"Ik ben toch geen turner. Ik krijg geen cijfer voor mijn bewegingen'; Metgod is door schade en schande wijzer geworden; Feyenoorder denkt na 18 jaar profvoetbal niet aan afscheid

Feyenoord-Ajax van 1988 was voor JOHN METGOD het dieptepunt uit de carrière. Hij werd toen door een volle Kuip uitgefloten en uitgejouwd. Tegenwoordig hangt er bij elke wedstrijd een spandoek voor de 34-jarige Feyenoord-aanvoerder in het stadion.

Willem van Hanegem, toen nog toeschouwer, na Feyenoord-Ajax (2-0) van een jaar geleden over John Metgod: “Hij kan op deze positie honderd jaar worden. Hij wordt zowat wekelijks tot uitblinker uitgeroepen. Dat begrijp ik niet zo goed. Met zo veel mensen om je heen is het in die vrije rol niet zo moeilijk voetballen.”

Reactie van John Metgod op die uitspraak van zijn huidige trainer: “Mijn gedachte toen was: hij zal zeker geen fan van me zijn. Of dat nu ook zo is? Ik heb geen idee. Dat moet je hem zelf maar vragen. Hij stelt me elke week op. Dat is natuurlijk niet voor niets.”

Van Hanegem nu over Metgod: “Hij heeft tegenwoordig minder mensen om zich dan vorig seizoen. Wij spelen meer vooruit. Dat betekent dat Metgod zelf meer moet doen. Soms doet hij dat, maar soms ook niet. Hij kan het dus wel. Leeftijd zegt me niets. Als je maar presteert. En ik kan niet zeggen dat hij geen voorbeeldige prof is. Op zijn trainingsarbeid valt niets aan te merken.”

Van Hanegem en Metgod kennen elkaar al heel lang. Ze speelden in de midden jaren zeventig twee seizoenen samen bij AZ '67. Ze lagen toen regelmatig met elkaar in de clinch over het voetbalspel. Het was volgens Metgod “hard tegen hard”.

“Hij zei hoe hij het zag en ik zei het ook. Die meningen kwamen meestal niet overeen. Thuis ging ik dan nadenken. Dan kwam ik er meestal achter dat hij gelijk had. Dat zei ik later ook tegen Willem. Het kostte me als snotaap van achttien jaar best moeite om naar hem toe te stappen. Ik was toen stront-eigenwijs.”

Metgod heeft lang het vermoeden gehad dat Van Hanegem persoonlijk iets tegen hem had. “Dat was natuurlijk niet zo”, zegt de Feyenoord-trainer. “Ik wilde hem toen bij AZ alleen op op mijn eigen wijze iets proberen bij te brengen. Dat was juist het bewijs dat ik iets meer in hem zag. Als je je mond houdt is het pas foute boel.”

In die roerige tijd in Alkmaar riep de jonge Metgod ook dat hij het WK van 1978 in Argentinië zou halen. Die uitspraak heeft hem lang achtervolgd. Hij stond meteen bekend als een bluffer. “Hoe gaat zoiets? Mij werd gevraagd wanneer ik in het Nederlands elftal zou komen. Waarom niet voor Argentinië, heb ik toen geantwoord. Achteraf zat ik er maar een paar maanden naast. Ik kwam in november '78 bij Oranje”, aldus Metgod, 21-voudig international.

John Metgod gaat als een soort anti-held door het leven. In slechte tijden is hij vaak het doelwit van de hoon van trainers en toeschouwers. Er valt nu eenmaal makkelijk iets over of naar hem te roepen. Opa, kale, stijve. “Ik ben”, weet hij, “niet één van de jongsten meer, heb niet veel haar en loop als speler niet over van souplesse en elegantie.” Zo'n speler hoort, werd er wel eens beweerd, niet thuis in het mooie wit van het statige Real Madrid waar Metgod van 1982 tot 1984 twee seizoenen speelde. Metgod: “Dat heeft Van Hanegem ook een keer gezegd. Maar wat heeft je uiterlijk er nou mee te maken? Het gaat toch om de kwaliteit.”

Metgod zit zelf thuis bij de televisie-samenvattingen ook niet van zijn eigen stijl te genieten. “Maar soms wel van de manier waarop ik speel. En daar draait het in het voetbal om. Het gaat niet om het mooie. Ik ben toch geen turner. Ik krijg geen cijfer voor de manier waarop ik me beweeg.” Het is, stelt de verdediger, zaak om de goede punten van een speler uit te buiten. “En ik weet heel goed wat ik kan en wat ik niet kan.”

Met zijn kwaliteiten is Metgod sinds anderhalf jaar een belangrijk onderdeel van een vaak succesvol Feyenoord. Hij is de leider in de verdediging, gebruikt regelmatig zijn lange pass en is bij corners, ingooien en vrije trappen gevaarlijk met het hoofd voor het doel van de tegenstander. Het maakt hem populair bij het legioen. Het spandoek met zijn naam erop dat achter één van de doelen in het stadion hangt vindt hij “leuk, maar meer niet”.

Metgod blijft nuchter. Hij is door schade en schande wijs geworden. “Nu is er geen betere verdediger dan Metgod en hoor ik in het Nederlands elftal. Nog niet zo lang geleden kon ik er niets van. En ik ben toch nog even snel of even traag, het is maar hoe je het wilt noemen, als vroeger.” Hij gaat er prat op dat hij bij Feyenoord uit een diep dal is gekropen. Hij dacht nooit aan opgeven. “Soms moest het verstand op nul en de blik op oneindig. En dat is voor mij toch niet zo moeilijk”, zegt hij cynisch.

Hij zal zijn beginperiode in De Kuip, waar hij in juli '88, kwam echter nooit vergeten. Het elftal draaide niet en Metgod werd regelmatig door de eigen aanhang weggehoond. Hij kan zich de teleurstelling van de supporters over de slechte resultaten best voorstellen. “Maar”, zegt Metgod, “als ik stapelgek van een club ben blijf ik dat door dik en dun. Dan is fluiten en joelen niet de manier om het weer goed te krijgen. Er is nog nooit iemand beter gaan spelen onder helse fluitconcerten.”

“Er is in Nederland geen respect voor een profvoetballer. Dat is iemand die niet veel verstand heeft en hij wordt er godverdikke ook nog rijk mee. Er heerst hier een soort afgunst. In landen als Spanje en Engeland wordt het als een eer gezien als je een voetballer kent en vinden ze het leuk als ze op dezelfde vakantiebestemming als jij bent. Engelsen komen dan naar je toe en vragen beleefd of je tijd hebt voor een handtekening of zo. Nederlanders zijn anders. Die zie je als ze je op straat tegenkomt over je fluisteren. Als je elkaar kruist zeggen ze niets, maar ben je dan tien, vijftien meter verder krijg je ineens allerlei dingen naar je hoofd.”

Zijn vervelendste ervaring op dat gebied beleefde Metgod in november 1988 bij Feyenoord-Ajax. Hij werd door een volle Kuip uitgejouwd. Het was een reactie op een verhaal in De Telegraaf met Feyenoord-trainer Rob Jacobs, die daarin de grond gelijkmaakte met Metgod. “Ik had het ook gelezen. Toch kwam die houding van het publiek als een volslagen verrassing voor me. Het is toch niet normaal als 49.000 van de 50.000 toeschouwers zich tegen je keren. Het leek net of ik met mijn hoofd tegen de muur liep.” Hij hield zich groot, speelde degelijk, zonder risico en hoorde het gefluit op de tribune afnemen. Daarom was hij uitermate verbaasd dat Jacobs hem na rust uit het veld haalde. “Ik heb dat nooit begrepen.”

De beladen ontmoetingen tussen Ajax en Feyenoord zijn over het algemeen niet de prettigste duels voor Metgod geweest. Hij speelde er tot nu toe negen en verloor er zes. Op 9 december 1990 stond Metgod bij Feyenoord-Ajax, met grote witte wanten aan zijn handen, ineens in de aanval. Het werd geen succes. “Het was een idee van de trainer, Bengtsson. Hij kwam in de week naar me toe. Hij vond Ajax achterin niet sterk in de lucht en daarom wilde hij mij samen met Piet Keur in de spits zetten. Ik was niet enthousiast, maar hij beslist. Het werd niets. Ik heb misschien drie keer kunnen koppen. De ballen kwamen niet. Wat moet je dan? Ik stond voor lul, ja. Maar dat stond de rest ook. We werden helemaal weggespeeld door Ajax, 0-4.”

John Metgod is een geboren en getogen Amsterdammer. Toch was hij geen fan van Ajax. Hij stamt uit Amsterdam-West, Osdorp. Zijn eerste club was DWS, destijds een concurrent van Ajax. “Ik heb lang een negatief gevoel over Ajax gehad. Dat komt door de periode bij de jeugd. De Ajax-elftallen waar ik met DWS tegen speelde hadden alle dat hautaine, zoiets van: wij zijn de beste. Ze hadden ook bijna altijd de scheidsrechter mee. Dat vergeet je nooit meer.”

Het is ook nooit Metgods grote droom geweest om bij Ajax te spelen. Omgekeerd had Ajax ook nooit interesse voor hem. Na DWS voerde zijn loopbaan hem langs Haarlem ('75-'76), AZ'67 ('76-'82), Real Madrid ('82-'84), Nottingham Forest ('84-'87) en Tottenham Hotspur ('87-'88). De Feyenoord-aanvoerder is zeker niet ontevreden over zijn carrière. Hij vindt het jammer dat hij zijn contract bij Real Madrid niet heeft kunnen uitdienen. Hij tekende voor vier jaar, maar vertrok al na twee jaar uit Madrid. Trainer Alfredo di Stefano, de voormalige sterspeler en het jeugdidool van Johan Cruijff, zag het niet meer in de lange Nederlander zitten.

Opmerkelijk genoeg kreeg Metgod onlangs als winnaar van het puntenklassement van De Telegraaf de prijs uitgereikt door dezelfde Di Stefano. “Dat was een vreemde gewaarwoording, ja.” Aan het weigeren van de prijs heeft hij nooit gedacht. “Waarom? Het was het goed recht van Di Stefano om mij niet op te stellen. Het is bovendien alweer acht jaar geleden.”

Metgod is er trots op dat hij bij Real Madrid heeft gespeeld. “Dat is maar voor weinigen weggelegd. En pas als je er zelf bent geweest zie je hoe groot die club werkelijk is. Echt alles werd voor je geregeld. Je hoefde zelf alleen maar te voetballen. Real heeft zo veel connecties. Je hoefde maar te kikken en het werd voor je gedaan.” Hij vindt het typerend voor Real dat de club Di Stefano een horloge voor hem hadden meegegeven als blijk van waardering. Hij draagt het horloge.

Metgod had, vindt hij, misschien “iets meer” interlands dan 21 moeten spelen. Hij speelde ook nooit in een eindronde van het EK of WK. “Ik denk dat ik meer interlands had gehad als ik niet naar het buitenland zou zijn gegaan.” Zijn laatste optreden voor Oranje was, zoals hij het zelf noemt, “de beruchte wedstrijd” tegen Spanje in Sevilla in 1983. “Er stonden vier libero's in het elftal, Krol, Van de Korput, Hovenkamp en Metgod. We verloren met 1-0. Daarna is Zwartkruis het anders gaan doen.”

Drie jaar later leek Metgod, toen speler van Nottingham Forest, zijn rentree te gaan maken in het Nederlands elftal. Hij werd door Rinus Michels uitgenodigd voor een trainingsstage op Papendal, een week voor de EK-kwalificatie tegen Hongarije. Metgod werd echter niet in de definitieve selectie gekozen. Hij wijt dat vooral aan de berichten die destijds in de kranten verschenen dat hij een basisplaats eiste. “Dat sloeg nergens op. Wie mij een beetje kent weet dat ik dat nooit zo kan hebben gezegd. Als er één iemand is die vindt dat je plaats op het veld moet verdienen ben ik het wel. Ik wilde wel van Michels weten wat zijn plannen met mij waren. Hij kon mij geen garanties geven. Maar die hoefde ik ook niet. Michels kon niets anders doen dan mij niet meer te selecteren. Hij werd na die berichten in de pers in een moeilijke positie gemanoeuvreerd. Dat heeft hij me toen ook verteld.”

De vraag of hij wil terugblikken op zijn carrière ontlokt bij Metgod de opmerking: “Maar het is nog niet voorbij!” Hij denkt na achttien jaar betaald voetbal nog niet aan afscheid. Hij heeft er nog plezier in. “En dat is het allerbelangrijkste.” Metgod zegt zich “kiplekker” te voelen. Hij vertelt van het algenprodukt dat hij sinds anderhalf jaar in de vorm van pillen slikt, normaal drie keer twee per dag, in drukke tijden drie maal per dag vier. Een voormalig ploeggenoot van hem bij het Nederlandse jeugdteam, Ton Baljon, prijsde het bij hem aan. “Voor mijn gevoel herstel ik er sneller door. Ik kan nog alle trainingen meedoen. Ik denk dat je je zorgen moet gaan maken als je pas de donderdag na de wedstrijd van zondag weer kan trainen en eerst drie dagen op de bank moet liggen om te herstellen.”

    • Hans Klippus