"In kerken is feminisme altijd een heel besmet woord'; "Ik heb me in mijn kerk nooit een excuustruus gevoeld'

ROTTERDAM, 14 NOV. “In die televisiebeelden van woensdagavond waarbij je zag hoe vrouwen elkaar na de Anglikaanse synode in Londen waardoor ook zij priester kunnen worden, in de armen vielen, hoe zij lachten en huilden, daarin kon ik mij helemaal herkennen. Ik heb dat in 1969 meegemaakt toen de gereformeerde synode besloot vrouwen tot de kerkelijke ambten toe te laten. "Land of hope and glory' zingend, reed ik in de auto naar huis. Zo blij was ik dat het eindelijk was gelukt”.

Een jaar later werd Marja van der Veen-Schenkeveld tot predikant bevestigd. Al op haar veertiende jaar voelde zij haar roeping. Maar toen ze theologie had gestudeerd, moest ze nog twaalf jaar, tot haar 42ste wachten voordat het zover was dat ze dominee kon worden. Krimpen aan den IJssel was haar eerste standplaats; later volgde Rotterdam. Thans zijn zij en haar man die ook gereformeerd dominee is, met pensioen. “Ik heb me in mijn kerk nooit een excuustruus, een maar net getolereerde vrouwelijke predikant gevoeld”, zegt zij.

De 784.000 gereformeerden hebben nu 125 vrouwelijke voorgangers, tien procent van alle dienstdoende predikanten en dat aantal neemt nog steeds toe. De 1,8 miljoen hervormden hebben eveneens 10 procent (330) vrouwelijke predikanten, maar in de circa 5,5 miljoen zielen tellende katholieke kerk in Nederland is van zoiets nog helemaal geen sprake. Weliswaar heeft men daar heel wat vrouwelijke pastorale werkers, maar het echte kerkelijke leiderschap is nog steeds aan alleen mannelijke priesters voorbehouden en Rome heeft nog geen enkel teken gegeven dat het daarin ooit verandering zou willen brengen.

Ook al wordt in alle kerken het grootste deel van de activiteiten door vrouwen verzorgd en gedragen, toch staan in deze drie kerkgenootschappen nog altijd uitsluitend of hoofdzakelijk mannen aan het roer, vooral in de besluitvormende organen. Wie daar tegenin wil gaan en het mannelijke denken in de kerk zou willen aanpakken, moet volgens de hervormde predikante, Jeannette Deenik-Moolhuizen die zich in opdracht van haar kerk tegenwoordig uitsluitend met "vrouwenvragen' bezighoudt en voorzitter is van de sectie "Vrouw en kerk" van de Nederlandse Raad van Kerken, vooral niet activistisch te werk gaan. “We moeten uiterst behoedzaam optreden”, zegt zij, “want in de kerken is "feminisme' altijd een heel besmet woord, een woord dat velen aan egoïstische vrouwen die op de barricaden gaan en huis en gezin in de steek laten, doet denken”.

In tegenstelling tot de drie grote kerken hebben kleine kerkgenootschappen, zoals de broederschappen van de Doopsgezinden en van de Remonstranten, vrouwvriendelijker tradities. Voor de Eerste Wereldoorlog waren er al vrouwelijke doopsgezinde predikanten en in de jaren '20 konden ook remonstrantse vrouwen, zij het veelal als hulpjes van mannelijke collega's, dominee worden. Met gevolg dat tegenwoordig circa de helft van alle doopsgezinde en remonstrantse dominees vrouw is.

Jeannette Deenik die zich trots herinnert dat zij in de jaren '70 de eerste hervormde predikant was die een kind baarde, vertelt hoe binnen de hervormde kerk sinds 1902 voor toelating van vrouwen tot de kerkelijke ambten, is geknokt. In 1923 kregen hervormde vrouwen actief kiesrecht, maar vervolgens duurde het nog bijna veertig jaar voordat ze ook predikant, ouderling of diaken konden worden. Pas in 1991 zijn de laatste belemmeringen voor volstrekte gelijkberechtiging weggenomen, maar dat betekent volgens ds Deenik nog helemaal niet dan mannen en vrouwen in haar kerk ook werkelijk gelijke rechten hebben. Als voorbeeld daarvan wijst zij op de orthodoxe vleugel van de hervormde kerk, de Gereformeerde Bond waar geen enkel ambt voor vrouwen toegankelijk is en dat dat door de rest van de kerk uit respect voor de irrationele gewetensbezwaren van de tegenstanders zonder discussie geaccepteerd wordt.

Ook andere christenen van de gereformeerde gezindte houden vrouwen buiten alle kerkelijke ambtsfuncties. Dr. W. van 't Spijker, hoogleraar aan de Theologische Universiteit van de Christelijk Gereformeerde Kerken in Apeldoorn, noemt het punt van de vrouw in het ambt “iets waarover wij nog nooit hebben nagedacht. Het is een kwestie van Schriftgezag”, zegt hij, “omdat de apostel Paulus zich er zonder meer tegen uitspreekt. Dus doen andere bijbelpassages er voor de Christelijk Gereformeerden niets toe en datzelfde geldt voor de Vrijgemaakt Gereformeerden”.

Vooral op het platteland, in Friesland en Noord-Holland als ook in de zieken-, bejaarden- en gevangenenzorg zijn hervormde vrouwelijke predikanten te vinden, zegt ds Deenik. “Veel van hen zijn getrouwde of samenwonende parttimers die ook nog een huishouden te verzorgen hebben. Daardoor zitten er ook maar heel weinig vrouwen in hogere kerkbesturen zoals synodes en kunnen die daardoor met zo'n typisch mannelijke vergadercultuur blijven doorgaan”.

Juist het altijd tussen keuken en de studeerkamer actief zijn, maakt dat vrouwelijke predikanten beter, in ieder geval minder theoretisch in hun preken zijn, zegt ds Van der Veen-Schenkeveld. Volgens haar bestaan er in de kerk ondanks alle verworven vrouwenrechten, nog altijd lichte vormen van discriminatie. “Zo mag ik bijvoorbeeld in Ouddorp op Goeree waar we een huisje hebben, niet preken omdat de gereformeerde gemeente daar nog altijd vrouwen buiten de deur houdt. Echte discriminatie vind je echter in het buitenland. Ik heb dat meegemaakt bij de Wereldraad van Kerken in Genève waar ik een paar jaar in het centraal bestuur zat. In de Oosterse Orthodoxe kerken worden vrouwen nog altijd uit álle ambten geweerd en verschrikkelijk gediscrimineerd. Zij dreigen voortdurend uit de Raad te stappen als de Wereldraad daarover wil spreken. Maar ze zijn net als de Gereformeerde Bond binnen de hervormde kerk. Altijd maar dreigen dat ze eruit gaan, maar daarbij blijft het”.

Jeannette Deenik meent dat die kerken zich voor de vraag van gelijke kerkelijke rechten van mannen en vrouwen geen fluit interesseren. “Voor hen is het een non issue, waarover geen enkel overleg mogelijk is, ook buigt de internationale oecumenische beweging zich al sinds 1927 over het "vrouwenvraagstuk'. Maar misschien kan het besluit van de Anglikaanse synode toch nog wat in beweging brengen”.