"Gewone mensen'

De overeenkomst tussen Nabokov en Prikkebeen is dat ze vlinders verzamelden en naar het Groot Kapellenland wilden.

Daar houdt het op. Prikkebeen leed schipbreuk en Nabokov niet. Nergens staat vermeld waarom beide beroemdheden dusdanig op de vlinders gesteld raakten dat ze er met een netje op uit gingen. Waar is het begonnen, hoe zijn ze zo ver gekomen? Dat is het raadsel van de verzamelaar. Iedereen die verzamelt heeft er een redelijk klinkende rechtvaardiging voor. Het verzamelen van postzegels is "leerzaam', en als je genoeg lucifersmerken in de vitrine hebt zie je vanzelf hoe de Industriële Revolutie zich heeft ontwikkeld. Het is niet waar. Verzamelen is een uitdrukking van sommiger driftleven. Nog steeds zijn er verzamelaars en nomaden. Je hebt het of je hebt het niet, en als je verzamelaar bent ontwikkelt de verzameling zich vanzelf, ongeacht het object. Het gaat er alleen om dat je bijtijds het eerste object van je verzameldrift tegenkomt.

Ik had me altijd gevleid met de gedachte dat ik een nomade was maar sinds ik afgelopen zomer bij toeval, maar bewust mijn eerste vogelverschrikker heb gezien weet ik het niet meer. Na die eerste kwamen er meer, en nu, na bijna drie maanden, is het zover met me gekomen dat ik grote moeite zal doen alles te weten te komen over iedere vogelverschrikker waarvan het bestaan me ter ore is gekomen. Het gaat me niet om de vogelverschrikker zelf, maar om de afbeelding of de theorie die daaraan is vastgeknoopt, het boekje waar hij in staat, de foto, de verzameling foto's, datgene wat met de vogelverschrikker te maken heeft. Ik ben een aankomend verzamelaar van de theorieën over vogelverschrikkers.

Zo hoorde ik dat in Galerie 't Oude Raadhuys, Noordeinde 7 in Spijkenisse, een tentoonstelling is van een installatie en foto's van Alma Brevé, en schilderijen en beelden van Arno Overdevest, allemaal over de vogelverschrikker. Naar Spijkenisse. Daar was ik tweeëndertig jaar geleden voor het laatst geweest. Rotterdam-Zuid hield toen op in een weiland, na een poosje kwam Rhoon in zicht, daarna weer weilanden met in het noorden het landelijk ongerepte eiland Rozenburg, dijken met rijen bomen, Hoogvliet en Heenvliet en dan, na de hefbrug over de Oude Maas, eindelijk Spijkenisse: een kerkje, een paar scheefgezakte huizen aan een dijk en dat was het. Weerzien met Spijkenisse en openbaringen van de vogelverschrikker, ik was benieuwd.

De metro die vertrekt van het Centraal Station komt ergens tussen de Rijnhaven en de Oranjeboomstraat boven de grond. De havens lijken nog op vroeger, de grote graansilo en de elevators, vertrouwd alsof ik niet was weggeweest. Dan begint het, de zee van woonoorden, woningwetagglomeraties, flatgebouwen, een park, weer huizen, allemaal hetzelfde, magere boompjes, nog meer baksteen, en de horizon niet meer afgepaald met rijen bomen, maar overal schoorstenen en hijskranen onder de najaarslucht zoals die door Edgar Allan Poe in The Fall of the House of Usher is beschreven. Het verschil is dat overal op dit deel van de aarde mensen wonen, mensen en nog eens mensen. Het Nederlandse volk heeft zich voortgeplant als de konijnen.

Spijkenisse-centrum heeft een station met een ronde overkapping, het lijkt wel wat op het Amsterdamse CS. Zakformaat. Het is dan nog een wandeling van een minuut of tien door weer een baksteenjungle voor de vreemdeling het oude centrum bereikt en daarin het Oude Raadhuys. Je moet iets voor je verzameldrift over hebben.

Om kort te gaan. Waar vroeger de Spijkenissers werden geadministreerd is nu een mooie, kleine tentoonstellingsruimte. Daarin hangen en staan de vogelverschrikkers volgens Arno Overdevest, zeer bezienswaardig, maar het gaat me nu om de installatie van Alma Brevé. Die bestaat uit een donkere ruimte waarin een grote papieren vogelverschrikker tegen de wand staat, plus een geluidseffect. De bezoeker bevindt zich in het pikdonker. Dan klinkt er een knal (er zijn ook vogelverschrikkers, leerde ik die middag, die op een kanon lijken en periodiek een knal veroorzaken; de ontploffing van een zuurstof- en gasmengsel), en dan het mooiste of het adembenemende: het geluid van duizenden verschrikte vogels, meeuwen, kraaien, alles wat veren heeft, die krijsend een goed heenkomen zoeken. Een ornithologische Jongste Dag. Tegelijkertijd wordt de papieren vogelverschrikker door lichtflitsen getroffen. Drie minuten van het zuiverste onheil volgens de waarnemingen van de vogels, althans naar menselijke voorstelling.

Ik zag daar ook nog een boek dat ik niet kende: Vogelscheuchen door de fotografe Bettina, met een inleiding van professor Heini Hediger, Benteli Verlag, Bern, zonder jaartal. Mijn eerste professor. 't Was niet veel bijzonders, behalve dan het bewijs dat ook de wetenschap zich ermee bemoeit.

Na mijn bezoek aan Spijkenisse, (als u er in de buurt bent, sla deze tentoonstelling niet over!) besef ik pas goed dat ik nog maar aan het begin van mijn onderzoek sta. Waartoe de vogelverschrikker al heeft gediend. Er zijn terroristen uit een nachtmerrie bij, zombies, Christussen aan het kruis, generaals in bespotting van hun stramme waardigheid, alles wat de verbeeldingskracht van "gewone mensen' met twee stokken en datgene wat toevallig bij de hand is - textiel, conserveblikken, brillen, voetballen, wat heb je verder - kan uitvoeren. De vogelverschrikker bewijst het: er zijn minder "gewone mensen' dan je denkt.