989 en 1990. Na uitgebreide en opnieuw door specialisten samengestelde hoofdstukken over de (recente) politieke ontwikkelingen en de economie volgen statistische gegevens, een korte bespreking van de grondwet en een zeer uitgebreide inventarisatie van relevante gegevens (inclusief namen, adressen en telefoonnummers) over de samenstelling van de regering, de politieke partijen, de belangrijkste media, het corps diplomatique, rechtspraak en kerken, onderwijs, banken, handel en industrie, transport, milieu en defensie.

Wie het telefoonnummer van de Syrische ambassade in Boekarest zoekt, of dat van het Hongaarse blad Elektriciteit, en wie wil weten hoeveel varkens Kirgizië in 1989 produceerde, hoeveel zetels de Partij van Joegoslaven in het parlement van Macedonië heeft of hoeveel mensen er deelnamen aan de mars voor hervormingen die op 4 februari 1990 in Moskou werd gehouden, kan in dit boek terecht. Alles en iedereen staat erin - en dat is een enorme verdienste.

De grote tekortkoming van het boek ligt om de hoek: de grote veranderingen maken een boek als dit nodig, maar vormen tegelijkertijd zijn belangrijkste achilleshiel. Op sommige punten is dit naslagwerk al verouderd, want sinds de actualisering van de gegevens werd afgesloten zijn we in de meeste landen alweer minstens een regering verder, zijn er heel wat kranten verdwenen en andere verschenen en hebben heel wat statistische gegevens hun geldigheid verloren. Maar dat is onvermijdelijk in Oost-Europa en het zal nog heel lang onvermijdelijk blijven. Het doet niet veel af aan de onmisbaarheid van dit naslagwerk voor iedereen die zich met Oost-Europa bezighoudt.