Oom Gennadi wil graag rustig sterven

MOSKOU, 14 NOV. De oom van Lena is ernstig ziek. Kanker. Terminale fase. Oom Gennadi wil graag rustig sterven. Niet thuis maar in een ziekenhuis. Daar kan de pijn tenminste enigszins verlicht worden. Al maanden probeert hij een bed te vinden. Zijn nichtje helpt hem daarbij. Lena is arts en kent de weg in de gezondheidszorg dus een beetje. Althans, dat dacht ze.

Maandenlang heeft Lena de deur bij het kankerinstituut aan de Kasjirskojo Sjossee in Moskou platgelopen. Dit ziekenhuis is hét oncologisch centrum van Rusland. Het is modern. Er werken goede artsen. En er zijn medicijnen, van binnen- en buitenlandse herkomst.

Gennadi en Lena hebben echter één klein maar afschuwelijk probleem. Ze zijn niet rijk. Gennadi is adjunct-directeur van een staatsfabriekje en verdient dan ook navenant. Lena zelf moet zien rond te komen van drieduizend roebel, nog geen vijftien gulden, per maand. Dat gegeven nu maakt het leven in de Russische medische wereld er heel anders op. Nog altijd is de gezondheidszorg er gratis. Maar dat is louter pro forma. Wie in Rusland een beetje adequaat geholpen wil worden, moet ten minste over goede relaties beschikken en bij voorkeur ook over geld. Zeker als je in het kankerinstituut wilt worden behandeld. Want dat is zo ongeveer het meest corrupte hospitaal van heel Rusland.

Natuurlijk, zo was het onder het communisme ook. Voor een gewone burger was het in die tijd eveneens onbegonnen werk om een plek te versieren in een goed aangeschreven ziekenhuis. Een hospitaal van het "derde' of "vierde directoraat' (respectievelijk de militaire en bureaucratische nomenklatoera) was hoe dan ook onbegaanbaar terrein. Maar nu alle oude en formele hiërarchieke lijnen zijn doorbroken, is het leven er niet doorzichtiger maar juist ingewikkelder op geworden. Bovenop de bestaande ambiance van corruptie en vriendjespolitiek is namelijk een openlijke sfeer van commercie ontstaan. Zo wordt het ziekenhuis waar Lena zelf werkt geleid door artsen die het grootste deel van hun tijd handel drijven met leveranciers van apparatuur of medicijnen en bij succes zelf een leuk percentage in hun zak steken terwijl het lagere volk maar moet afwachten of de minimale salarissen wel worden uitbetaald. De via-via-cultuur van het "reëel bestaande socialisme' is zich aldus aan het kwadrateren. Onder het mom van "markteconomie' wordt de gezondheidszorg doordesemd met een commerciële ambiance die geen tegenspraak duldt omdat geld immers hét objectieve criterium van vooruitgang is. Alle goedbedoelde en waarachtige inzet van artsen en medisch personeel is daaraan nu ondergeschikt. Sterker, ook eerlijke mensen kunnen er bijna niet meer onderuit.

Aanvankelijk dacht Lena dit probleem langs de relationele weg te kunnen oplossen. Ze gooide zichzelf in de strijd. Ze ziet er aantrekkelijk uit en wordt door de chefs in haar eigen ziekenhuis daarom regelmatig gebruikt als primanka, als "lokaas'. Bij voorkeur als er vertegenwoordigers van Westerse farmaceutische bedrijven in Moskou over de vloer komen om lucratieve contracten te sluiten voor onderzoeksovereenkomsten (het wetenschappelijke peil is in Rusland nog steeds interessant en bovendien goedkoop aan te boren), om een voet tussen de deur van de markt te krijgen dan wel om overtollige medicijnen te dumpen.

Haar eerste bezoekjes, in haar zondagse kleren en met een bos bloemen, bij de afdelingschef van het Kankerinstituut hadden uiteindelijk resultaat. Om te voorkomen dat de eisen van de chef van de betrokken afdeling (een man) zich zouden gaan concentreren op haar zelf, bood ze haar collega daarom vervolgens aan een van zijn patiënten gratis en voor niets in haar vrije tijd te komen behandelen. Lena is interniste en van die specialisatie hebben ze bij het kankerinstituut geen kaas gegeten. Die offerte leek vruchten af te werpen. Oom Gennadi kon komen. Weliswaar werd de opname elke dag om onduidelijke redenen uitgesteld, maar afgelopen maandag was het dan zover.

Vol goede moed vervoegde Gennadi zich bij de receptie. Hij werd opgenomen. Toen hij eenmaal in bed lag, kwam de dienstdoende arts even langs. Nee, niet voor een kort medisch gesprek of enige uitleg over de geplande therapie. De conversatie nam een hele andere wending. Eén ding moest Gennadi op voorhand weten, zo werd hem te verstaan gegeven: voor de medicijnen diende hij contant en ter plekke te betalen. Zo niet, dan kon hij maar beter weer vertrekken.

Oom Gennadi is gebleven. Maar zijn nichtje heeft er nu een halve dagtaak aan om zelf al die medicijnen en cadeautjes bij elkaar te scharrelen die nodig zijn om hem te behandelen en te voorkomen dat het verplegend personeel hem letterlijk in het hoekje van de afgeschreven gevallen schuift. Hoe het in minder prestigieuze ziekenhuizen gaat, laat zich raden.