DE CULTURELE WAARDE VAN EEN GLUON

The Creative Moment. How Science Made Itself Alien to Modern Culture door Joseph Schwartz 252 blz., Jonathan Cape 1992, f 65,55 ISBN 0 224 03540 1

In 1958 publiceerde de Britse fysicus en romanschrijver C. P. Snow zijn geruchtmakende essay "Two Cultures', over de kloof tussen alfa's en bèta's. Opgeleid in de jaren twintig, in het Cambridge van Ernest Rutherford, was Snow er aan de "high table' van Trinity College getuige van geweest hoe natuurwetenschappers, die in steeds onbegrijpelijker taal begonnen te spreken, zich meer en meer van politici en cultuurdragers vervreemdden. Met als gevolg dat alfa's hun interesse in de natuurwetenschap, voordien de gewoonste zaak van de wereld, verloren, en zelfs op bèta's begonnen neer te zien. Sindsdien is de verwijdering tussen beide culturen er alleen maar groter op geworden.

Over de historische achtergronden van deze spanning, over de oorzaken die aan het conflict tussen moderne natuurwetenschap en traditionele beschaving ten grondslag liggen, bestaat maar weinig toegankelijke literatuur. In populariserende boeken over de "nieuwe' natuurkunde, waarvoor de markt onverzadigbaar lijkt, komt de vraag nauwelijks aan de orde. Is er eigenlijk wel een probleem? Is het maatschappelijk wenselijk dat een alfa, tegelijk met het bijhouden van de wereldliteratuur, kennis neemt van de laatste ontwikkelingen in de natuurwetenschappen? Wat is de culturele waarde van een gluon?

Een mooi onderwerp voor een boek, dacht ook Joseph Schwartz (bekend van Einstein for beginners). In zijn recente The Creative Moment plaatst hij het vraagstuk van de twee culturen in historisch, wetenschapssociologisch perspectief. Dat levert kleurrijke beschrijvingen op van de opmars van onder andere Newtons bewegingsleer, de Tweede Hoofdwet en Einsteins relativiteitstheorie, alles bezien tegen de achtergrond van de heersende sociaal-politieke omstandigheden. Ook meer recente onderwerpen als chaostheorie, hoge-temperatuursupergeleiders, aids en deeltjesversnellers krijgen een verfrissende behandeling. Zodra Schwartz echter begint te analyseren, rijzen de twijfels en blijkt hoe weerbarstig het onderwerp is.

AUTISME

Centraal in The Creative Moment staat de prikkelende stelling dat natuurwetenschappers op cruciale momenten in de geschiedenis het erbij hebben laten zitten, zelfs gevlucht zijn in een verwerpelijk "autisme'. Hoogtepunten van westerse wetenschap, aldus de schrijver-fysicus, vertellen een verhaal van opkomst en stagnatie, van niet ingeloste verwachtingen, van overconsumptie en armoede. Schwartz illustreert zijn betoog aan de hand van vele voorbeelden, van de morele kater na de atoombommen op Japan tot de geborneerde houding van aids-onderzoekers.

Het is echter de vraag hoe overtuigend zijn betoog is. Een eerste bezwaar betreft de historische rol van de wiskunde. In zijn analyse van het leven en werk van Galile en Newton komt Schwartz tot de opzienbarende conclusie dat de mathematische aanpak van beide geleerden een directe afgeleide was van het zeventiende-eeuwse conflict tussen seculiere en kerkelijke krachten. De taal der wiskunde, ""geschreven in driehoeken, cirkels en andere geometrische figuren'' (Galile), zou slechts te hulp geroepen zijn om de natuurwetenschap van de boze buitenwereld af te schermen. Uit Galile's knieval voor de inquisitie sprak, aldus Schwartz, de volgende boodschap: ""Keep it quiet, keep it obscure and keep it mathematical.''

Hoewel niet kan worden ontkend dat iemand als Descartes op zijn hoede was voor de inquisitie en een groot deel van zijn leven in het veiliger Holland doorbracht, is het nonsens te beweren dat zijn mathematische aanpak bedoeld was als schild tegen de buitenwereld. Alsof er onder de jezuëten geen knappe wiskundigen scholen! Wiskunde was geen noodgreep, maar uitvloeisel van de groeiende overtuiging dat tussen de materiële wereld en het wiskundige denken van de menselijke geest harmonie bestond. Het conflict met de Kerk destijds draaide niet om wiskundig denken, maar in de eerste plaats om het "godslasterlijke' copernicanisme, dat de aarde om de zon liet draaien in plaats van andersom.

Ironisch genoeg bracht Galile's veroordeling (nog maar pas geleden ongedaan gemaakt) dit stelsel juist onder de aandacht van de geleerden. Discorsi, zijn laatste boek en geschreven na het proces van 1633, was opnieuw in het Italiaans, wat sterk tot zijn populariteit bijdroeg. En het was geen obscuur werk maar een juweel van een uiteenzetting (in gespreksvorm) van de "nieuwe' mechanica.

KUBISME

Sommige passages in The Creative Moment wekken de indruk dat de auteur zich aan zijn onderwerp heeft vertild. Met zevenmijlslaarzen stapt Schwartz door de moderne geschiedenis, ontwikkelingen in politiek, kunsten en wetenschappen roekeloos aan elkaar knopend. Zo zou het falen van Europa om het grote publiek vertrouwd te maken met Einsteins relativiteitstheorie (""onderdeel van de Industriële Revolutie'') samenhangen met de chaos van het interbellum. Quantum mechanica, die in Schwartz' optiek tot besluiteloosheid in de fysica leidde, wordt in één adem genoemd met kubisme en het twaalftoonstelsel van Schönberg. Het is allemaal te gezocht, te weinig doordacht. Maar daar staat tegenover dat wetenschapsgeschiedenis eens niet wordt gepresenteerd als een aaneenschakeling van grote ideeën.

Het boeiendst is het hoofdstuk over de moderne deeltjesfysica, met zijn exotische theorieën en geldverslindende versnellers. Nieuwe vindingen als quarks en snaren, zo stelt Schwartz, ontwijken de echte problemen al evenzeer als glamourfilms uit Hollywood. Het begrip in de nieuwe natuurkunde is zoek, men staart zich blind op wiskundige vergelijkingen. Het bouwen van steeds krachtiger deeltjesversnellers getuigt volgens hem van een fundamenteel gebrek aan verbeeldingskracht, van een vastklampen aan a priori ideeën over de eenvoud van de wereld. Directe waarneming is ingeruild voor een technocratische benadering, niet gericht op inzicht maar op het oplossen van problemen. Richard Feynman wende aan een nieuwe theorie, begrip hield hij niet langer voor mogelijk. Schwartz, in een naëf idealisme, wil pas aan een theorie wennen als hij haar begrijpt.

De oorzaak van de ""intellectuele neergang'' in de natuurkunde zoekt Schwartz in het uit elkaar groeien van theorie en experiment. Wat ruim een eeuw geleden begon met aparte leerstoelen voor Planck en Lorentz is nu dermate "ontspoord' dat beide takken van fysica nauwelijks nog vaardigheden gemeen hebben. Theoretici, in verlegenheid gebracht door de "lastige' data die ze aangereikt krijgen, jongleren uit armoede en frustratie met steeds ijlere wiskunde, zoeken hun toevlucht tot theorieën die door de experimentatoren eenvoudig niet meer te testen zijn. Zo hoeven ze hun vroegere bondgenoten niet langer verantwoording af te leggen. Die konden er trouwens toch al met hun pet niet meer bij. Bovendien hebben ze het te druk met het management van alweer een peperduur meerjarenproject.

VREEMDE DINGEN

Het liefst zou Schwartz de klok terug willen zetten naar 1920. Maar zou dat iets oplossen? Is het niet beter te wennen aan een fysica die op (sub)atomair niveau vreemde dingen toestaat, als daar een Standaardmodel, een geünificeerde beschrijving van de natuurkrachten, uitgezonderd de gravitatie, tegenover staat? Heeft Schwartz een alternatief zonder wiskunde? Wat is er tegen het gebruik van deeltjesversnellers, tegen specialisatie? Is de laatste Nobelprijs voor de natuurkunde niet gewonnen door een experimentator?

Hoe betwistbaar de analyses ook mogen zijn, The Creative Moment stemt wel tot nadenken. Snows twee culturen zijn een geaccepteerd feit. Natuurwetenschappers zouden eens uit hun laboratoria moeten treden, niet-ingewijden vertellen waar ze mee bezig zijn. Het excuus "Dat snappen ze toch niet?' gaat niet op, een goede metafoor doet wonderen. Een theorie die aan een alfa niet valt uit te leggen, deugt niet. Door zich af te zonderen, hebben fysici in de hand gewerkt dat een scheef beeld heeft kunnen ontstaan. Wetenschap, in de negentiende eeuw vooraan in de strijd tegen vooringenomenheid en bijgeloof, heeft zelf religieuze trekjes gekregen. Deeltjesversnellers zijn de kathedralen van deze tijd, en daarin bedienen wijze mannen (en een enkele vrouw) zich van orakeltaal. Het onwetende publiek ziet toe in eerbied en huiver.