Breuk met verleden onder Clinton minder sterk dan onder Carter of Reagan; Washington verandert, maar niet radicaal

WASHINGTON, 14 NOV. In één opzicht verschilt Gouverneur Bill Clinton niet van president Bush en wel in zijn voorliefde voor joggen. Sinds president Carter lijkt hardlopen tussen een groepje veiligheidsagenten wel een vaste gewoonte te zijn geworden van presidenten, zoals handen schudden en zwaaien naar het publiek. Het is een manifestatie van de zucht naar de eeuwige politieke jeugd.

Alleen de met donkere haarverf bewerkte Ronald Reagan vond het beneden de waardigheid van een president en besteeg zo nu en dan een paard, zodat hij een levend standbeeld vormde voor de natie, bijna als Theodore Roosevelt aan het hoofd van de Long Riders. Voortpuffen in lelijke sportbroekjes haalt het niet bij sierlijk hoefgetrappel of zeilen en zwemmen (Kennedy). Daarom zal Clinton de elegantie van JFK of Ronald Reagan niet halen.

De aan Yale afgestudeerde Bush en Clinton rennen niet met plezier. De donkerblonde 68-jarige, slanke president Bush draaft écht maar met een van pijn vertrokken gezicht. 's Avonds moet hij zijn zwak geworden knieën tussen klemmen zetten om van de blessures te herstellen.

De meer zwaarlijvige, grijze 46-jarige gouverneur Bill Clinton locomotieft in een versneld sloftempo, waarbij hij nauwelijks beide voeten tegelijk van de grond krijgt. Alleen de atletische toekomstige vice-president Al Gore is een natuurtalent. Zijn bewegingen missen krampachtigheid en hebben een zekere gratie. Maar een echt symbool voor een breuk met het verleden is dit niet.

De sensatie bij de komst van president Clinton naar Washington haalt het niet bij die van de Reagan-revolutie in 1981 of die van de inauguratie van pindastaatgouverneur Jimmy Carter in 1977. Alle drie portretteerden zich tijdens de verkiezingen als outsiders, maar Clinton is wel het meest bekend met de hoofdstad, al zou hij dat zelf niet graag willen toegeven. “Clinton heeft zoveel connecties in deze stad”, zegt de sociale columniste Diane Mc Clennan, die Washington al tientallen jaren heeft gevolgd. Clinton heeft vier jaar aan de universiteit van Georgetown in Washington gestudeerd en met zijn vrouw Hillary in het Congres gewerkt. Verdere belangrijke contacten deed hij op tijdens zijn studie aan de elite-universiteit van Yale en bij zijn studie op een prestigieuze beurs in Oxford. Hij heeft contacten met heel wat personen uit het traditionele machtscircuit gecultiveerd.

De Democraten zijn nooit echt uit Washington weg geweest. Gedurende de Reagan- en Bushjaren hadden ze de meerderheid van één of twee huizen in het Congres. Veel voormalige Democratische functionarissen bleven hangen als advokaat, lobbyist of onderzoeker in een denktank. “Democraten blijven altijd hangen. Voor hen vormt Washington de top van hun carrière, Republikeinen moeten vaak een betere betaalde baan achterlaten en die gaan dus weer weg”, zegt Mc Clennan.

De sociale veranderingen in Washington zijn bij deze machtsovergang geleidelijk. De feestjes bij de "linkse kak' in de gerenoveerde houten huizen en villa's van de wijk Georgetown aan de rivier de Potomac worden belangrijker, omdat de Democratische machthebbers niet alleen maar het Congres maar ook het Witte Huis in handen hebben. De levende patroonheilige van de Democraten, Pamela Harriman uit Georgetown, zal wat meer in het sociale middelpunt komen te staan. Pamela is de dochter van Winston Churchill en weduwe van de Democratische staatsman en telg van spoorwegbaronnen, Averell Harriman. Het sociale circuit in Georgetown bepaalt in hoge mate de sociale en daarmee de politieke beurskoers van Democraten. Senator Ted Kennedy, wiens familie de status van Georgetown zo'n beetje heeft uitgevonden, is in ieder geval flink in aanzien gedaald, want Clinton wil om begrijpelijke redenen niet met diens links-radicale playboy-imago worden geassocieerd.

De inauguratie van Democratisch glimlachpresident Jimmy Carter vormde een echte breuk. Deze antipoliticus na Watergate, die zijn verkiezingen won met de kreet “Ik zal nooit tegen u liegen”, schafte presidentieel decorum als de Hail-to-the-Chiefmars af en liep te voet van het Capitool naar het Witte Huis. Bij openingen van kunsttentoonstellingen verscheen hij niet in smoking maar in trui. Hoewel hijzelf ouder was, stond hij aan de top van gespijkerbroekte babyboomers, bij wie de jaren-zestig-excessen nog niet waren uitgewoed. Bovendien kwamen de meesten als hippe hillbilly's uit de deelstaat Georgia. Carters chef staf, Hamilton Jordan, was onbehouwen en werd zelfs tevergeefs onderzocht op cocaïnegebruik. Maar de ernstigste zonde was dat Carter en zijn meeste medewerkers Georgetown negeerden en dat was het begin van de ondergang.

Reagan herstelde al het decorum, bezocht tijdens de overgangsperiode naar het Witte Huis zelfs Georgetown en maakte van zijn inauguratie een peperduur festijn met bals vol Hollywoodsterren. Het Democratische deel der natie sprak er schande van (“denk toch om de armen!”). Maar op het publiek had het een betoverende uitwerking. Met hun verborgen assepoesterverlangens zagen de Amerikanen het schouwspel geïmponeerd aan op de televisie. Hier begon werkelijk een nieuwe tijd. President Bush leerde zo het belang van een indrukwekkende inauguratie-ceremonie. Hij besteedde er het recordbedrag van 37 miljoen dollar aan.

Superpoliticus Clinton zal waarschijnlijk een tussenweg bewandelen. Als meer bezadigde en wijs geworden babyboomer zal hij het Republikeinse pluche moeten vermijden zonder in de ascetische kaalheid van Carter te vervallen. Hij heeft zijn twee vrienden en televisieproducers (serie over geëmancipeerde vrouwen Designing Women) een belangrijke rol gegeven bij de inauguratie op 20 januari volgend jaar. Hij kan het niet laten om een gearmde wandeltocht van het Capitool naar het Witte Huis te houden, want dat is democratisch met een kleine letter. Clinton heeft ook de zuidelijke informele stijl van Carter. Maar geld zal er zeker rollen. De ervaren geldinzamelaar Ron Brown is voorzitter van het inauguratiecomité. Net zoals het feest van Reagan (Frank Sinatra) en dat van Bush (Country & Western) zal Clintons feest een nostalgisch element bevatten in de vorm van Fleetwood Mac en tijdgenoten, waar iedereen op meebeweegt. Ook zwarte muziek zal te horen zijn, maar zeker geen moderne hiphop. Het is gezapiger en minder stormachtig dan de socialistische machtsovername in het Frankrijk van 1981.

De figuur van de voormalige barricadestrijder, die nu tot het establishment behoort, is ook onder Clinton niet onbekend. Clintons kabinet en stafmedewerkers moeten qua etnische en geslachtelijke samenstelling meer Amerika weerspiegelen en de voorzitter van zijn overgangsteam is de voormalige zwarte burgerrechtenstrijder, Vernon Jordan. Deze lobbyist en advokaat voor een prominent kantoor dat veel Japanse bedrijven vertegenwoordigt, zit vergaderingen voor, luncht en dineert elke dag in de Jockey Club, een middelpunt van sociaal Washington.

De oude jaren-zestig-generatie komt ook van universiteiten en instellingen, waar veel nieuwe taboes over geslacht, ras en etniciteit zijn ingevoerd. De verwachting is dat de federale kunststichtingen dit keer geen rechtse maar linkse politiek correcte richtlijnen krijgen.

Nieuw wordt de teamgeest in het Witte Huis, die de eenzaamheid van de president beperkt. Clintons toekomstige vice-president, Albert Gore, heeft een belangrijk aandeel in de besluitvorming. Zijn vrouw Hillary Clinton krijgt waarschijnlijk eigen verantwoordelijkheden. Misschien zal ze een stapje verder kunnen doen dan Eleanor Roosevelt maar ook zij heeft geleerd dat het allemaal niet te snel kan gaan.