Bankiers lijken meer beschermengelen dan jagers

De beste jagers op oud en nieuw geld werken bij de belasting en financiën en zijn dus geen bankier, accountant, fiscalist, vermogensbeheerder of intermediair, zoals vaak wordt beweerd. Sterker nog: die vermeende jagers benadrukken in tijden van fiscale herwaardering en bezinning liever hun rol als body guard en beschermengel tegen Kok's vasthoudende Robin Hood's.

Dat zou een conclusie kunnen zijn van de woensdag gehouden studiedag Private Banking van Euroforum, waar jagers/engelen hun methoden, wapens en jachtvelden bespraken en voorzichtig aan elkaars wild snuffelden.

Misschien ligt die beschermende rol voor de hand omdat het moeilijk is een vermogen extra modaal uit te bouwen als in veel landen de groei van de economie stagneert, de aandelenmarkt die trend volgt en rente en inflatie dalen.

Wanneer dat zo is, wat blijft er dan over van private banking als je de bescherming, het risico management, er vanaf trekt? Dat hangt af van de definitie van het begrip. Volgens Mees & Hope-directeur Duin, een van de inleiders, heeft definiëren nauwelijks zin. Het gaat erom hoe een cliënt het ervaart. Banken hebben moeite te bukken tot het niveau van de klant en kennen nauwelijks zijn of haar wezenlijke behoeften. Vooral de grootbanken opereren primair aanbod-gericht. Hoeveel private bankers worden niet beoordeeld op de effectenprovisie die zij binnen brengen en de produkten die ze afzetten?

Is die dienst daarom niet meer dan gewoon vermogensadvies in een modieus pak? Nee, zegt Duin, het gaat om de opbouw, bescherming en overdracht van vermogens in een periode van soms tientallen jaren. Dat vraagt om voorzichtig omgaan met vraagstukken als financiering, opzet en eigendom van de personal holding, de verdeling van vermogen over privé en zakelijk en de verwerving ervan. Als een bankier dat goed aanpakt, levert het de cliënt meestal meer op dan een juiste keuze van beleggingen. Bovendien geeft het gemoedsrust.

Duin steekt zonder schroom de hand diep in eigen en andermans boezem: "Banken verkeren in een paradoxale situatie: men pretendeert kwaliteit in de advisering, maar verdient aan de verkoop van eigen diensten. Voor cliënten een verdachte vermenging, waarvoor men niet veel extra wil betalen. Ook de onafhankelijke financiële adviseur worstelt met dit probleem. Adviesvragers beseffen zeer goed dat ook deze met tal van (over en weer) banden en zelfs financiële regelingen vastzit aan producenten van financiële diensten.'

Je mag verwachten dat private banking zich kwalitatief verder zal ontwikkelen door zich te richten op grensoverschrijdende oplossingen (onder meer om fiscale redenen) en de 600 duizend werknemers die meer dan een ton verdienen, hetgeen betekent dat deze hoogwaardige dienst voor een kleine groep opschuift naar financiële planning voor een grote doelgroep. Dat heeft ook te maken met de benadering van de markt: je moet goede relaties kweken door ze in een vroeg stadium, als ze nog geld kosten, binnen te halen. Een van de inleiders zei het zo: "Wij willen gids en drager zijn, maar ze moeten zelf (naar de top) klimmen.'

Heeft internationalisering, grensoverschrijding, van privat banking nog toekomst? Dat hangt af van de vorm. Mr Th.J.M. Stalenhoef, directeur van Delta Lloyd-bank Cantrade, onderkent er vijf, waarvan de zuiverste de Nederlandse-ingezetene is die bij een hier gevestigde bank (mede) gebruikt maakt van een of meer vestigingen (of die van derden) in het buitenland. Voor dat segment ziet de toekomst er somber uit, vanwege de fiscale wetgeving. Zelfs de beslissing om de Hollandse bitterballen te verruilen voor bij voorbeeld Vlaamse zal straks minder lonend zijn door de afrekening bij de grens; een hekwerk als een muur. Daar staat tegenover dat de drang om te vluchten zal afnemen door de aangekondigde geleidelijke afschaffing van de vermogensbelasting en de mogelijk lagere IB-toptarieven.

Het bankieren van ingezetenen bij banken in Zwitserland en Luxemburg ziet Stalenhoef verminderen. Luxemburg door het verdwijnen van het bankgeheim als gevolg van EG-wetgeving en Zwitserland dito, indien EG-lid, plus de te hoge provisie daar en het inflexibele bankwezen.

Kunnen ontwijkers nog ontsnappen aan de grenskassa's? En mag dat zo maar in Europees verband? De fiscaal econoom dr A.H.M. Daniels, belastingadviseur bij Caron & Stevens, wijst er op dat uit de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie blijkt dat nationale fiscale wetgevers niet al te veel in de weg wordt gelegd. Dus zijn er in de Gemeenschap ook landen met een vriendelijke klimaat. De huidige stand van de Belgische fiscale wetgeving vergelijkt Daniels met die van Nederland in de zestiger jaren. Voordelen: geen vermogensbelasting, lage heffing over afgekochte pensioenen, inkoop/liquidatie en niet belaste verkoop aandelen van een buitenlandse vennootschap en schenkingen van hand tot hand. Daarom is dat land een waar eldorado voor de privat banker, die het wild volgt op zijn trektocht naar de grazige weiden van (straks) ons België.