De dreigende teloorgang van Sinterklaas; "Dit groeiend kerstgevoel'

Vorig jaar omstreeks deze tijd berichtte NRC Handelsblad - op de voorpagina zelfs - over de sluipende teloorgang van het feest der feesten: Sinterklaas. En dat nog wel ten gunste van dat Duits-Amerikaans-Engelse misbaksel, de kraak- en smaakloze kerstman.

Hoe ze het weten, weten ze het, maar vorig jaar vierde 51 procent van de Nederlanders Sinterklaas; in 1980 was dat 70 procent; en in de editie 1974 van de Winkler Prins Encyclopedie staat nog in alle eenvoud "De sinterklaasviering is in Nederland het populairste feest van het jaar.'

Sinterklaas is een beetje armoedig geworden, zo viel op te maken uit het artikel: de verkoop van de luxe cadeaus verschuift naar kerst. En die luxe cadeaus worden dan, zoals de middenstand niet ontging, niet eens hier maar in Duitsland gekocht. Een vreselijke man, de voorzitter van de vorig jaar in het leven geroepen "Stichting Amsterdam Kerststad', zei: “Voor dit groeiend kerstgevoel moeten we ook in Nederland een platform bieden.” Dus, vorig jaar, eerste intocht van de Kerstman. Laatste intocht van Sinterklaas, vandaag?

Het is boeiend om te zien hoe De Bijenkorf, de Hofleverancier immers van Sint Nicolaas (en met zijn klimmende en dalende Pieten heel lang een smakelijk sinterklaasvierder geweest), het in dit sleuteljaar - gaat Sint onder de 51 procent zakken?! - heeft aangepakt.

Geniaal, moet ik zeggen. Er is een weloverwogen serie affiches ontworpen waarop je de verdwijning van Sinterklaas, en zijn gelijktijdige metamorfose tot Kerstman, duidelijk kunt zien. Hij is zich al aan het ontpoppen namelijk, de kerstman, maar hij zweeft nog een klein beetje, qua karakter. De mijter is al ruimschoots onderweg naar puntmuts, het bisschoppelijk kruis is er nog net niet helemaal af, maar het is al een vervagende reminiscentie aan het worden. De guitige trekken van de kerstkobold daarentegen, plus zijn sterappelachtige gelaatskleur, die lijken al onomkeerbaar aanwezig te zijn.

Ik word er erg treurig van. Daar zal je - verdomme! - een schitterend feest hebben, een feest om "U' tegen te zeggen, met alles erop en eraan, een ware rijkdom aan eten en drinken, met een eenvoudige maar sterke verkleedpartij, grappen, gedichten, een springlevende liederenschat van indrukwekkende omvang, surprises - en dat zullen we nou eens met zijn allen om zeep gaan helpen voor een zouteloze, smakeloze, patserige, puur commercieel geïnspireerde import van uitgerekend dat (innerlijk) door en door bleke en voze, tweedimensionale, plastic "karakter', dat - althans waar het de naam betreft - onze voornaamste bijdrage is geweest, naast het woord "cookie', aan de Amerikaanse taal en cultuur: de naam van Sinterklaas, die dan nu via een U-bocht en De Bijenkorf en een stomme Stichting druk bezig is zich aaneen te gaan smelten met die roodgroene lul, Santa Claus.

Maar hoe is dat eigenlijk gegaan? Hoe heeft het zover kunnen komen? En moeten wij dat maar lijdelijk aanzien? Of moeten we ons gaan verenigen in Sinterklaaslobby's en Sinterklaasgevoelsstichtingen? Ons bundelen tot Kopers tegen de Kerstman? Het is dat prins Claus al zo droevig en zo sympathiek is, maar anders zou het aloude "Claus Raus' misschien nog goede diensten kunnen bewijzen.

Ik sta versteld. Ik die, voorzover mij bekend, een gezonde afkeer heb van de wij-vorm, als het om opvattingen en overtuigingen gaat - ik durf dat zomaar aan: wij, wij, wij? Dan moet de machteloosheid wel erg groot zijn geworden. Aan de andere kant: eenmaal onder die 50 procent zijn "wij' immers een minderheid geworden, en het is altijd een nobele zaak geweest om het voor minderheden op te nemen, nietwaar? Enfin, misschien moet het dan maar: dat ik de K.L. Poll word, op een vierweekse dienstreis, van de noodzaak van Sinterklaas. Volgende week beantwoord ik de vraag: welke nog nooit vertoonde coalitie van vijanden is er aan te pas gekomen om Sinterklaas onderuit te krijgen?

    • Nicolaas Matsier