Lucita Moenir Alam (1941) studeerde ...

Lucita Moenir Alam (1941) studeerde internationaal publiekrecht aan de Leidse universiteit. Sinds 1978 is zij werkzaam bij het Bureau Buitenlandse Betrekkingen (BBB) in Curaçao, de laatste jaren in de functie van adjunct-directeur. Zij vertegenwoordigde de Antilliaanse regering bij verscheidene conferenties. De afgelopen week was zij betrokken bij de organisatie van de vijfde Europa-Caraïbische conferentie op Curaçao. Koningin Beatrix en prins Claus waren speciale gasten tijdens de openingsceremonie.

Lucita Moenir Alam is gehuwd met dr. Donald Montanari, tandarts. Zij hebben twee zoons, Arjun en Refiq, een tweeling van negen jaar.

Donderdag 5 november

Zoals te doen gebruikelijk op werkdagen wankel ik tegen zes uur uit bed. Voordat ik onder de douche stap ga ik even naar boven om te controleren of de tweeling al bijna klaar is om te ontbijten. Onderweg naar school wordt er tussen ons drieën het nodige besproken, zoals de Amerikaanse verkiezingsuitslag (zij behoren tot het Clinton-kamp), het naderende bezoek van de koningin en hun verjaardag over enkele dagen.

Nadat ik de jongens bij hun school heb afgezet (een afscheidskus mag niet meer, als het toch moet van hun moeder wordt er heimelijk rondgeloerd of er geen vriendjes kijken), rijd ik door naar mijn eerste ontbijtvergadering om 07.30 met de directeur van de in Londen gevestigde West India Committee (WIC), David Jessop, die daags tevoren is aangekomen voor de Europa-Caraïbische conferentie.

De West India Committee is een non-profitinstelling die zich richt op het ontwikkelen en verbeteren van de wederzijdse relaties tussen Europa en het Caraïbisch gebied. De commissie voert een programma uit ter versterking van de economische, politieke en culturele banden. Sinds vorig jaar is de WIC onderdeel van de Caribbean Council for Europe (CCE), die de belangrijkste Caraïbische verenigingen van de private sector samenbrengt met Europese organisaties die zich met het Caraïbisch gebied bezighouden, om te lobbyen en om de ontwikkelingen te volgen die voor de betrekkingen tussen de twee gebieden van belang zijn.

Ik ben door de minister-president aangewezen om als liaison de CCE/WIC en haar lokale counterpart, Curaçao Inc. (een overkoepelend orgaan van de private en publieke sector van Curaçao) namens de Antilliaanse regering bij te staan. Wat mij aan deze opdracht boeit is dat in het kader van de West India Committee politici en zakenmensen samenwerken, een goede geïntegreerde formule.

Na een uitgebreide vergadering tussen alle betrokken instanties rijd ik iets na twaalven naar mijn kantoor in Fort Amsterdam, waar ik mij tussen alle telefoon- en faxverkeer probeer te prepareren op de bespreking die ik om 3.00 uur met de minister-president zal hebben over de logistiek-organisatorische en inhoudelijke voorbereiding van de conferentie.

Na een briefing van ruim een uur blijf ik tot een uur of zes werken en besteed ik wederom veel moeite aan het lobbyen bij Caraïbische ambtenaren om hun regeringen vooral te adviseren om te participeren. Wij zitten met het probleem dat het nu de periode is waarin de kalender van regionale bijeenkomsten overvol is, wat nog klemmender is geworden omdat vorige week in Trinidad een speciale regeringshoofden-conferentie van de CARICOM is gehouden. Deze is door vrijwel het gehele Engelssprekende Caraïbische gebied op het hoogste niveau bijgewoond. Diverse topmensen die oorspronkelijk aan de WIC hadden toegezegd te zullen komen, zouden nu niet meer bereid zijn wederom hun (ei)land te verlaten.

Net op tijd voor het vaste donderdagmenu van vegetarische roti (= Indiaas brood) schuif ik bij mijn gezin aan tafel. Na de maaltijd kijken wij samen een half uurtje op Euro-net, een kanaal van Nederlandstalige programma's naar Bassie en Adriaan. Wel leuk, maar absoluut favoriet zijn de tekenfilms van Alfred Jodocus Kwak en de prachtige begeleidende liedjes van Herman van Veen. De rest van de avond redigeer ik bijdragen voor de toespraak die de minister-president tijdens de opening van de conferentie zal houden.

Vrijdag

Snel op het schoolplein aan de juichende kinderschaar, die net aan een pauze toe is (de juf waarschijnlijk ook), de tractaties voor de school overhandigd. Ik ga meteen door naar het werk waar ik een bespreking houd met het ondersteuningsteam van de regering voor de conferentie.

Door de drukte besluit ik het kantoor niet te verlaten voor een werklunch met Harry Victoria, waarnemend hoofd van het departement van financiën. Onze lieve werkster Serafina haalt een voortreffelijk "criollo' (= lokaal) gerecht.

De middag wordt in beslag genomen door allerlei beslommeringen, zoals de organisatie van een lunch die de minister-president op de eerste conferentiedag aan de vertegenwoordigers van Caraïbische regeringen zal aanbieden. Ik verdwijn even naar huis om de jongens te zien voordat zij gaan slapen en moet mijn Guyanese huishoudster Megan teleurstellen met het bericht dat ik niet met haar kan gaan joggen op het mooie circuit langs de zee. Later op de avond terug op mijn kantoor voor een "fine-tuning'-bespreking met David Jessop. Wanneer ik om 11.00 uur thuis arriveer, meldt Donald dat ons neefje, dat bij ons logeert, per ongeluk de slaapkamerdeur van de tweeling heeft geblokkeerd. Arjun en Refiq kruipen bij ons in bed, gezellig maar niet helemaal mijn idee voor een ideale nachtrust in deze vermoeiende dagen.

Zaterdag

Met z'n vieren in het ouderlijk bed geslapen. Meteen om 8.00 uur een firma gebeld om de deur van de kinderkamer te openen. De eigenaar wil niet, hij moet maar liefst twaalf deuren openen voor een filmploeg die een speelfilm aan het maken is op onze pittoreske locaties. Wanneer ik ons adres opgeef, wordt geroepen: waarom heeft u niet meteen gezegd dat het voor dr. Montanari is, dat is mijn tandarts, ik zal iemand vrijmaken! Zo wordt alles weer geregeld.

De zaterdag knip ik verder in tweeën: 's ochtends ga ik naar kantoor en de rest van de dag besteed ik aan de voorbereiding van het verjaardagsfeest. Om half vijf zitten we aan de televisie gekluisterd om de aankomst van de koningin op de voet te volgen: vanaf het moment van aankomst lijdt Curaçao aan acute koninginnekoorts. Tegen de avond vertrekken wij naar een oergezellige familie-barbecue.

Zondag

Het is (eindelijk) zover: Refiq en Arjun zijn vandaag jarig. Negen jaar geleden zijn mijn zonen, eerder dan uitgerekend zoals bij tweelingen vaak het geval is, in New York geboren. Op doktersadvies bleef ik daar aansluitend op mijn jaarlijkse dienstreis naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Vooral op hun verjaardag sta ik er weer bij stil hoe dankbaar ik ben dat ze - ondanks hun moeizame start - zulke prima jongens zijn geworden.

Waar ik met minder blijde gevoelens op terugblik is de juridische nasleep die hun geboorte gehad heeft. De Amerikaanse neonatale gezondheidszorg is goed maar kostbaar. De Antilliaanse regering wilde deze ziekenhuiskosten echter niet vergoeden. Zij beriep zich daarbij op een wettelijke regeling die bepaalde dat de gehuwde vrouwelijke ambtenaar, anders dan haar gehuwde mannelijke collega, geen recht heeft op een tegemoetkoning in de medische kosten ten behoeve van haar gezinsleden. Naar mijn oordeel was dit een loepzuiver voorbeeld van onderscheid naar geslacht dat met artikel 26 van het BUPO-Verdrag strijdige discriminatie oplevert.

Samen met mijn zus Elvia, die advocate is en op wie ik altijd kan rekenen, heb ik twee jaar bij de ambtenarenrechter moeten procederen die ons in beide instanties gelijk gaf. De wetgever heeft inmiddels zijn consequenties getrokken. Het onderscheid is weggenomen. Achteraf ben ik, ondanks mijn enorme teleurstelling van destijds, natuurlijk wel positief over het feit dat Elvia en ik een aandeeltje hebben kunnen leveren in de strijd voor gelijke rechten van mannelijke en vrouwelijke ambtenaren.

Elk jaar weer probeer ik er voor de jongens iets bijzonders van te maken en bovendien grijp ik als heuse Antilliaanse uiteraard een goede aanleiding aan om een flink feest te bouwen. Dit jaar hebben de feestvarkens gekozen voor de typisch Curaçaose "Hoffi' van het "Rust en Burgh'-complex, vroeger de sociëteit van de Shell-expatriates.

Het wordt een daverend "dubbelfeest' voor een veertigtal kinderen en voor een aantal familieleden. Maar zelfs op hun verjaardag, dit jaar nota bene op een zondag, kan ik niet mijn onverdeelde aandacht aan mijn kinderen besteden omdat ik de rest van de dag buitenlandse VIP-deelnemers op de luchthaven moet ontvangen.

Maandag

In verband met het koninklijk bezoek is het voor ambtenaren en scholieren een vrije dag. Niet voor mij: mijn werkdag is intensief en lang. Ik zal mijn tijd moeten verdelen tussen kantoor, het ITC en de luchthaven.

In de ochtenduren combineer ik werk en moederschap daadwerkelijk: Ik ga naar kantoor en neem Arjun en Refiq mee. De koningin en haar gevolg zullen vanochtend onder meer de gouverneur, de raad van ministers en de recentelijk gerestaureerde Fortkerk bezoeken, in Fort Amsterdam, het Antilliaanse "Binnenhof'.

In mijn werkkamer met uitzicht op het Fortplein wachten wij de diverse momenten af om naar buiten te stappen, wanneer wij de koninklijke familie over het Fortplein kunnen zien lopen. Arjun en Refiq willen een poster, die alle klasgenoten samen gemaakt hebben met tekeningen van Curaçaose taferelen, aan de koningin aanbieden. Hoewel ik er zelf een hard hoofd in heb dat het hun zal lukken, gebeurt het zowaar. De koningin staat stil, neemt op charmante en kindvriendelijke wijze de poster in ontvangst en wanneer de chef protocol vermeldt dat zij gisteren jarig waren, feliciteert zij de jongens, die hiervan zo onder de indruk zijn dat zij hun tong totaal verloren hebben. Ook prins Claus en prins Willem Alexander, die sinds enkele dagen Michael Jackson als hun held heeft vervangen, schudden hun de hand. Mijn toch al monarchistisch hart vloeit even over.

Tegen lunchtijd zet ik de jongens af en ga naar het vliegveld om de buitenlandse gasten namens de regering te verwelkomen. Tegen tienen ben ik thuis, een beetje doorgedraaid. Nadat Donald, de man achter de vrouw, mij heeft verwelkomd met een lijstje van mensen die teruggebeld wensen te worden, overhandigt hij mij een plateau met een dampende maaltijd. Ik slaap maar enkele uren, piekerend over wat er allemaal fout kan gaan de volgende dag. Het leven van een ambtenaar is niet altijd eenvoudig. Ik denk met een glimlach aan wat minister Hans van den Broek onlangs tijdens de Algemene Vergadering van de VN schertsend tegen mij zei: ""Ach Lucita, je moet bedenken dat een minister maar een incident is in het leven van een ambtenaar!''

Dinsdag

Na mijn matineus telefoontje naar de minister-president om haar op de hoogte te stellen van de allerlaatste afspraken over de openingsceremonie, spoed ik mij iets over zevenen naar mijn zeer kundige kapster, Fejidi, die er al vele jaren voor zorgt dat ik representatief voor de dag kan komen. Bij de ITC is het een drukte van jewelste, de conferentiegangers en de gasten stromen naar binnen, tezamen met de vele journalisten verwachten wij minstens 400 personen in de Exhibition Hall.

Nadat de Caraïbische VIP's aan de koningin zijn voorgesteld, start de openingsceremonie. De toespraak van de Antilliaanse minister-president wordt goed ontvangen en ook de nieuwe secretaris-generaal van CARICOM, Edwin Carrington, maakt zijn uitstekende reputatie waar. Ik spoed mij naar de ingang waar ik prins Claus, prins Johan Friso en prins Constantijn moet ontvangen die zich bij de koningin zullen voegen voor een briefing over de financieel-economische situatie van de Nederlandse Antillen. Om elf uur doe ik de drie prinsen en minister Hirsch Ballin uitgeleide. Terwijl ik het portier dichtsla bedenk ik dat naar mijn mening deze minister het oprecht goed meent met de Antillen. Diverse politici alhier zijn niet zo gecharmeerd van zijn optreden. Ik wel, ook al ben ik het niet op alle fronten met eens.

Tezamen met mijn teamgenoten kan ik nu alle aandacht schenken aan de lunch die om één uur in Restaurant Fort Nassau wordt aangeboden door de minister-president aan de vertegenwoordigers van onder meer Anguilla, de Amerikaanse Maagdeneilanden, Belize, de Dominicaanse Republiek, Jamaica, Puerto Rico en Suriname. De lunch is een groot succes, het wordt bijzonder gewaardeerd dat drie Antilliaanse ministers ondanks de drukte van het werkbezoek van de koningin, tijd vrij hebben gemaakt voor hun Caraïbische vrienden. Aan mijn rechterhand zit Carrington, die op mijn luchtige vraag welke zijn favoriete cuisine is, Winston Churchill citeert: ""Everything I like is either illegal, immoral or fattening.''

Woensdag 11 november

Om half negen in de ochtend neemt Curaçao afscheid van de koningin en het koninklijk gezelschap. Op het gouvernementspaleis wordt de koninklijke vlag gestreken. Een uiterst succesvol gedeelte van het werkbezoek is afgesloten.

's Middags woon ik de slotzitting van de Euro-Caraïbische conferentie bij. Één van de belangrijkste issues was, zoals te verwachten, de uitermate gecompliceerde problematiek van de bananen. Terwijl in de EG ernaar gestreefd wordt, liefst vóór 1 januari, de verschillende bananenregimes te harmoniseren, wordt in het Caraïbisch Gebied juist bepleit om de speciale regimes te handhaven. Ook Nederland behoort tot de landen die ervoor willen zorgen dat de Europeaan in staat wordt gesteld tegen de laagste prijs bananen te consumeren.

Het is te hopen dat voor het gehele Caraïbisch Gebied geldt wat de Antilliaanse schrijver Boeli van Leeuwen over de Curaçaoënaar schreef, namelijk dat wij "geniale anarchisten' zijn die van niets iets weten te maken.