Negen doelpunten tegen, het begin van het einde van een loopbaan

Feyenoord-Ajax 9-4, 29 november 1964. Het begin van het einde van de carrière van Ajax-doelman Bertus Hoogerman. Een ontmoeting in de sfeer van eerherstel.

Met zijn handen zet hij zijn woorden kracht bij. Grove handen, brede handen, die van een doelman. Met dikke vingers. “Het zijn net kroketten, zeiden ze altijd.”

Bertus Hoogerman laat ze zien, draait z'n polsen en kijkt naar z'n handen of hij ze eigenlijk niet meer wil zien. Zo bijzonder is het niet meer voor hem: aan de rechter hand ontbreekt van de wijsvinger en de duim het topje, aan de linker is de pink in het midden naar buiten geknakt.

“Typische keeperskwaal.” Dat van die pink. “Ben ik een keer mee in de grond blijven steken toen ik een bal wilde stoppen. Schoot uit de kom. Salo Muller, onze masseur, heeft hem nog recht gezet. Maar ja, op een gegeven moment blijft-ie er uit schieten. Dan gaat-ie vergroeien.”

Maar dat van die andere hand dan? “Als jongetje ben ik die topjes kwijt geraakt toen ik een deur dichtsloeg. Altijd gehad toen ik keeper was. Nee, ach nee, ik heb er geen last van gehad. Ja, ze zeiden wel eens als ik een bal had laten gaan: "Zeker een vingertopje tekort, Bertus'. Amsterdamse geintjes.”

“Tegenwoordig hebben die keepers van die mooie, grote handschoenen, met speciaal materiaal erop zodat de bal er niet doorglipt. Dat hadden wij niet. Gewoon met de blote handen. Zie dan maar eens zo'n kogel te vangen. Of met wollen handschoenen. Mijn moeder heeft ze nog gebreid, maar dan zonder topjes. En dan een stukje zeem erop naaien. Dat kon wel eens helpen.”

Acht jaar speelde hij in het eerste van Ajax. Tussen september 1956 en mei 1965 214 wedstrijden, 16 keer Feyenoord-Ajax of omgekeerd. Beladen wedstrijden, zeker voor Hoogerman, een degelijke doelman die uitgerekend in die duels wel eens fouten maakte. “Nou je het zegt, ik kreeg altijd veel doelpunten tegen”, geeft hij toe. “Een keer 9-5 in 1960 en 9-4 in '64. Maar om nou te zeggen dat het allemaal mijn schuld was. Onzin.” Zijn vrouw valt hem troostend bij: “Hij heeft ook veel goede wedstrijden gespeeld, hoor.”

Natuurlijk had hij met name in de laatste wedstrijd, die 9-4, schuld aan zeker drie doelpunten. “Maar als keeper word je er altijd op aangekeken als je verliest. Suurbier was die dag ook niks. En wat denk je wie er bij Feyenoord speelden. Bouwmeester en Moulijn. Nou dan weet je het wel. En ja, Ajax speelde altijd aanvallend, dan vliegt er wel eens een in als de verdediging niet sterk speelt.”

Een blik is in zijn ogen is onvermijdelijk voor wie heeft gelezen dat Hoogerman volgens ploeggenoot Sjaak Swart die rampzalige zondag in november per ongeluk de lenzen van zijn schoonmoeder had ingedaan. Nee, Hoogerman draagt geen bril, en zeker niet met dubbele beglazing. Want met die verwachting zoek je Bertus Hoogerman (54 nu) op in zijn huis in Hoorn. Een leesbrilletje, dat is alles wat hij nodig heeft om de boeken met knipsels er nog eens op na te kijken.

Hij heeft het ook gelezen. “Geintje van Sjaak. Visserslatijn. Mijn schoonmoeder zag wel slecht, maar zo slecht ook weer niet. Ik had wel problemen met mijn ogen, maar niet zo erg. We zaten een keer met het elftal in de bioscoop toen onze trainer Spurgeon zag dat ik een bril op had gezet. Hij had er zich al eens over verbaasd dat ik een afstandsschot liet lopen. Hij nam me mee voor een ogentest en toen heb ik lenzen gekregen. Met zo'n raar brilletje in het doel staan, vond ik niks. Ik raakte de lenzen wel eens kwijt tijdens de wedstrijd. Dan riepen ze: “Ogen kwijt Bertus?”

De 9-4 nederlaag van Ajax had verstrekkende gevolgen voor Hoogerman. Hoewel de verslaggevers van Rotterdamse kranten als Algemeen Dagblad en de Nieuwe Rotterdamse Courant wilden doen geloven dat Ajax “eervol ten onder ging tegen een prachtig spelend Feijenoord”, begreep de Ajax-doelman uit reacties in eigen kring dat hij de grote schuldige was van de afgang.

Maar van trainer Vic Buckingham hoorde hij niets voordat de Engelsman vijf dagen later op een bord in de kleedkamer de opstelling van Ajax van de komende zondag schreef. “Ik stond er naast. Als enige. Buckingham zei niks. Typisch Buckingham. Keihard. Ze zouden nota bene een vriendschappelijke wedstrijd spelen. Maar een herkansing was er niet bij voor mij. Ik moest met Ajax 2 tegen, ja tegen Feyenoord 2 spelen. Het was een enorme mentale klap. Het enige wat ik kon doen was nog harder trainen, terugknokken. Misschien wilde Buckingham dat ook wel.”

Och, Buckingham was geen slechte trainer. Maar keepers trainen vond hij niet nodig, is het verwijt van Hoogerman. “Een rare man. Hij had een geruite broek aan, lange regenjas, een sjaal en een hoedje. Zo stond-ie midden op het veld aanwijzingen te geven. Veel conditietraining en dan in de zaal met gewichten. Masseren voor de wedstrijden hoefde niet. Als je fit bent, ben je fit, zei hij. Hij had er echt kijk op. Als je op de zaterdagmiddagtraining probeerde een blessure te verzwijgen, had hij dat in de gaten. Dan moest je stoppen. Maar keepers, die moesten zichzelf maar trainen. Dus stond ik met Ronnie Boomgaard of Jan van Drecht een beetje te schieten. Ik ben nog eens naar bestuurslid Gerrit Keizer, een oud-keeper, gegaan en heb gezegd dat ik keeperstraining wilde. Zo krijg ik nooit het gevoel, vond ik, krijg ik nooit ritme.”

Zes wedstrijden moest Hoogerman boeten voor de fouten die hij in Feyenoord-Ajax begaan had - zijn vrouw weet het nog precies. “Zes weken werd er niet met me gesproken. Alsof ik de enige was die gefaald had. Nou, dan ga je door een hel.”

Ajax speelde slecht dat seizoen. Ondanks het debuut dat jaar van ene Johan Cruijff. Degradatie dreigde. Op 21 januari 1965 nam Buckingham ten einde raad ontslag. Rinus Michels werd zijn opvolger en vierde op 24 januari zijn entree met een 9-3 zege op MVV.

Een heel andere trainer. Hoogerman kreeg weer een kans, maar zou dat seizoen in totaal toch maar 19 wedstrijden spelen. “Michels was de eerste trainer die met je praatte. Die riep je op zijn kantoortje en dan praatte hij over de wedstrijd, over jou.” Hij kende Michels nog uit de tijd dat ze samen in het eerste van Ajax speelden. Hoogerman had gelijk met Swart als achttienjarige een contract getekend bij Ajax. Michels behoorde toen al tot de oude garde. “Raar hoor. Overdag was hij mijn gymleraar op de ambachtsschool en zei ik u tegen 'm en 's avonds stonden we samen te trainen. Toen hij als trainer kwam was zijn eerste zorg dat Ajax niet degradeerde. Hij begon eerst een organisatie op poten te zetten en de contracten te bespreken. Een onderwijzer hè, hij regelde veel.”

Contracten, een groot woord in die tijd, vindt Hoogerman. “We waren semiprof. Ik was instrumentmaker en later had ik een sigarenzaak. We kregen 7,50 per trainingsavond en veertig gulden bij een overwinning, dertig bij een gelijk spel en twintig bij verlies. Daarnaast kregen we 150 gulden om sportkleding te kopen. Toen we in de finale van de Intertoto van Feyenoord wonnen, kregen we zelfs 750 gulden de man.”

Hoogerman had in die tijd wel oren naar een vast bedrag per maand, wat hij bij Blauw Wit kon verdienen. “Ik vertelde bij Ajax dat ik met Blauw Wit ging praten. Toen ik terugkwam om te zeggen dat het niet doorging, dat ik toch bij Ajax een contract wilde tekenen, zeiden ze: "Kom deze week maar terug'. Maar toen ik kwam was er geen contract meer. Een rotstreek. Ik had het eerlijk gespeeld. Ik voelde me in mijn eer aangetast. Toen ze me kort daarna alsnog een contract aanboden heb ik geweigerd. Zoek het maar uit. Hebben ze op de laatste dag van de transferperiode nog Gert Bals kunnen contracteren.”

Bertus Hoogerman was toen pas 28 jaar. Hij werd weer amateur bij Meerboys en kreeg een jaar later bij HVC in Amersfoort een tweejarig contract. Na een jaar bij HVC vroeg zijn oude Ajax-ploeggenoot Co Prins of hij geen zin had in een profavontuur in de Verenigde Staten. Hij nam het aanbod aan en ging voor de Pittsburg Phantoms spelen en later voor de Kansas City Spurs. “Daar heb ik nog heel goed gekeept. Ik was de hele dag met voetbal bezig. Kun je zien, hoe belangrijk dat ook voor een keeper is. Achteraf heb ik er spijt van dat ik niet op dat aanbod van Ajax ben ingegaan. Want daarna kwam juist de grote periode.”

Zijn breuk met Ajax had ook zakelijke gevolgen. Hoogerman was net als Prins, Ouderland, Muller en Swart sigarenboer. Ten tijde van de titanenstrijd tussen Feyenoord en Ajax deed hij goede zaken met voorverkoop van kaartjes. “Dan werden de kaartjes in de voorverkoop een dubbeltje of meer duurder. Nou, als je dan een paar duizend kaarten had verkocht, had je toch een paar centen verdiend. Toen ik bij Ajax weg ging heb ik mijn sigarenzaak in de Molukkenstraat weg moeten doen. Ik zou toch geen kaartjes meer van Ajax krijgen. Uit het oog uit het hart hè. Toen ben ik een snackbar begonnen.”

Keepers zijn eenlingen, eenzame figuren. “Mensen begrijpen niet hoeveel spanning er door zijn lijf gaat.” Hoogerman kijkt zijn vrouw aan. “Ik ben toch een goede keeper geweest. Ik heb verschrikkelijk hard getraind. Onder Pepi Gruber, de voorganger van Buckingham, trainde ik al lag er een halve meter sneeuw. Dan gingen we naar Rotterdam. Dan stond er wat op het spel. Ik was altijd zenuwachtig, vooral voor die wedstrijden. Ja, wie niet. Ik zeker. Ik had veel last van zenuwen. Ik ben wel eens naar de dokter geweest voor druppeltjes om rustig te worden. Misschien kreeg ik gewoon water. Als ik er maar rustig van werd.”

De wedstrijd van een keeper. “Al krijg je nauwelijks een bal. Je leeft mee, anderhalf uur moet je geconcentreerd zijn. Een bal kan van richting veranderen. Soms zie je een schot niet aankomen. Er zitten zestigduizend mensen op de tribune. Dat voel je. 's Avonds ben je doodop. Het kleinste foutje heeft grote gevolgen. Daar blijf je aan denken. En twijfels zijn voor een keeper dodelijk. Daarom zit ik zo met Stanley Menzo. Zoals die wordt neergehaald om één foutje tegen Polen. Zo'n bezeten jongen. Maar ik zie dat hij het niet goed doet. Hij is overgeconcentreerd, hij schreeuwt te veel. Maar ik begrijp hem. Als ik Menzo ooit nog eens zie, wil ik wel eens een babbeltje met hem maken.”

Nee, hij gaat niet naar de Kuip morgen. Het is zo ver weg, vanuit Hoorn. En dan alleen. Oude herinneringen. Niemand kent je meer. Een keeper is eenzaam.