Directielid van ABN Amro: Overheid niet geschikt voor industriebeleid

ROTTERDAM, 14 NOV. Vergroting van het strategisch aandeelhouderschap door overheid of banken in het bedrijfsleven is zeker niet het geëigende middel voor het voeren van een industriepolitiek in Nederland.

Dit heeft Drs. Th.A.J. Meys, lid van de raad van bestuur van ABN Amro gezegd in een bijeenkomst met Nederlandse industriëlen. De uitlating volgt op de suggestie die minister Andriessen van economische vorige week deed voor de oprichting van een Industriefonds ter grootte van 750 miljoen gulden, waarin overheid en banken samen participeren.

Meys toonde zich daar een tegenstander van. Hij pleit voor een algemeen voorwaardenscheppend beleid ten bate van de industrie, gecombineerd met een verbetering van het fiscale vestigingsbeleid. Volgens de bankier bestaat het gevaar dat de discussie over het industriebeleid, die recentelijk in Nederland is opgelaaid naar aanleiding van de overneming van Fokker door her Duitse concern Dasa, slechts leidt tot een herhaling van eerder gevoerde discussies over het onderwerp.

Bij de vorige opleving van het industrieel beleid, rond het begin van de jaren tachtig, heeft de overheid volgens Meys bewezen ongeschikt te zijn voor het voeren van een industriepolitiek. “Voor de continuteit van een onderneming zijn politieke wil of nationale trots niet voldoende. Pijnstillers in vorm van financiële overheidshulp kunnen maar al te gemakkelijk leiden tot uitstel van noodzakelijke reorganisaties, concurrentievervalsing en het op te eenvoudige wijze van de rekening van falend ondernemingsbeleid aan de overheid”, aldus Meys. De ABN AMRO-topman vindt tevens dat “de overheid onvoldoende inzicht heeft in risico's en kansen, en de perspectieven van ondernemingen niet goed kan beoordelen.” Bovendien heeft de overheid volgens Meys in het verleden bewezen zich niet goed te kwalificeren als manager.

In plaats van deelname van overheid en banken in het bedrijfsleven pleitte Meys voor de versterking van de technologische en kennis-infrastructuur in Nederland, mede door middel van verbreding van het bestaande revolverende fonds van het ministerie van economische zaken en de Regeling Bijzondere Financiering.

Eerder dit jaar zei de scheidende voorzitter van de Internationale Nederlanden Groep, W.E. Scherpenhuijzen Rom, geen principieel bezwaar te hebben tegen deelneming van bancaire instellingen in het bedrijfsleven. ABN Amro ontkende daarentegen destijds de ambitie te hebben om meer te gaan deelnemen in bedrijven. De bank heeft overigens via participatiemaatschappijen indirect wel kleinere belangen in het bedrijfsleven. Ook bezit ABN Amro nog aandelenpakketten van bedrijven die door de bank in het verleden naar de beurs zijn gebracht.

Meys was eerder directeur-generaal van Rijksbegroting en was begin jaren tachtig president van de Nationale Investeringsbank (NIB). De NIB houdt zich namens de overheid bezig met het financieren van ondernemingen.