Zwijnen en bananen

In de voorlaatste alinea van het artikel "Van zwijnen en bananen' (NRC Handelsblad, 20 oktober), waarin wordt stilgestaan bij de belediging door het gebruik van het woord "zwijn' in Duitsland, wordt het jarenlang durende proces vermeld dat de staat tegen mij heeft gevoerd.

Dat gebeurde op initiatief van de vroegere Beierse minister-president Franz Josef Strauss op grond van diverse karikaturen waarin ik hem als zwijn had afgebeeld, onder meer "copulerend', "onanerend' en in "fellatio'. Dit proces duurde van 1980 tot 1987. In eerste instantie werd de opening van het proces afgewezen. In tweede instantie werd ik veroordeeld. In derde instantie werd ik vrijgesproken (Landgericht Hamburg), in vierde instantie (Oberlandesgericht) werd ik opnieuw veroordeeld. Tegen dit vonnis zijn mijn verdedigers bij het Bundesverfassungsgericht in cassatie gegaan. Dit werd afgewezen. Franz Josef Strauss heeft dus niet “aan het kortste eind moeten trekken”, maar heeft het proces (hoewel pas na acht jaar) gewonnen. De motivering van het Bundesverfassungsgericht bij dit vonnis luidde: “Karikaturen, die ingaan tegen de door art. 1 paragraaf 1 van de Grondwet beschermde kern van de menselijke eer worden niet beschermd door de vrijheid van kunstzinnige activiteit (Art. 5, paragraaf 3 van de Grondwet).” (3 juni 1987, nr 1 BvR 313/85).