Allochtone collega's voor Amsterdamse brandweer

AMSTERDAM, 14 NOV. Zes van de elf jongeren die op dit moment in Amsterdam een opleiding tot brandweerman volgen zijn allochtoon. Het zijn de eerste migranten die bij de Uitrukdienst van de Amsterdamse Brandweer aan het werk zullen gaan.

Tot nu toe had de Amsterdamse Brandweer de dubieuse reputatie het laatste blanke bolwerk onder de gemeentediensten te zijn. Tot 1985 had dit te maken met de werving van nieuwe brandweerlieden door coöptatie. Daarna was uit bezuinigingsoverwegingen een personeelsstop van kracht. In zeven jaar verdwenen op een totaal van ongeveer 700 brandweerlieden zo'n 140 mensen bij de Uitrukdienst. Technische ontwikkelingen maakten een kleinere bezetting mogelijk, maar een sterkte van minder dan vijfhonderd brandweerlieden werd steeds vaker als onacceptabel beschouwd. Zo nu en dan moesten er brandweerkazernes worden gesloten, wat onrust bij de bevolking veroorzaakte.

Besloten is nu om de dienst, die nogal vergrijsd is, in één klap met 22 nieuwe krachten te versterken. Het streven is om 16 vrouwen en migranten aan te trekken, 70 procent van de nieuwkomers. Dat is bij het eerste "blik', zoals dat in brandweerjargon heet, niet gelukt. Geen van de drie vrouwen die zich aanmeldden kwam door de zware selectietest. Het tweede "blik' van elf gaat in januari in opleiding. De selectie daarvoor is nog gaande.

Volgens de top van de Amsterdamse Brandweer is het nauwelijks een probleem dat het korps nu migranten en vrouwen voor de Uitrukdienst werft. “Het is niet bijzonder, dus doen we ook niet alsof het bijzonder is. Anders maak je het alleen maar moeilijker”, zegt Cees te Boekhorst, plaatsvervangend commandant en hoofd van de Uitrukdienst van de Amsterdamse Brandweer.

Ook Cor Ronner, voorzitter van de medezeggenschapscommissie en zelf brandweerman, wil niet te veel aandacht voor het feit dat er nu allochtonen en vrouwen bij de brandweer worden geworven. Over mogelijke weerstand in de kazernes zegt Ronner: “Toen het vorig jaar eindelijk mogelijk werd om nieuwe mensen aan te trekken, hebben wij als medezeggenschapscommissie meteen gezegd dat we in het kader van de positieve actie van de gemeente migranten en vrouwen wilden. Daar staat onze vakbond, de Abva Kabo, ook volledig achter”.

Naar verluidt zou in verschillende kazernes sprake zijn van verzet tegen de komst van migranten en vrouwen. Ronner en Te Boekhorst doen dit af met de opmerking dat er in de hele samenleving vooroordelen tegen buitenlanders heersen. “Dus waarom zou dat bij de brandweer niet het geval zijn”, vraagt Ronner zich af.

Om de integratie goed te laten verlopen en mogelijke onrust binnen de Uitrukdienst te bezweren, is een begeleidingscommissie ingesteld. Deze wordt voorgezeten door Tjo Hahury, werkzaam bij het Gemeentelijke Mobiliteitsbureau. Dit bureau is speciaal ingesteld om zo veel mogelijk migranten bij gemeentediensten aan werk te helpen. In de begeleidingscommissie hebben ook Te Boekhorst en Ronner zitting. De werving van allochtonen bij de Amsterdamse Brandweer gaat gepaard met een subsidieaanvraag in het kader van Sajo (Additionele Jongerenbanen bij de Overheid).

In het concept-projectplan dat deze subsidieaanvraag moet begeleiden schrijft Hahury: “Het binnenloodsen van allochtonen bij dit onderdeel betekent voor de Uitrukdienst het begin van een indringend veranderingsproces. De hele organisatie, van hoog tot laag, zal moeten onderkennen dat hun cultuur, die door de jaren heen nauwelijks aan veranderingen onderhevig is geweest, omgebogen moet worden ten gunste van een gemeentelijk voorkeursbeleid. Uitsluitend het leveren van allochtone kandidaten, zonder dat er gewerkt wordt aan acceptatie binnen de Uitrukdienst, is verspilde moeite. Het is daarom wenselijk dat dit proces vakkundig wordt begeleid door een externe deskundige, die zijn sporen op dit gebied heeft verdient.”

Hahury duidt hierbij op de afdeling Arbeidsmarkt van de Anne Frank Stichting. Ook volgens Herman Mau-Asam van deze afdeling is begeleiding van het brandweerproject onontbeerlijk. “Als je niet door middel van interne communicatie voor een goed en breed draagvlak op de werkvloer zorgt, vraag je om moeilijkheden. De directie is daar nu ook van doordrongen. Deze week wordt de hele zaak doorgepraat met de kazerne-commandanten”, aldus Mau-Asam.

“De Amsterdamse Brandweer”, legt hij uit, “was en is nog steeds een gesloten bedrijf met een naar binnen gerichte, blanke mannencultuur. Als je dat wilt veranderen, is een mentaliteitsverandering nodig. En dat selectiemethoden, het personeelsbeleid, de interne en externe communicatie, het aanstellen van mentoren en een vertrouwensfunctionaris: al die zaken zijn nieuw voor de brandweer, of moeten op een nieuwe leest worden geschoeid. Als alles lukt, en de eerste tekenen stemmen mij hoopvol, kan de Amsterdamse Brandweer een voorbeeldfunctie voor andere gemeentebrijven gaan vervullen”.